| door Miranda Renkema
Planten of begraven? Hoe moet het verder met de kerk? Deze vraag stond vorige week centraal op een symposium van de Confessionele Vereniging in de Protestantse Kerk, waar een referaat werd gehouden door dr. Stefan Paas over vernieuwing van de kerk, en door dr. W.M. Dekker over begraven van de kerk. De referaten maakten heel wat reacties los in de christelijke bladen en op de christelijke weblogs.
Die vele reacties geven iets weer van hoe hoog de vragen rond de kerk zitten en hoe groot de zorgen zijn. Misschien voelt het voor sommige lezers heel ver van hun bed, deze vragen. Op sommige plekken in ons land en in sommige van onze kerken is er nog niet zo heel veel van te merken als je ‘s zondags alle kerkgangers ziet. Maar op andere plekken is het zó pijnlijk voelbaar: de absolute marginalisering van de kerk. Het verdriet om mensen te zien vertrekken en het onvermogen om mensen met het evangelie te bereiken.
Hoe moet je ertegenaan kijken, tegen die ontwikkeling? Moeten we hard werken om andere vormen van kerk-zijn te vinden? Allerlei concepten komen overwaaien en worden uitgeprobeerd. Maar ze verdwijnen ook weer vaak. Zou één van die modellen een echte oplossing bieden? En nog dieper: móet de kerk er eigenlijk wel zijn? Sommige christenen vragen zich af: gaat het er niet gewoon om dat we als gelovigen discipelen van Jezus zijn en heeft de kerk zijn langste tijd niet gehad? ‘Stop doing church en start being disciples’! Soms lijkt het woord ‘kerk’ alleen nog met een zekere minachting te worden uitgesproken.
Heilige, algemene, christelijke kerk ... Ik hou van de kerk. Dat komt omdat ik de kerk niet als een ‘iets’ zie. Ik ben nog niet zo heel oud, maar toen ik op catechisatie zat moesten we nog een aantal catechismuszondagen uit ons hoofd leren. Niet allemaal, maar een aantal vragen en antwoorden waarvan het belangrijk gevonden werd om ze in je leven mee te dragen. Deze hoorde daarbij en ik heb de tekst inderdaad sindsdien meegedragen: “Wat gelooft u van de heilige, algemene, christelijke kerk? - Ik geloof dat de Zoon van God zich uit het gehele menselijke geslacht een gemeente die tot het eeuwige leven uitverkoren is, van het begin van de wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt ... en ik geloof dat ik van deze gemeente een levend lid ben en eeuwig zal blijven” (in een bewerking door dr. R.H. Bremmer).
Wat geloof ik van de kerk? Ik geloof dat de Zoon van God zich een gemeente vergadert – dáár ligt de kern van wat de kerk is. De kerk, dat is geen instituut, geen menselijke vereniging, geen historische vergissing, maar het is een dáád van Christus: Hij vergadert zich een gemeente. Hoezo: ‘stop doing church’? Wij gaan er niet eens over.
Total Church En dat vind ik zo mooi aan de tweede conferentie die in de afgelopen weken over dit onderwerp is gehouden: op 8 en 9 april kwamen ruim 200 christenen samen in Amerongen naar aanleiding van de presentatie van de Nederlandse vertaling van het boek ‘Total Church’ van Tim Chester en Steve Timmis. Deze theologen zijn een netwerk van christelijke geloofsgemeenschappen begonnen in Sheffield, Engeland, en geven in het boek een verantwoording van de principes achter hun keuzes. Ze gaan uit van twee basisprincipes: in het leven van een christen moet het draaien om het Evangelie, en in het leven van een christen moet het draaien om de kerkelijke gemeenschap. De kerk mag er zijn! Twee lijnen die in het boek in dit verband onderstreept worden:
1. God vergadert zich een volk
In teksten als Titus 2: 14 laat Paulus zien dat Christus zich een volk wil vergaderen en niet slechts losse individuen die in Hem geloven. Dit is een doorgaande lijn in heel de Bijbel. Het verhaal van de Bijbel is het verhaal van God die Zijn belofte vervult: ‘Ik zal jullie aannemen tot mijn volk, en Ik zal jullie tot een God zijn’ (Exodus 6: 6, Openbaring 21: 3). De kerk is geen bijkomstigheid in Gods plan, het staat in het centrum van Gods doorgaande werk. Gods bedoeling is niet slechts om losse individuen te redden, maar om uit de wereld een volk tot Zijn eigen eer te roepen. In Exodus 19: 6 klinkt het zo: “En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk”, en in 1 Petrus 2: 9,10: “Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen”.
2. De kerk staat centraal in Gods missie
Na de zondeval begint God Zijn plan om een nieuwe mensheid te scheppen met een belofte aan Abraham. In het kiezen van Abraham laat Hij de rest van de mensheid echter niet in de steek: door Abraham zal Hij alle volken zegenen (Genesis 12: 1-3). Deze woorden bepalen het grondpatroon van het hele Bijbelse verhaal. God komt door zijn volk heen tot zijn missionaire doel voor de volken. Israël wordt door God uit alle volken uitgekozen om ‘zijn kostbaar bezit’ te zijn (Exodus 19: 4-6). Tegelijk is deze unieke status van Israël goed nieuws voor de volken. God roept zijn volk om een koninkrijk van priesters te zijn, apart gezet om voor de volken Gods karakter te weerspiegelen. Israël moet in gehoorzaamheid aan Gods Woord in zichtbare heiligheid leven, zodat de volken naar het leven onder Gods heerschappij geroepen worden (Deuteronomium 4: 6-8). Israël slaagde er niet in die roeping te verwezenlijken, maar God belooft een dienaar te zenden die alles zal zijn waartoe Israël was geroepen en door wie Hij alle volken zal zegenen opdat zijn heil tot het einde der aarde zal reiken (Jesaja 49: 6).
Jezus wijst op Zichzelf als de vervulling van deze belofte (Johannes 8: 12). Vervolgens noemt Hij zijn gemeente zout en licht, en draagt hen op dat licht te laten schijnen opdat de mensen ‘uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is verheerlijken’ (Matteüs 5: 16). Ook in het Nieuwe Testament is de christelijke gemeente het middel waardoor God zijn belofte aan Abraham vervult. Gods heerlijkheid zal stralen over de volken wanneer de kerk in gehoorzaamheid leeft onder de heerschappij van de Messias. Zodat eens de volken zullen wandelen in het licht van het Lam en dat de koningen hun heerlijkheid in Gods stad zullen brengen (Openbaring 21: 23). De kerk is dus niet een extra of een optie, ze is het hart van Gods plan.
En dus?
Eigenlijk is dit verhaal niets nieuws. Geen nieuw kerkconcept, geen spectaculaire evangelisatiemethode. Maar als ik deze notie serieus neem, is het wel radicaal. Het betekent dat de kerk niet één van de ballen is die ik hoog moet houden in mijn leven naast alle andere verantwoordelijkheden die ik heb (van werk, gezin, sociale verbanden, maatschappelijke verantwoordelijkheid etc.), nee, het is het centrum van mijn leven, het bepaalt mijn identiteit: ik ben deel van Gods gezin, deel van zijn volk. En vanuit die identiteit ben ik samen met mijn gezinsleden geroepen om anderen te laten proeven van wat het leven met God inhoudt. Die identiteit bepaalt de keuzes die ik maak, en die we gezamenlijk maken, als volk dat leeft met de grondwet van het Koninkrijk (Matteüs 5-7)!
Natuurlijk is er dan nog steeds een verantwoordelijkheid om na te denken hoe de kerk vormgegeven moet worden. En het is ook niet gezegd dat de kerk zoals die nu in Nederland bestaat het zal redden en voor altijd zal bestaan. De waarschuwing uit Openbaring 2: 5 is reëel: God kan de kandelaar ook wegnemen. En Hij heeft veel reden dat in ons land te doen. Maar als het gaat om de kerk als gemeente die Christus zich verzamelt, dan is het een vaste zekerheid dat die gemeente er toe doet en door Hem wordt bewaard. En dat ieder die door geloof aan Jezus verbonden is het mag nazeggen: ‘dat ik van die gemeente een levend lid ben en eeuwig zal blijven’. Pasen, dat betekent: Jezus leeft – en de kerk met Hem!
Mevr. M. Renkema-Hoffman is theologe en lid van de redactie
|