| Artikel |
| ‘De inzet vanuit de kerken was altijd enorm’ 120e jaargang, 13 mei 2011, nummer 10 | 2011-05-13 |
| Het was net na de oorlog, in 1946, toen haar oog viel op een advertentie in De Wekker. Een weeshuis in Utrecht zocht een verzorgende. Voor de christelijk-gereformeerde zuster A. van Wingerden was dit de eerste functie die ze bekleedde bij jeugdhuis ‘De Stuw’. De inmiddels 95-jarige zuster was jarenlang directrice van het jeugdhuis. Een terugblik. “Toen de Tweede Wereldoorlog ten einde was, kwam het maatschappelijk werk op. Hier en daar hoorde ik ervan. Het lokte me maar ik wist niet hoe ik daar überhaupt tussen kon komen zonder diploma’s. Op een gegeven moment zag ik in ‘De Wekker’ een advertentie staan waaruit bleek dat men voor een Utrechts weeshuis op zoek was naar iemand voor de verzorging. Deze oproep sprak mij erg aan, ik heb gesolliciteerd en werd aangenomen. Zo kwam het dat ik tussen 1946 tot 1949 werkte als verzorgende in het weeshuis in Utrecht, dat toen nog aan het Predikherenkerkhof stond.” Haarlem “In 1949 kon ik als maatschappelijk werkster terecht bij de sociale dienst van de gemeente Haarlem. Dit was één van de laatste gemeentes met een voogdijvereniging. Vier maatschappelijk werksters waren verantwoordelijk voor zo’n honderd kinderen die onder voogdij stonden. In Haarlem heb ik de hele breedte van de jeugdzorg in Nederland leren kennen. Ik kwam thuis bij verschillende gezinnen met diverse religieuze achtergronden. Kinderen die onder voogdij stonden, moest ik bezoeken om vervolgens over hen een rapport te schrijven. In die jaren heb ik bijna alle tehuizen en jeugdgevangenissen bezocht waar kinderen verbleven die onder toezicht stonden. Tussendoor deed ik de opleiding Maatschappelijk Werk aan de Sociale Academie in Amsterdam.” Ruim vijfentwintig jaar later, in 1957, werd zuster Van Wingerden directrice van het weeshuis. Vanaf 1957 was zij al als leidinggevende verantwoordelijk voor de gang van zaken in de instelling. “In die tijd was de algemene gedachte dat de wezenzorg vooral een taak van de diaconie was. Van overheidssubsidie werd daarom geen gebruikgemaakt. De inzet vanuit de kerken was altijd enorm. Diakenen en leden van de kerk hebben ontzettend veel gedaan. Daar heb ik me altijd over verwonderd. Wij hadden het geld hard nodig voor het verwezenlijken van onze plannen. De kas van de diaconie was niet toereikend. Subsidie vanuit de overheid was dan ook gewenst. Nieuw gebouw “Toen ik directrice was, heb ik me eigenlijk direct hard gemaakt voor de bouw van een nieuw kindertehuis. Het gebouw aan de Predikherenkerkhof was goed onderhouden, zat goed in de verf, maar het werd te klein en was ondoelmatig. Er was meer ruimte nodig. Zo was er behoefte aan een grote zaal waar een balletje kon worden getrapt. De kinderen sliepen met z’n achten op een slaapzaal en er waren maar twee douchecellen Terugblik Zuster Van Wingerden kijkt terug op een mooie periode bij De Stuw, die duurde tot 1977. “In al die jaren heb ik mijn werk in afhankelijkheid van God gedaan. Ik heb er goede jaren gehad. Je bouwt een band op met de kinderen. Die is anders dan een band die een natuurlijke ouder heeft met zijn of haar eigen kind, maar je laat hen met pijn in het hart gaan in de hoop dat het hun goed gaat. Zo’n kindertehuis is een tijdelijke oplossing voor een kind. Je hoopt dat ze worden opgenomen in een pleeggezin of terug naar huis kunnen. Soms komt er nog weleens een kind van vroeger bij mij op bezoek. Dat is hartstikke leuk.”
Kader 1: ‘Historie Jeugdhuis De Stuw’ In 1913 wordt de Vereniging van Diaconieën opgericht. De generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken had even daarvoor bepaald dat de verzorging van wezen een taak is van de diaconie. Men wil een weeshuis oprichten; in augustus 1926 opent het weeshuis in Soestdijk zijn deuren. | |
