Artikel
2011-01-21

door J.W. Maris

De manifestatie van ‘Taizé aan de Maas’ – 25.000 jongeren bijeen in Ahoy in Rotterdam  in de laatste dagen van 2010 – heeft alom indruk gemaakt. Een manifestatie van de gemeenschap der heiligen waar ook ‘neutrale’ media over berichtten. Houdt dat aan de kerken in hun verdeeldheid geen spiegel voor? Ik denk van wel!

Het geeft tegelijk aanleiding ons te bezinnen op de gemeenschap der heiligen, zoals we die belijden. Ik doe dat door ook kanttekeningen bij Taizé te plaatsen, die ons helpen scherper te kijken, en de spiegel haar werk beter te laten doen.

De oecumenische gemeenschap van Taizé
De geschiedenis van Taizé begint in de oorlogsjaren. De Duitse predikant Roger Schutz was tot aan zijn gewelddadige dood in 2006 de bezielde leider en de abt van de gemeenschap die gevestigd werd in dit Franse dorpje. Verzoening tussen Duitsers en Fransen, tussen christenen onderling, en een teken van eenheid in de wereld – dat straalde ervan uit. Meer dan honderd mannelijke leden van de gemeenschap hebben zich levenslang, mèt een belofte van celibaat, aan het ideaal van Taizé toegewijd. Sinds de jaren 1960 trekken jongeren uit vele landen erheen, en ontvangen er stimulansen van spiritualiteit. Zowel protestanten als rooms-katholieken voelen zich er thuis, bij de vieringen, de corveediensten, de gesprekken, en de liederen!

Tot de centrale gedachten en doelstellingen behoort de overgave aan de Gekruisigde. Dit kan uitkomen in de symbolische handeling, dat iemand  zijn voorhoofd op de kruisicoon legt in het centrum van de bijeenkomst, om zo alle lasten aan Hem over te geven. Geven en ontvangen zijn wezenlijke woorden. Ieder geeft in Taizé iets van zichzelf, doordat hij meehelpt, zijn gedachten deelt en in de kerk zingt. En hij ontvangt doordat hij spirituele geborgenheid en de harmonie met zichzelf ervaart. Die ervaring er is vervolgens om die te delen met anderen. Dat delen is een belangrijk element!

Rond de Bijbeluitleg is ‘innerlijke vrede’ van grote betekenis. Mensen worden aangesproken op hun diepste innerlijk. ‘In het diepste van ons menszijn ligt de hoop op een aanwezigheid, het stille verlangen naar gemeenschap. Laten we niet vergeten dat alleen al dit verlangen naar God het begin is van het geloof.’ Deze uitspraak van broeder Roger past bij een element dat vaak wordt benadrukt, namelijk dat wij God kunnen vinden wanneer we diep bij onszelf te rade gaan, bij ons geweten, bij onze zoektocht naar wat goed, recht en waar is.
Zo ontstaat ook een gemeenschap. Dat is niet minder een sleutelwoord in Taizé. Daarin zijn ‘mensen die heel hun leven willen geven, die elkaar proberen te begrijpen en zich steeds weer met elkaar verzoenen; een gemeenschap waarin eenvoud en goedheid van hart voor allen centraal staan’.
In dit alles is Christus ‘degene wiens spoor je volgt’, zoals het ook in de levensgeloften staat van de broeders die tot de gemeenschap toetreden.

Bijbelse lijnen voor gemeenschap
Bovenstaande noties zijn niet uitputtend, maar wel karakteristiek voor Taizé.
Wanneer je daar enkele Bijbelse noties naast zet, vallen er genoeg accentverschillen op die vragen oproepen, maar tegelijk mag je vragen naar de uitstraling die christenen in Nederland hebben op de wereld rondom.

Wij kennen de mooie omschrijving in de Heidelbergse Catechismus van de gemeenschap der heiligen. Daarin belijden wij (antw. 55) ‘Ten eerste dat de gelovigen allen tezamen en ieder persoonlijk als leden deelhebben aan de Here Jezus Christus en al zijn schatten en gaven. Ten tweede, dat ieder zich geroepen moet voelen om zijn gaven tot nut en heil van de andere leden bereidwillig en met vreugde te gebruiken.’
Daar zitten inderdaad Bijbelse lijnen in die ik in een paar grondtrekken wil volgen. Terloops zien we dan ook enkele verschillende sporen vergeleken met Taizé.
Op een rijtje gaat het dan om het deelhebben aan Christus, vervolgens ook om het deelhebben aan de Heilige Geest en zijn gaven. Dat komt ook uit in het deelhebben aan het lichaam en bloed van Christus.  De gemeenschap van geloof en van onderling dienstbetoon komt daar vanzelfsprekend uit voort.
We merken op, dat hier het hele geloofsleven aan de orde komt binnen de toonzetting van het woord gemeenschap! Ondanks onze mooie belijdenis is de vraag terecht, of wij het geloofsleven niet doorgaans te individualistisch bespreken en beleven. De gemeenschap lijkt soms wel iets bijkomstigs onder ons – het gaat immers maar om wat tussen jou en de Here in orde moet zijn? Wel – dan brengt Taizé ons al een spiegel, laat dat dan echter maar die van de Bijbel zijn.

