| Dit nummer van De Wekker verschijnt op 9 juli. Dat is precies één maand na de laatst gehouden verkiezingen voor de Tweede Kamer. Verkiezingen waarbij de Nederlandse politiek stevig is opgeschud. Zodanig zelfs dat de formatie van een nieuw kabinet een enorme klus lijkt te gaan worden, omdat voor een solide meerderheid in het parlement minstens 4 partijen nodig lijken te zijn. En dat terwijl deze zelfde partijen in de afgelopen maanden vol overgave hebben aangegeven hoe verkeerd Nederland er uit zal gaan zien wanneer de ander in een regering terechtkomt. De verkiezingen hebben wat dat betreft een grote verdeeldheid in ons land aan het licht gebracht. Er is geen sprake van eenheid in ons land.
Tegelijk doet zich het vreemde gegeven voor dat op deze dag van verschijnen Nederland massaal oranje kleurt. Nederland wordt bij het WK voetbal in Zuid-Afrika minstens 4e en mogelijk zelfs wereldkampioen. De koorts neemt toe en massaal stemt Nederland af op dezelfde zender, zijn de straten uitgestorven tijdens de wedstrijden en ‘staan we met zijn allen achter Oranje’. Een groot ‘wij-gevoel’ maakt zich van velen meester. Wat daar allemaal achter zit, laat ik nu maar even rusten. En wat er vanuit Bijbels perspectief gezegd moet worden over de gekte, laat ik nu even buiten beschouwing. Ik constateer nu even dat een maand na de ‘verkiezingen van de verdeeldheid’ ons land zich een eenheid voelt. Sport verbroedert, zo wordt dan gezegd en het lijkt ook echt zo te werken. Ondertussen is iedereen hopelijk nuchter genoeg om te beseffen dat deze eenheid rond een nationaal voetbalteam slechts tijdelijk is en dat straks na de zomer de grote politieke thema’s van bezuinigingen en hervormingen nog net zo hard op de agenda staan als ervoor.
Nu weet ik niet wat voor gevoelens dit soort waarnemingen bij u oproepen, maar bij mij is er altijd een zekere weemoed. Eenheid is volgens mij een door en door Bijbels woord en in die zin raakt het me dan op een bepaalde manier als ik de eenheid, het gezamenlijk enthousiasme en de gedeelde vreugde zie. Zo zou het moeten zijn. Dat lijkt meer op hoe samenleven bedoeld is dan dat wat we op 9 juni hebben gezien. Verdeeldheid komt van de grote uitéénwerper: de duivel.
Ondertussen weet ik natuurlijk best dat deze eenheid schijn is. Het is een eenheid die voorbijziet aan de problemen. Die gevonden wordt omdat de grote vragen genegeerd worden. Het is uiteindelijk de wijsheid van: laten wij eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij. En dat is dan ook precies de reden van de weemoed: de vrucht die je ziet líjkt wel wat op de vrucht van echte eenheid – maar het exemplaar dat we nu te zien krijgen is van binnen hol, om niet te zeggen: rot.
Het lek boven water halen
Een echte eenheid van ons volk, van onze wereldbevolking moet dan ook daar beginnen waar we gezamenlijk de grote vragen niet wegstoppen, maar onder ogen zien. Dan moet aan de orde komen dat de verdeeldheid begonnen is toen de mens zich losmaakte van de Here God. Direct daarna immers staat Adam verwijtend te wijzen naar Eva: zij heeft het gedaan, ik niet! Zolang dat punt buiten beeld blijft, is zoeken naar eenheid in de samenleving uiteindelijk gedoemd te mislukken.
Wanneer ik dat zo zeg, is duidelijk dat er voor de kerken een grote taak ligt. Mensen zullen niet vanzelf op het idee komen dat het lek van deze wereld hier zit, dat moet hun gezegd worden. En de verkondiging van het evangelie aan deze wereld zal toch ook betekenen dat wij dat punt aanwijzen en daarbij zeggen dat het enige werkelijke antwoord dat hout snijdt te vinden is in het evangelie van Jezus Christus die zich gegeven heeft voor deze wereld. Dat betekent dat vanuit de kerk vandaag de dag een heldere belijdenis moet klinken die herderlijk en helder zegt waar leven echt te vinden is.
Onlangs verscheen een nieuwe belijdenis. De Doornse Catechismus is opgesteld door predikanten uit de PKN die behoren bij de beweging Op goed gerucht. Het is gedurfd dat zij vandaag de dag een nieuwe catechismus opstellen, al bevreemdde het mij wel wat dat ze in de ondertitel aangeven dat ze nieuwe antwoorden geven op oude vragen. Misschien was het ook aardig geweest om nieuwe vragen aan de orde te stellen? En daar dan antwoorden op te zoeken? Me dunkt dat er vragen te over zijn die de mensen vandaag bezighouden. En wat zou het goed zijn als er een kerkelijk antwoord zou klinken. Een belijdenis waarin in volstrekte verbondenheid met de kerk der eeuwen vandaag richting gewezen wordt. Mijn indruk is dat dat in de Doornse Catechismus niet zo gebeurt. Hier spreekt een theologie die vooral veel vragen openlaat en ook een zekere vaagheid bij zich heeft. De antwoorden zijn mij op veel punten te mager. Dat werk ik hier verder niet uit, omdat dit geen recensie is. Maar ondertussen doet men het maar wel even: een geschrift opstellen in gezamenlijkheid en dat in het midden leggen ter bespreking. En daarmee kwijt men zich van een belangrijke taak: aan de mensen in ons land verantwoording afleggen over het geloof. Het is goed om dat vandaag te doen, zeker ook omdat voor velen christelijk geloof lijkt op te gaan in ethiek, bepaald gedrag. De kerk dient er helder over te zijn: ethiek is uiteindelijk een ‘bijproduct’ en daarom zou de kerk niet al te gretig moeten zijn in het deelnemen aan een debat over normen en waarden. De kerk moet zeggen wat het betekent dat Jezus Christus leeft en dat ons leven niet van onszelf, maar van Hem is.
Nationale Synode
Het is dit jaar voor onze kerken een synodejaar. Op de agenda zal als één van de eerste punten staan het instemmen met de belijdenis. Een wezenlijk en indrukwekkend moment. Maar daarmee zal het naar ik vrees qua belijden ook weer gedaan zijn. In de vroege tijd van protestants kerkelijk leven in ons land stond de belijdenis ook altijd op de agenda en werd deze bijgesteld en bijgeschaafd. Sinds 1905 is dat volgens mij al niet meer gebeurd. Dat kan een gunstig teken zijn. Het kan ook een teken zijn dat de belijdenis niet werkelijk leeft en dat de instemming ermee een formaliteit is. Dat zou erg zijn, want dan verzaken we een belangrijke plicht in de richting van de samenleving waarvan we deel uitmaken. Weten wij vandaag ons geloof te belijden in de taal van de mens van vandaag?
Onze verdeeldheid speelt ons daarbij natuurlijk parten. Binnen onze kerken, maar vooral ook binnen ons land. Hoe zullen al die kerken ooit met één mond spreken? Het lijken onderling soms wel de verschillende politieke partijen, die de ander niet zwart genoeg kunnen wegzetten. Als ik soms hoor hoe weinig geestelijk er gesproken wordt over het zoeken naar eenheid, dan schrik ik. Of we allemaal voldoende beseffen dat kerkelijke verdeeldheid uiteindelijk zonde is en dat we niet alleen de Here God, maar ook ons volk ermee tekortdoen vraag ik me regelmatig af.
Het is dit jaar ook het jaar van de nationale synode. Het belijdend spreken staat daar hoog op de agenda, getuige het statement dat men gepubliceerd heeft. Een belijdenis die niet onhelder is. Ik citeer een korte passage: ‘Maar waar wij God vergeten en verlaten - dat doen we al sinds mensenheugenis – verliezen we de zin van ons bestaan. Daar maakt het kwaad zich breed, in liefdeloosheid, ontrouw en geweld: een wereld die gedoemd is in het oordeel te vergaan’. In die woorden doet de kerk wat gedaan moet worden: aanwijzen waar het lek zit – en in dezelfde beweging Hem aanwijzen die gekomen is om deze verloren wereld te zoeken. Er valt over die tekst en over het initiatief van de Nationale Synode natuurlijk veel meer te zeggen. Laten we dat ook doen. Zolang we maar niet vergeten dat we als kerk jegens ons land een roeping hebben. Mensen zoeken naar eenheid en vinden die in gezamenlijk enthousiasme voor voetbal. Het evangelie wijst ons een ander fundament. Een fundament waar de diepste kwesties niet buiten beschouwing hoeven te blijven, maar waar wij onthuld worden als wie wij zijn. Maar dan door Hem die ondanks ons verleden ons een toekomst belooft. Hij maakt werkelijk één.
Ds. C.C. den Hertog is predikant te Surhuisterveen |