Artikel
2010-05-18

door Niels van Driel

 

Blijmoedig en dankbaar. Dat verwacht je niet van iemand die door prostaatkanker met uitzaaiingen naar de botten wordt gedwongen tot vóórtijdig emeritaat. Toch is dat de diepe indruk die een afscheidsgesprek met ds. Oosting (1947) van Biezelinge en zijn vrouw achterlaat. “We zijn zó dankbaar dat we hier het kerkelijk seizoen mogen afmaken. God is goed voor ons.”

 

Wat zijn dingen die u gevormd hebben in het leven tot wie u nu bent?

“Laat ik een paar dingen noemen. Ik ben opgegroeid op een boerderij. Daar krijg je, zeker als oudste zoon, van jongs af aan verantwoordelijkheid toevertrouwd.

Dan het leven op het internaat van de Hogere Landbouwschool, destijds in Ede gevestigd. Je werd daar gestimuleerd om zelfstandig te opereren binnen een groter geheel. De sfeer was positief christelijk. Om de beurt deden we de avondsluiting. Ik vond dat fijn om te doen.

In Ede ben ik ook Janny, mijn vrouw, tegengekomen. Zoals je weet is ook het huwelijk een vormende factor.

Mijn werk als sociaal-economisch voorlichter bij de Christelijke Boeren- en Tuindersbond was dat zeker ook. Je regelde bijvoorbeeld bedrijfsoverdrachten, adviseerde bij arbeidsongeschiktheidsproblemen en je lichtte het landbouwbeleid toe. De ene keer was je boekhouder, de andere keer advocaat, en weer een andere keer was je haast pastoraal bezig. Ik heb daar veel mensenkennis opgedaan.”

 

Was u als oudste zoon niet voorbestemd om uw vader op de boerderij op te volgen?

 “Nee, ik heb drie jongere broers. Mijn vader vond dat ik als de best opgeleide mijn toekomst buiten het bedrijf moest zoeken. Maar ik had het wel graag gedaan. Na de landbouwschool heb ik zes jaar als voorlichter bij een veevoederbedrijf gewerkt. In die tijd heb ik nog serieus omgekeken naar een boerderij. In mijn acht jaar als sociaal-economisch voorlichter bij de CBTB had ik zoveel plezier in mijn werk dat een eigen boerderij me niet meer aantrok.”

 

Mislukt

Wat Oosting intussen wel steeds meer ging trekken was het predikantschap. In 1983 maakte hij de stap naar het curatorium, en werd afgewezen.

“Dat was confronterend. Eerst dachten mijn vrouw en ik: als je niet wordt aangenomen, is het onverantwoord om je baan op te zeggen en theologie te gaan studeren. We hadden vier jonge kinderen. Maar God bracht me ertoe te zeggen: vertrouw niet op een kerkelijke weg die voor je wordt geplaveid, maar op Mij die je roept. Ik heb mijn baan opgezegd en ben in Apeldoorn gaan studeren, waar ik het volgende jaar wel door het curatorium werd aangenomen.”

 

In 1987 werd Oosting door het curatorium beroepbaar gesteld. Twee jaar lang bleef elk beroep echter uit. “Mensen weten daar niet mee om te gaan”, is Oostings ervaring. “In hun ogen ben je mislukt. Het was voor ons ook moeilijk. Maar voor mijn geestelijk leven was die tijd zegenrijk. Als God een omweg met je gaat, heeft Hij daar altijd heilzame bedoelingen mee. Op allerlei manieren hebben we ervaren dat God ook toen voor ons zorgde en mijn roeping bevestigde.

Ook met het werk is het goed gekomen. Eerst heb ik 15 maanden pastoraal werk in Veenendaal-Bethel gedaan. Nog vóór dat dit vanwege de komst van een nieuwe predikant definitief afliep, stonden er broeders uit Harderwijk op de stoep. Veel mensen begrepen deze stap niet. Voor hen waren dat twee verschillende werelden. Voor mij was het Gods leiding binnen de kerken die ik altijd als geheel heb willen dienen. Men heeft mij altijd moeilijk in een hokje kunnen plaatsen.

 

Toen kwam Boskoop, en daarna, nu al weer dertien jaar, Biezelinge. Ik ervaar het als een zegen dat het allebei overwegend agrarische gemeenten waren. Dat sloot goed aan op mijn achtergrond. Soms moest je vragen in de agrarische sfeer een beetje afhouden; ik was immers geen voorlichter meer. Daar staat tegenover dat je elkaar goed aanvoelt. Ik ben sowieso dankbaar ook in de gewone maatschappij te hebben gewerkt.”

 

Sieraad

Sinds 1995 is ds. Oosting redactielid en penningmeester van De Wekker. Geregeld zette hij met een glunderend gezicht uiteen hoe hij een financieel voordeeltje had weten te bereiken. Hebt u een paar herinneringen die eruit springen?

“Allereerst is De Wekker geweldig veranderd. Vijftien jaar geleden werd het blad gedrukt op krantenpapier zonder enige uitstraling. Nu is het een mooi magazine. Wat niet veranderd is, is de goede samenwerking binnen de redactie.

Een tweede punt dat ik wil noemen is de grote betrokkenheid bij het blad. Dat zie je elk jaar weer in de korte, bemoedigende opmerkingen bij de giften die met het abonnementsgeld worden overgemaakt.”

 

De Wekker heeft ook herinneringen aan u. Ik heb de drie hoofdredacteuren onder wie u hebt ‘gediend’ gevraagd om een korte typering:

Prof. Van ’t Spijker: “Menne Oosting: betrouwbaar, toegewijd, gesierd met liefde tot de kerk en haar geschiedenis.”

Prof. Maris: “Menne Oosting was zeker niet een boekhouder die slechts op de centjes paste. Inhoudelijk waardevol waren onder meer zijn fris geschreven series Bijbelstudies over de kleine profeten.”

Ds. Van Roekel: “Menne is voor mij de man van de vier B’s: betrouwbaar, betrokken, bedachtzaam en een echte broeder!”

Ds. Oosting lacht verlegen: “Heel mooi. Daar ben ik blij mee. Ik ervaar het trouwens zelf ook zo.”

 

Accepteren

Wat hebben de afgelopen vier jaar met u gedaan?

“Het waren geen makkelijke jaren. Het ziekteverloop was grillig. Vorig jaar heb ik zeven chemokuren gekregen, in de hoop het ziekteproces te stuiten. De eerste vier sloegen goed aan, toen stabiliseerde de situatie zich. De zevende kuur sloeg helaas niet meer aan. Zo was dus de verbetering van tijdelijke aard. Met de artsen heb ik toen mijn toekomstperspectieven doorgenomen. Ik voel dat ik mijn werk niet kan volhouden. Langzamerhand ben ik toegegroeid naar het aanvragen van emeritaat. De roeping die ik van God kreeg, mag ik nu teruggeven.

 

Graag wil ik er nog dit van zeggen: Gods genade is voor mij de afgelopen jaren heel concreet geworden. Hij is heel dichtbij met zijn genade. Daar mag ik in pastoraat en prediking ook iets van doorgeven. Ik verwonder me erover dat dit me ten deel valt. Paulus’ woord dat Gods genade genoeg is, is zo herkenbaar voor me. Mijn ziekte is ook als een doorn in mijn vlees. De kracht die ik heb, komt bij God vandaan.

Wij leven in een tijd dat ziekte eigenlijk niet kan. Ziekte hoort echter bij het leven. Ons leven is niet maakbaar, maar kwetsbaar en afhankelijk. Als gelovige moeten we ziekte, moeite en gebrokenheid accepteren.

Natuurlijk, God kan genezen. Hij doet het ook. Maar niet altijd. Als we Hem in de weg die Hij met ons gaat leren vertrouwen, rust daar een geweldige zegen op. Steeds intenser is het voor mij waar geworden dat God dicht bij me is. Er zijn mensen wie dat vreemd in de oren klinkt, maar het is de realiteit van het geloof.”

 

Maakt het uit om als dominee ziek te zijn?

“Er zitten twee kanten aan. De ene is dat het niet makkelijk is. Soms moet je meer informatie geven over je gezondheidsomstandigheden dan je eigenlijk zou willen – om indianenverhalen te voorkomen. Er is bijvoorbeeld een periode geweest dat ik zittend moest preken en met een kruk naar de kansel lopen. Je publieke rol maakt het moeilijker om dingen persoonlijk te verwerken.

De andere kant is dat je ziekte een verdieping van het pastoraat betekent. Je kunt zó dicht bij andere patiënten komen. Ook ik heb het fundament onder mijn leven even weggeslagen gevoeld toen ik medische uitslagen te horen kreeg. Ik weet wat het is om onder apparatuur te liggen. Het is geen theorie meer. Zo kun je met je ziekte-ervaringen toch weer andere mensen dienen.”

 

Zondag 6 juni, het afscheid van uw gemeente. Hoe ziet u uw toekomst daarna?

“Ik heb het nog zo druk dat ik nog niet zo met de periode daarna bezig ben. Het was mijn wens en gebed hier het seizoen af te mogen maken. Mijn vrouw en ik zijn heel dankbaar dat dit kan. In juni krijgen we de sleutel van een appartement in Veenendaal. Ik heb geen idee hoe mijn leven er na juni uit zal komen te zien. Het pastorale werk in de gemeente zal ik het meest missen. Daar heb ik zoveel vreugde aan beleefd. Ik hoop nog zo nu en dan te kunnen preken. Alle zondagen volplannen doe ik echter niet, evenmin als lang van tevoren afspraken maken. Dat is in mijn omstandigheden niet wijs.”

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker