Artikel
2010-11-12
door Leonard Walpot

Op 5 november was het 60 jaar geleden dat Willem van ’t Spijker bevestigd werd als predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Drogeham. Hoewel we nu met enige eerbied spreken over prof. dr. W. van ’t Spijker is hij naar eigen zeggen altijd een gewone jongen gebleven. “Jezus Christus, dat is waar het om draait.”
Het is maandagmorgen 8 november 10 uur als ik aanbel bij de mooie woning van prof. dr. van ’t Spijker. Even joviaal als hijzelf is, zwaait de deur open en word ik binnen gelaten. Hij is trots op de woning, die van prof. Hovius geweest is. “Ik ben vanuit dit huis getrouwd, want professor Hovius was mijn schoonvader.” Boven de stoel waar Van ’t Spijker graag zit in de woonkamer hangt nog een portret van hem, “het is wel mooi om die erbij te zetten op de foto.”

Ter gelegenheid van zijn 60-jarig jubileum als dominee, preekte van ’t Spijker afgelopen zondag in zijn eerste gemeente; die van Drogeham. “Ik heb gepreekt over Hebreeën 13: 8. Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid. Dat is namelijk de kern, Jezus is en blijft dezelfde. Wij mensen veranderen honderd keer. Als christenen veranderen we honderd keer. Ook theologisch gezien heb je dan deze school, dan die school. Je wordt er ziek van. Maar Jezus Christus zelf, die verandert niet. Wij zijn domme mensen, nietwaar. Alles wisselt op Zijn wenken, maar hij zelf verandert niet. En daar ligt ons fundament.” Van ’t Spijker vond het fantastisch om weer in Drogeham te preken. Er zitten nog mensen die hij kent van vroeger, aan wie hij catechisatie gaf. “Maar natuurlijk ook veel jong volk die je herkent in de gezichten. Hij is zijn vader uit het gezicht gesneden zeggen de Duitsers.”

Avondmaal
“Vorige week preekte ik in Oosterbeek. ’s Middags ging het over zondag 28. Dat gaat zo diep, over de vraag hoe men bij het Heilig Avondmaal komt. Ik bedacht me toen dat in Apeldoorn binnen een straal van zes kilometer het brood gebroken wordt in wel zes of zeven gereformeerde kerken. Het avondmaalslaken is dus verscheurd. Terwijl de soldaten bij het kruis zaten en zeiden ‘Dit zullen wij niet scheuren want dit is het kleed van Christus.’ Die verdeeldheid bij ons is eigenlijk onbestaanbaar. Wat ik dan ook erg mooi vond is het feit dat de CGK en GKv hier in Apeldoorn gezamenlijk een avondmaalsdienst hebben gehouden. Dat is een getuigenis geweest, want men vond elkaar daar bij Jezus Christus. Waar komt de eenheid sterker in uit dan juist bij het gebroken brood? Toch maken we als kerken te vaak ruzie en dat betaamt ons niet. Ik denk dat daardoor de hele zaak compleet veranderd is. Want een ieder moet nu zijn eigen stek hebben, het wordt afgebakend en vervolgens wordt de zaak opgesplitst.”

Desondanks bent u kritisch over de mogelijkheid tot kanselruil met de HHK.
“Er zit natuurlijk wel een element in dat toe te juichen is, omdat het een poging is in een duister landschap enig licht te verschaffen. Over de verdeeldheid ben ik nogmaals kritisch, want ik mag toch aannemen dat de Schrift het juist heeft als ze het heeft over één kudde.” “Maar de HHK heeft ook te maken met onderlinge verdeeldheid, dat kan ook niet anders want dat hebben ze meegenomen sinds hun ontstaan. Daarnaast kunnen wij als CGK het wel willen, maar het is niet bekend of alle predikanten van de HHK het wel eens zijn over kanselruil met de CGK, daarom heb ik er ook een kritische noot bij.”

“In al het samenwerken is het gevaar van een schijneenheid aanwezig. Dat is inherent aan het gereformeerd protestantisme in Nederland. Toen de kerk nog één was, dacht men dat men één was. Maar dat was niet zo, want de provinciale kerken waren onderling al verschillend. De gewoonten waren anders, de manier van preken en de binding aan de belijdenis was hier en daar ook verschillend. Natuurlijk speelde hierin wel de rol van het staatsbestuur die de kerk ook deels bijeen wist te houden.” “Dat wij binnen onze kerken de kunst hebben verstaan – nee, dat mag ik niet zeggen – dat het ons gegéven is dat wij voor langere jaren een vorm gevonden hebben om op de langere termijn met elkaar om te gaan dat is heel goed. Maar daar hebben wij ook genoeg aan. We hebben elkaar nodig. Onze kerken zouden in dat opzicht niet moeten nadenken over wat aan de rechterkant en wat aan de linkerkant kan gebeuren.”

“Voorlopig zijn we op onszelf aangewezen. Overigens hoef je over niets te verbazen, want de dingen die we meemaken zijn er allemaal al geweest. Het wordt slechts in een ander tempo en in een variatie opnieuw ten tonele gebracht. Maar wat er is, dat is ook allemaal geweest. In onze kerken is het altijd zo geweest. Eén periode was het misschien anders en dat was in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw. Dat was toen wij begonnen om weer wat grotere gemeenten te krijgen en alles wat meer georganiseerd werd. Dan lees je ook niet dat die dominee daar niet mag preken en die dominee daar niet. Al die preekbeurten stonden mooi in het blaadje van dominee Knap uit Groningen. Ook het beroepingswerk stond daarin. Gemeenten uit het noorden beriepen uit het zuiden en gemeenten uit het zuiden beriepen uit het noorden. Nu, men maakt die scheidslijn natuurlijk vaak. Je ziet dan ook dat God niet met zulke kleine geografische dingen werkt. De ganse aarde is des Heeren staat er. Wij hebben het over de details.”

Weduwnaar
Twee jaar geleden verloor Van ’t Spijker zijn vrouw. “Het feit dat ik weduwnaar werd is de meest ingrijpende zaak die ik ooit heb meegemaakt. We kenden elkaar vanaf ons zeventiende jaar. We waren 65 jaar samen en al die tijd bij elkaar geweest. Ik heb mijn werk nooit kunnen doen zonder mijn vrouw. Toen ze de laatste drie jaar van haar leven steeds zieker werd heb ik tegen haar gezegd dat ze de deur niet uit mocht en heb beloofd voor haar te zorgen. Ik heb wel gepreekt ondertussen. Dat was een vertroosting in alle dingen. De eerste die van een preek kan genieten dat kan een dominee zelf zijn. Ze is toen uiteindelijk heengegaan en je gaat dan anders over dingen denken. Je weet dat ze bij Jezus is, maar waar is Jezus? Vragen over de hemel worden ineens concreet. Niemand ontkomt eraan om eens te sterven. Je weet het. Je preekt erover, je preekt ertegen, je preekt erdoorheen, weet ik veel, maar als het zover is dan besef je pas wat het is. Het is onberekenbaar, want het is de dood en die hoort er helemaal niet bij. De bezoldiging der zonde is de dood, máár de genadegift Gods is het eeuwige leven. Als predikant heb ik de dood vaak meegemaakt, maar toch, als je vrouw overlijdt maak je hetzelfde mee alleen op een andere manier. Daarom preek ik er ook anders over. Maar het is niet onze taak om op de preekstoel uit te leggen hoe dat is. We moeten de Schrift verkondigen. Ik heb geen garantie dat mijn woorden rondom het sterven van mijn vrouw ook door de Heilige Geest gebruikt zouden kunnen worden. Ik heb wel de garantie dat wanneer ik het Woord preek de Heilige Geest ermee zal doen wat Hij wil en dat is wonderlijk.”
 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker