| door Christiaan Pelgrim
Gemeente in Beeld zet een plaatselijke CGK-gemeente in de schijnwerpers die iets eigens heeft dat de aandacht waard is. Deze keer Boskoop, een gemeente die werd beïnvloed door ontwikkelingen in de boomkwekerijsector.
Over CGK-Boskoop In 1900 werd de CGK van Boskoop gesticht. Vier Boskoopse broeders financierden het kerkgebouw. Zo´n achttien jaar geleden ontstond de wens om een nieuw kerkgebouw te bouwen. Na jaren van sparen, bouwen en inrichten, kon het gebouw dit jaar op zondag 6 maart in gebruik worden genomen. Tot 2007 was ds. C.C. den Hertog voorganger van de gemeente. In 2008 werd ds. M.B. Visser beroepen. Dit is zijn eerste gemeente. “Eens hadden we 300 leden. Nu zijn er zo’n 180 over.” Bart Geleijnse (74 jaar) spreekt met Stefan van Eerde (28) en Gerrit Ramp (80) over hun gemeente in Boskoop. In een gloednieuw kerkgebouw vertellen ze hoe hun gemeente beïnvloed werd door ontwikkelingen in de boomkwekerijsector. Boskoop heeft een lange geschiedenis met boomkwekerijen door zijn vruchtbare aardbodem. “Er ligt hier een veenlaag van vijf meter,” zegt Ramp. Geleijnse vult glimlachend aan: “Zelfs een kippenhok staat hier op palen.”
Unieke veengrond Geleijnse vertelt dat vroeger bijna ieder gemeentelid werkzaam was in de boomkwekerijsector. Sommigen als zelfstandig kweker, anderen als werknemer bij de handelsbedrijven. “Er waren zeker achthonderd boomkwekerijen. We kweekten vooral fruitbomen en aardbeien. Een bekend voorbeeld is de ‘Schone van Boskoop’: de Goudreinet.” Volgens Ramp specialiseren kwekers zich tegenwoordig vooral in hoogwaardige sierteelt. Als ze dat niet doen, moeten ze flink groeien. “Vroeger kon ik met een kwekerij van minder dan een hectare een goede boterham verdienen. Nu moet je minstens een paar hectare hebben om het hoofd boven water te houden. Daarom kwam in de loop der jaren steeds meer grond van ‘kleine kwekers’ te koop te staan.”
Dat het werken in de boomteelt moeilijker wordt, heeft meerdere oorzaken. Ten eerste is de unieke veengrond van Boskoop niet meer noodzakelijk. Sierheesters en coniferen kunnen, bijvoorbeeld, ook in een pot geplant worden. Verder heeft Boskoop tegenwoordig meer concurrentie van andere boomkwekerijcentra in Nederland. Geleijnse: “Ook zie je dat grote aantallen planten worden gekocht door supermarktketens, doe-het-zelfketens en via veilingen. Als Boskoop in de race wil blijven, moeten boomkwekerijbedrijven enorm uitbreiden. Toch zijn we nog in staat om het hele assortiment aan bomen en planten aan te bieden.” Of zoals Van Eerde het zegt: “De vaklui zitten hier.”
Streekgemeente Intussen trok de jeugd weg uit de gemeente. “Voor jongeren waren niet genoeg betaalbare woningen,” zegt Geleijnse. “Om woningen te bouwen moet dure kwekerijgrond worden aangekocht. Daarom zijn hier nog steeds achthonderd woningzoekenden. Verder is in Boskoop nauwelijks werk te vinden als je niet in de boomkwekerij werkzaam wilt zijn.”
Volgens Geleijnse komt een groot deel van de gemeenteleden tegenwoordig uit nabijgelegen plaatsen als Alphen aan den Rijn en Waddinxveen. “We zijn van een lokale gemeente veranderd in een streekgemeente.” Hij vindt dat deze verandering veel effect had: “Vroeger woonde iedereen in Boskoop, maar nu zie je elkaar doordeweeks bijna nooit. Het zicht op elkaar wordt minder.”
Positivisme Geleijnse vindt verder dat Boskoop een gesloten volksaard heeft. Dat merkte ik toen ik hier zon vijftig jaar geleden met mijn vrouw kwam wonen. We kregen weinig aanspraak vanuit de gemeente. Toen heb ik op een gemeentevergadering gezegd dat ik wilde dat er meer contact zou komen met leden die van buiten Boskoop in de gemeente kwamen. Daarop zei de vader van meneer Ramp die hier zit: ‘Daar moet je dan zelf maar mee beginnen’. Toen heb ik samen met anderen ‘het contact van jonggehuwden’ opgericht. Gelukkig is er nu veel meer openheid en worden nieuwe leden goed opgevangen. Het is heel belangrijk dat jongeren een band hebben met de kerk, anders gaan ze weg. Ouderen blijven wel hangen.”
Volgens de drie gemeenteleden is iedereen nu meer betrokken op elkaar. Ramp: “Het inzamelen van geld voor een nieuw kerkgebouw gaf ons een band door de activiteiten die we organiseerden.” Verder was er volgens Van Eerde ‘een hoop positivisme’ in de gemeente. “We hadden een doel voor ogen en iedereen ging ervoor. Ook zag je met het klussen dat we veel verschillende specialismen onder de gemeenteleden hebben. Dat is dan weer een voordeel van een streekgemeente.”
Over een toekomstwens hoeven de drie niet lang na te denken. “Eén van de wensen is al vervuld,” volgens Geleijnse. “Het nieuwe kerkgebouw. We zitten weer centraal, terwijl ons vorige kerkgebouw in een slecht bereikbare straat stond; een straat die in 1900 nog dé winkelstraat van Boskoop was. Nu staat ons kerkgebouw naast het station, vlak bij een verzorgingstehuis. In de buurt komen binnenkort nieuwe woningen.” Een andere wens is, volgens van Eerde, dat de huidige locatie nieuwe leden zal aantrekken. “Jonge gezinnen, maar ook bewoners van het verzorgingstehuis.”
|