| door J.A. Voorthuijzen
Terwijl Nederlandse militairen hun uiterste best doen om stabiliteit in een ontwricht Uruzgan te brengen, spat in onze residentie de regering als een clusterbom uit elkaar. Waar al tijden over werd gespeculeerd en door een deel van de Nederlandse politiek sterk op werd gehoopt, is in de nacht van 19 op 20 februari 2010 waarheid geworden. Het vierde kabinet Balkenende diende zijn ontslag in bij de Koningin, omdat het PvdA smaldeel zich uit de strijd terugtrok.
Over deze gebeurtenis is al veel geschreven en al bijna alles gezegd dat er gezegd kan worden. Vanuit verschillende invalshoeken zijn analyses gemaakt en conclusies getrokken. Veel hiervan was gericht op de aanloop, de afloop en het vervolg. In samenhang daarmee is herhaaldelijk de schuldvraag aan de orde geweest. Veel politici hebben geprobeerd de schuld van dit alles zo snel mogelijk bij de andere partij neer te leggen. Vandaag wil ik de schuldvraag niet aan de orde stellen. Waar het mij wel om gaat is dat in veel reacties de noties van schaamte en schande niet doorklinken.
Een beschamende vertoning
Ik ben niet in staat om een complete analyse van de gebeurtenissen te geven die iedereen recht doet. Maar ik durf de stelling te verdedigen dat de nationale politiek van de afgelopen weken een gênante en beschamende vertoning is geweest. Als “volwassen generaties” doen wij soms ons beklag over het teruglopend respect voor ouderen en het tanend gezagsbesef bij onze jongeren, maar hebben zij hierin wel het goede voorbeeld gekregen? Via de media konden we “meegenieten” van een oppositie die bloed rook en overal waar gebeten kon worden, met veel gegrom de tanden liet zien. Het meest stuitende voorbeeld daarvan was de voorvrouw van Trots op Nederland, die de minister van financiën aansprak op een politiek onwaardige manier. Maar ook het verbeten optreden van de SP heeft mij verbijsterd. En de echte motieven van de PvdA-ministers om hun ambt neer te leggen heb ik tot op de dag van vandaag niet doorgrondt. Afgelopen weken zijn er krachten onder onze volksvertegenwoordigers los gekomen, die door een hamerende voorzitter van de Tweede Kamer en het parlementaire protocol niet te beheersen waren. De enige partij die ik op een waardige manier oppositie heb zien voeren en staatkundig zag opereren was de SGP. Jammer dat de camera’s daar zo weinig op gericht worden.
Een bittere smaak
Dit alles zou nog te verteren zijn als het duidelijk was dat onze volksvertegenwoordigers vanuit een integere betrokkenheid op het welzijn van onze samenleving als geheel, hun werk hadden gedaan. Als een dergelijke betrokkenheid op een zeker moment tot emotiepolitiek leidt is dat voor een gewone burger nog te begrijpen. De zaak waar je voor staat kan bezit van je nemen. Het kan de anders te afstandelijke regenten een meer menselijk gezicht geven. Maar helaas. Om wat de afgelopen weken heeft plaatsgevonden hangt een indringende, penetrante geur van partijpolitiek, eigenbelang en berekenend handelen. Veel van wat gezegd en gedaan werd, gebeurde met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen die afgelopen woensdag hebben plaatsgevonden. Dan gaat het blijkbaar niet meer om de zaak of de inhoud, maar om het effect op toekomstige zetelverdelingen. In de dagen na de val van Balkenende IV heb ik te veel opgeluchte en optimistische gezichten van politici uit het (voormalige) kabinet en de oppositie gezien. En in de meeste gevallen werd handig geprobeerd de schuld bij de ander neer te leggen. De campagne voor de volgende landelijke verkiezingen zijn dezelfde nacht nog van start gegaan en daarin past het blijkbaar niet om in een periode van bezinning aan te geven dat er door jouw toedoen zaken fout zijn gelopen en je wat je eigen optreden betreft het liever anders had gedaan. Een positieve uitzondering hierop vormde minister Rouwvoet die merkbaar aangeslagen vertelde dat hij zich schaamde voor dit falen van de nationale politiek en zijn eigen tekortkomingen daarin. Terwijl we als land in een situatie verkeren dat er met krachtige hand geregeerd moet worden, dat er keuzes gemaakt moeten worden om het huishoudboekje van de staat weer op orde te krijgen, gaan er kostbare maanden verloren aan het maken van mooie beloftes, het schrijven van politieke programma’s en het slim onderhandelen over de vraag wie de meeste macht in het volgende kabinet zal krijgen. En daarna kan het spel opnieuw beginnen …
Respect voor de militairen
Het valt te hopen dat de Nederlandse soldaten in Uruzgan door deze Haagse clusterbom niet geraakt zijn. Het is voorstelbaar dat het voor hen pijnlijk was om te merken dat ze in de Haagse discussies misbruikt zijn, terwijl ze met gevaar voor eigen leven zich inzetten om in Uruzgan een stabiele samenleving op te bouwen. De laatste signalen zijn dat hun inzet in de komende periode een waardig voorbeeld zal vormen en dat zij zich op integere wijze uit Uruzgan terug zullen trekken. Dit schrijvend en lezend voelen we de pijn en het verdriet van alle Nederlanders die een geliefde moeten missen, omdat deze tijdens de missie in Uruzgan is omgekomen. Dat het optreden van de politiek ouders, echtgenotes en kinderen kan verbitteren is zeer goed te begrijpen.
Een dubbele spiegel
Om de situatie van de afgelopen weken echt te begrijpen zullen we nog wel wat scherper in deze spiegel moeten kijken. Het is voor niet-politici te gemakkelijk en te verleidelijk om in deze periode alleen maar met teleurstelling op een afwijzende toon te spreken over het politieke bedrijf. Of elk volk de leiders krijgt die het verdient, zoals een oud gezegde beweert, is de vraag. Maar één ding is zeker: elk volk krijgt wel de leiders die het verkiest. En daarmee is de Tweede Kamer een betrouwbare afspiegeling hoe wij als volk denken en doen. De huidige leiders zijn door ons gekozen en feitelijk door ons gevraagd om het land te besturen. Onze samenleving als geheel staat er dus niet beter voor dan de spiegel van de Tweede Kamer ons momenteel laat zien. En eerste peilingen waar het met een nieuwe Tweede Kamer naar toe gaat stellen op geen enkele manier gerust. Vijf heel diverse partijen met tussen de 20 en 30 zetels zijn voorboden van een langdurig en stroperig formatieproces. De politiek is verdeeld omdat het Nederlands volk verdeeld is. En van dit volk maken wij als christelijke minderheid dagelijks deel uit in onze eigen verbanden op ons eigen niveau. Daartussen zitten we in de trein en in de collegebanken. Daarmee drijven we handel en daarbinnen verdienen we ons geld.
En wie zichzelf leert kennen wordt hier bovenop ook nog een keer geconfronteerd met de pijnlijke vraag of hij of zij wel een betere politicus zou zijn. Op grond waarvan? Je moet wel uit heel bijzonder hout gesneden zijn om niet meegezogen te worden in het politieke bedrijf en om weerstand te kunnen blijven bieden aan de zuigkracht van de kiezersgunst en de altijd aanwezige media. Dat lukt alleen met Gods hulp!
Buss und Bettag
In Duitsland kennen ze die mooie combinatie van Buss und Bettag. Een dag waarop verootmoediging voor alles waar we ons voor schamen en schuldig over (hebben te) weten en gebed om vergeving en de leiding van Gods Geest samen kunnen komen. In Nederland kennen we de jaarlijkse biddag voor gewas en arbeid op de tweede woensdag van maart. Hierin kunnen de zorgen over ons land en ons eigen onvermogen een plaats krijgen. En hopelijk krijgen we die dag helder zicht op de kracht en de macht van de HERE onze God. We hebben immers een God die graag vergeeft en Zijn zegen aan mensen schenken wil. En als we over onszelf en onze invloed op de Nederlandse samenleving teleurgesteld zijn, is er nog altijd die bijzondere belofte dat een klein aantal kinderen van God een hele stad redden kan. De geschiedenis van Sodom en Gomorra (Genesis 18) laat zien dat 10 rechtvaardigen genoeg waren om de beide steden te redden. Wat dat betreft mogen we op onze komende biddag van Hem alles verwachten voor ons land, voor onze kerk en voor onszelf.
J.A. Voorthuijzen maakt deel uit van de redactie en is lid van de kerk van Kampen. |