Gemeenschap met Christus
Aan de kerk die in de onderlinge gemeenschap nogal wat barsten en scheuren vertoont, in Korinte, schrijft Paulus al in hoofdstuk 1: 9 van zijn eerste brief: ‘God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here.’ Daar ligt nadruk op het initiatief dat bij God ligt. Wij moeten het niet in onszelf zoeken, maar we hebben te horen naar een roepstem! En de gemeenschap die voorop staat is die met Christus. Wat dat inhoudt volgt in de uitweiding van de apostel over het woord van het kruis (1: 18 e.v.). Dat is de boodschap van het dwaze Gods dat sterker is dan de wijsheid van mensen. Het loopt erop uit dat we weten wie Christus voor ons is: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing (1: 30). Gemeenschap met Christus is deelhebben aan wat zijn kruisiging voor ons betekent.
En dan gaat het dus over verzoening van de schuld, waarvan we ook gerechtvaardigd, vrijgesproken moeten worden, en die in de heiliging een mens niet meer domineert. Vreemd, dat het woord zonde, in de zin van schuld tegenover God, in Taizé met een lantaarntje te zoeken is! En datzelfde geldt van het woord verzoening in de zin van wegneming van de schuld door onze Borg.

Gemeenschap met Christus wordt in de Schrift bijzonder zichtbaar in de viering van het avondmaal. In 1 Korintiërs 10: 16 lezen we over gemeenschap met het vergoten bloed van Christus en met het verbroken lichaam van Christus. In de beleving van deze tekenen is de innigheid van de gemeenschap aangeduid, die thuishoort in de gemeente. Gemeenschap met Christus staat geen moment los van de gemeenschappelijkheid van de gemeente! In 1 Korintiërs 10 en 11 wordt die samenhang duidelijk!
Het ligt daarbij opgesloten in de woorden dat het niet om een redenering gaat, maar om wat mensen diep in hun hart aangaat. De bron daarvan ligt wel buiten ons! Er is in het Nieuwe Testament nog veel meer te vinden over gemeenschap met Christus, maar een spoor zien we wel liggen.

Gemeenschap van de Heilige Geest
Het woord gemeenschap staat ook uitdrukkelijk in verband met de Heilige Geest, zoals we het regelmatig horen in de zegen uit 2 Korintiërs 13: 13. De Heilige Geest staat nooit los van Christus. De Geest is het die de gemeenschap met de Zoon schenkt en bewerkt, maar die niet minder te maken heeft met de onderlinge gemeenschap in de gemeente. Participatie aan de Heilige Geest en de onderlinge opbouw van het lichaam van Christus zijn niet van elkaar te scheiden. De Heilige Geest als de schenker van wedergeboorte en geloof, die ons aan Christus verbindt en het nieuwe leven in een mens doet groeien en bloeien – die Heilige Geest woont niet in de eerste plaats in een individu, nee de Heilige Geest woont in de gemeente, en zo ook in gelovigen afzonderlijk. Denk aan die prachtige aanduiding van de gemeente als ‘woonstede Gods in de Geest’, de plaats dus waar de drie-enige God woont in de persoon van de Heilige Geest. (Ef. 2: 22).
Slechts op die manier – in samenhang met de gemeenschap met Christus, en dus ook in samenhang met de verzoening van de schuld – wordt de gemeente een echte gemeenschap!

Liefde
En de wereld zal waarnemen, hoe er liefde is onder de gelovigen. De apostel der liefde stelt de betekenis van de liefde in zijn evangelie en in de brieven aan de orde. In het hogepriesterlijk gebed komen de diverse aspecten van een intense gemeenschap indrukwekkend bij elkaar. ’De heerlijkheid die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij hebt liefgehad.’ (Joh. 17: 22-23)
Laat dat de spiegel maar zijn die de kerk, die ons, wordt voorgehouden.

 

J.W. Maris, emeritushoogleraar in de dogmatische vakken, te Apeldoorn


 

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker