Artikel
2010-03-21

Over het verschijnsel tijd komt men nooit uitgedacht. Wat is tijd eigenlijk? Augustinus gaf het mooie antwoord dat als men hem er niet naar vroeg, hij wel wist wat het was. Vroeg men hem er echter naar dan wist hij het niet. Het lijkt me heel herkenbaar voor dit en voor andere begrippen. Ik mijmer even mee in het besef dat iedere letter die ik tik meteen verleden tijd is. Alleen die gedachte al: alles wat ik zeg, schrijf of doe is ogenblikkelijk verleden tijd.  En toch lopen verleden, heden en toekomst op een wonderlijke manier door elkaar heen. Deze column is voor mij verleden tijd geworden, voor u als lezer bij het openslaan van De Wekker tegenwoordige tijd en voor wie het nog niet gelezen heeft toekomende tijd. Ook volgens de kloktijd is ons Nederlands heden nog toekomst in het Westen en reeds verleden tijd in het Oosten. Al reizend kun je dus een tijdstip twee keer meemaken wanneer je naar het Westen vliegt. Wanneer je naar het Oosten gaat ben je ineens een stuk tijd kwijt. Waarom deze ‘overpeinzingen’?  Het volgende weekend gaat de zomertijd weer in. Terwijl wij liggen te slapen zijn we ineens een uur verder in de toekomst. De ene ademhaling vindt nog plaats op 1.59 uur en 57 seconden en de volgende op 3.00 uur. Zijn we dan werkelijk zo in de tang van de tijd dat we zouden moeten zeggen: een uur geleden haalde ik voor het laatst adem ...? Misschien is toch maar het beste om gewoon maar op tijd te gaan slapen met het oog op de zondag die dan aangebroken is!  Deze wat dwaze gedachten willen onderstrepen dat we er toch wijs aan doen de tijd eens wat te relativeren. De haas en de slak beleven 31 december op dezelfde dag.

 

De Geest van de tijd

Wij zijn van gisteren en weten niet, zo zei Job het. Wat een zegen om te weten dat de tijd verbonden is met de eeuwigheid. Immers, de eeuwige God heeft ons de tijd gegeven als een ‘eigen tijd’ voor de schepping. Na de zondeval tikte de klok gewoon door. Het wonder van Gods lankmoedigheid! Over subjectieve tijdsbeleving gesproken: wat wordt de ‘stille tijd’ gevuld met de eeuwigheid wanneer de Geest ons de tijd doet beleven als genadetijd. De Geest van God is het immers die de tijd in handen heeft. En dan te bedenken dat Hij in Wie de tijd geschapen werd drie uur in onze tijd in de duisternis van de Godverlatenheid gehangen heeft. Drie uur, verbonden met de eeuwige straf. Dat laat ons weten dat we de eeuwigheid niet moeten tellen – als alleen maar eindeloos lang – maar wegen. Het gewicht van de eeuwigheid is de heerlijkheid van God. Dankzij die drie uur die ‘voorbijgegaan’ zijn, is er nu sprake van het ‘heden van de toekomst’(prof. Versteeg). Het is de Geest die de tijd in handen heeft om de toekomst in het hier en nu te doen aanbreken als het ‘onderpand’ van de erfenis. Wie zo een mens-van-de-tijd is, is verlost van de tijd-als-gevangene van de duivel. De duivel heeft z’n langste tijd wel gehad ... 

M.J. Kater

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker