Artikel
2010-11-26
De laatste
Ruim tien jaar en bijna tweehonderd columns later moet dit maar eens de laatste zijn. Een mens moet ten slotte van ophouden weten. Ik ben wel benieuwd hoe lang ik dat volhoud want ik heb er best lol in gekregen om af en toe een gedachte te ventileren. Het leuke van een column is dat het ook gerust een minder rijpe gedachte mag zijn. En die heb ik in overvloed. Je moet de slag te pakken krijgen. Vervolgens begint de queeste naar de volmaakte column. Hoogmoed natuurlijk. En onder dat oordeel vind je dan het geschikte moment om de pen een poosje neer te leggen. Liefst voordat de lezer het vonnis voltrekt. Ik dank de lezer voor zijn en haar welwillende aandacht, voor stimulerende en desnoods corrigerende opmerkingen. Vooral op pastoraal getinte stukjes kwamen er soms ontroerende reacties. Als ik eens een stukje maakte met een aanslag op een heilig huisje, keek ik eerst of mijn agenda de week erna gelegenheid gaf om puin te ruimen. Dank aan de redactie voor het vertrouwen dat dat dan ook wel lukken zou. En ooit zei een oudere zuster: ‘Ik vind het wel mooi dat je die column in de Wekker hebt, dan zie ik je gezicht tenminste nog eens’. Dank ook namens vrouw en kinderen voor de oprechte bezorgdheid om hun vermelding zo af en toe. Ik kan u gerust stellen: ze werkten graag mee aan iets van het gewone leven in een keurig kerkblad en zij mochten altijd zeggen of het doorging.

Het voorlaatste
Een vaak gestelde vraag is hoe je aan je onderwerpen komt. Mijn probleem was meestal eerder wat te kiezen. Als je met open ogen in de werkelijkheid staat, doet zich elke dag van alles voor wat gedachten geeft. Ik draag al jaren een notitieboekje bij me met waarnemingen en soms een overweging. Terugbladerend zie ik ook lege dagen en dan denk ik: wat gaat er veel aan ons voorbij. Of beter gezegd: wat gaan wij aan veel voorbij. Wat zich aan ons opdringt is lang niet altijd wat onze aandacht het meest nodig heeft. We focussen op de grote dingen terwijl er zoveel schoonheid en troost ligt in het kleine. Na een vermoeiende vergadering kikker ik helemaal op van het snorren van de dynamo van mijn ouderwetse herenfiets. De profeet Zacharia leert ons al de dag van de kleine dingen niet te verachten. Een wolkje als eens mans hand, een musje bij het altaar, geloof als een mosterdzaadje, een klein beginnetje van de nieuwe gehoorzaamheid. Soms schijnt een stukje een glimlach te hebben teweeggebracht. Een glimlach, ook zoiets kleins. Maar is dat geen vorstelijk loon voor pennenvruchten die altijd de trekken dragen van het vóórlaatste? Ik ben er althans dik tevreden mee.

J.G. Schenau
 
2011-02-04


Gedisciplineerd
Het moest er een keer van komen: een gesprek met Kees. Kees is een leuke vent. Slim ook. En daardoor had hij tot nu toe zijn schoolloopbaan met twee vingers in de neus kunnen doorlopen. Nu was hij op aandringen van zijn ouders bij ons terechtgekomen. Wij merkten al vrij snel dat Kees niet één van de meest gemotiveerde studenten was. Er kwam nauwelijks iets uit zijn vingers, hij verzuimde steeds vaker colleges en was een blok aan het been van zijn groepsgenoten met wie hij opdrachten moest doen. Kortom, tijd voor een gesprek met mij.
In dit soort gevallen heb ik er helemaal niet de behoefte aan iemand op z’n kop te geven, de oren te wassen, of wat dan ook. Ik nodig zo’n jongen vriendelijk uit om zijn verhaal te doen. Dus Kees begon te vertellen. Keurig in de gereformeerde traditie opgevoede jongen, duidelijk normen en waarden patroon meegekregen, geen grote problemen of zeer moeilijke dingen meegemaakt, hooguit wat last gehad van zijn autistische broertje, meer niet. Hij sloot zijn verhaal af met: ‘ik weet wel wat het probleem is, ik ben lui en heb geen discipline.’  ‘Volgens mij is dat helemaal niet jouw probleem’, reageerde ik. Hij keek mij met grote en verbaasde ogen aan.

Gepassioneerd
Ik zei: ‘weet je wat ik bij jou beluister en wat het punt is? Jij bent nog steeds dat jongetje dat huiswerk moet doen van de juf of van de meester en daar heb je geen zin in. Maar daar gáát het hier helemaal niet om! Wat wil jij nu in dit leven? Zie je het als een reeks verplichtingen waaraan jij moet voldoen of wil je verschil uitmaken? Hoe wil jij een licht zijn in deze wereld? Hoe wil jij vrucht dragen? Waar heb jij een passie voor? Hoe wil je dat er aan het einde van je leven over je gesproken wordt door de mensen die je meegemaakt hebben?’ Hij keek me aan alsof hij het in Keulen hoorde donderen. Zo had hij er nog nooit over nagedacht. En opeens kwam het. ‘Nu u het zo zegt, ik zou zo willen zijn als mijn opa.’ Hij begon te vertellen over zijn inmiddels overleden opa. Hoe deze zich ingezet had voor (verdrukte) medemensen. Geen tijd en geen moeite was opa te veel om zijn doel te bereiken. ‘Dat wil ik ook!’, zei Kees. Opgetogen hebben we hiervoor samen prachtige afspraken gemaakt.
Wat mij de rest van die middag bezighield, was dat er nog nooit een volwassene op dit niveau met Kees had gesproken. Hij had altijd gehoord hoe het hoort en hoe het moet, maar nog nooit was zijn verlangen opgewekt.
Aan het einde van het gesprek kreeg ik een ferme handdruk van Kees. Net als van een echte man.

E.J. van Dijk

 

 
2011-02-18

Vrijheidsdwang
In de auto luisterde ik even naar een uitzending op de radio over een voorleesboek dat dienst mocht doen op de nationale voorleesdagen. Een zeker politica vond het nodig om haar grote bezorgdheid uit te spreken over christelijke ouders die hun kinderen niet uit dat boek wilden voorlezen. De reden voor hen was de onchristelijke  of antichristelijke inhoud. Mevrouw vond dat zoiets toch eigenlijk niet moest kunnen. Stel je voor, ouders die hun kinderen niet laten kennismaken met de wereld van de magie, met andere vormen van liefde dan die tussen man en vrouw. Dat moest verboden worden. Zulke ouders onthouden hun kinderen een stuk vrijheid. Blijkbaar was voor mevrouw vrijheid een begrip dat ingevuld moet worden als ‘leven zonder beperkingen’. Ik kon niet reageren, maar anders had ik haar gevraagd of ze haar kinderen toch wel zonder enige beperking alles liet onderzoeken. Of dat nu een graai in de snoeptrommel is of gewoon eens even lekker de vijver inlopen. ‘Nee, alsjeblieft geen beperking van de vrijheid, mevrouw’. Bovendien had ik haar willen zeggen dat haar opmerkingen de vrijheid van christenen aan banden wil leggen. Dat lijkt me vreemd als je vindt dat vrijheid grenzeloos betekent. Maar waar ik vooral zin in kreeg was om deze mevrouw te gaan voorlezen uit een boek waarin het gaat over vrijheid.   

 

Vrijgemaakt
Het gaat me om deze dwaze gedachten rond vrijheid. Stel je voor dat ‘Wakker Dier’ ineens tot het besef komt dat vissen erg begrensd moeten leven.  Ze worden immers beknot in hun vrijheid: alleen maar in het water leven en binnen die grenzen moeten ze blijven. Laat die dieren ook eens een poosje op het land leven. Waarom onzin? Omdat die vissen zich als een ‘vis in het water’ voelen overeenkomstig hun natuur. Hun hele bouw is gericht op deze bestemming: leven in het water. En laat nu de mens ook een bepaalde natuur hebben en een specifieke bestemming. Hij kan alleen leven binnen die gestelde grenzen. Leven in vrijheid is leven overeenkomstig je bestemming. Is het wonder dat de Bijbel spreekt over ‘dood in zonden en misdaden’, omdat we de ons door God gegeven grenzen overschrijden? Een mens zonder God is een vis op het droge. Dat is de vrijheid zonder grenzen: dood. Deze vrijheid schenkt de duivel. Vrijgemaakt door de Zoon beginnen we te leven in de zalige vrijheid die eigen is aan de kinderen van God. Is het dus een teken van kinderlijk leven wanneer we onze gemeenschappelijke kerkorde als beknotting zien van onze plaatselijke vrijheid? Staat de gereformeerde belijdenis  de ‘vrijheid van exegese’ in de weg? Een kerk zonder grenzen is als een vis op het droge ... Vrijgemaakt, levend gemaakt? Dan: leve de vrijheid!

 

M.J. Kater

 
2011-08-19

Een groot gedeelte van ons zenuwstelsel is bedoeld om ons in toom te houden. Bij pasgeborenen  is dit nog niet goed ontwikkeld. Ze schreeuwen om voedsel, kunnen hun urine en ontlasting niet ophouden en maken bewegingen met armen  en benen die nogal doelloos zijn. Bij de meesten van ons komt dit in de loop der jaren wel weer goed, want we leren onze primitieve reflexen te onderdrukken. Als de hersenen hun remmende invloed verliezen kunnen er tal van ziekteverschijnselen ontstaan zoals epileptische aanvallen, hallucinaties en hyperactieve spieren in de ledematen (spasticiteit). Vaak zijn er dan ziekten in het spel, soms kunnen middelen als alcohol of cocaïne de oorzaak zijn. Ik moest hieraan denken toen ik op vakantie de gelegenheid had een paar dikke pillen te lezen. Allereerst het boek ‘Congo’ van David van Reybroucck. Dit bekroonde boek (690 pagina’s) beschrijft de lotgevallen van het land Congo (voorheen Zaïre) door de eeuwen heen. Het is een trieste opeenstapeling van uitbuiting, machtswellust, moordpartijen en  verkrachtingen. Het andere boek was ”Het rode paard” van Eugenio Corti over Italianen omstreeks de Tweede Wereldoorlog. Ook hier ruim 1300 pagina’s lang weer gruwelijke ontberingen, ontelbare doden en moreel verval. (Heerlijk, dat lezen in je vakantie …) Het lijkt wel dat er perioden in onze geschiedenis zijn waarbij alle remmen los zijn  en de mens alle controle kwijt is. Je zou het ook demonisch kunnen noemen, maar ik vrees dat het toch vooral uit de mensen zelf komt.

Onthersening
Teruggekeerd in het vredige Zeeland word je dan weer opgeschrikt door een moordpartij in een dorp verderop, door de moord op 69 jongeren in Noorwegen en massale plunderingen in London. Ook hier weer alle remmen los, doe gewoon wat je wilt. En als je niet durft dan kun je altijd nog wat alcohol nemen. Het komt misschien niet altijd aan de oppervlakte maar onze samenleving lijdt aan ‘onthersening‘: remmende structuren, bezielde verbanden, integratie van emotie en verstand, gevoel voor (hiërarchische) verhoudingen: ze zijn ver te zoeken. We zijn weer zuigelingen geworden: primitief en alleen geïnteresseerd in directe behoeftebevrediging. Je kunt het ook dementering noemen: verlies van verworven vaardigheden, inclusief het geheugen. Tjonge, wat ben ik somber, het wordt tijd dat ik weer op vakantie ga. Nee, beter nog: dat onze Here Jezus terugkomt.
Frank Visscher

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker