Artikel
2011-06-24

Door A. Hakvoort

 

Als wij het over de hemel hebben, denken we aan de heerlijke toekomst die de gelovigen tegemoet gaan. De hemel is een ander woord voor het hiernamaals en we stellen het ons voor als een paradijs van volmaakt geluk na het moeizame leven op aarde. We hopen allemaal in de hemel te komen.

 

 

Op de eerste bladzijde van de Bijbel komen we de hemel tegen als de door God geschapen koepel die de aarde overspant, zoals een stolp over de kaasplank. Als er nog geen sprake is van land, spant de HERE als het ware een tentdoek uit (uitspansel) en maakt zo scheiding tussen water boven en water onder dat uitspansel.  ‘En God noemde het uitspansel hemel” (Genesis 1: 8). Vervolgens laat Hij de wateren onder de hemelkoepel samenstromen tot zeeën en schept Hij het droge land waarop de mens zal wonen. Hij noemt dat “aarde”. De hemel is het beschermende dak tegen de watermassa’s van boven. Soms zet de HERE de sluizen van de hemel open om het te laten regenen. Aan de hemel bevestigt Hij de zon, maan en sterren als lampen en als klok. Als deel van de schepping zal de hemel in deze betekenis een keer door vuur vergaan (2 Petrus 3: 10).

 

 

Woonplaats van God

 

Daarnaast kan de hemel ook aanduiding zijn van de plaats waar God woont en troont; Psalm 115: 3: Onze God is in de hemel en vers 16: De hemel is de hemel van de HERE, de aarde heeft Hij aan de mensen gegeven.

 

Dan is de hemel geen onderdeel van de schepping, maar staat ze in tegenstelling tot de aarde, die de woonplaats van de mensen is. Dat is een onderstreping van het verschil tussen God en mensen. God is de machtige, de enige ware helper en beschermer. Naar de hemel als de woonplaats van God steeg Jezus op en Hij werd er ingehaald als de Zoon die zijn verzoeningswerk heeft volbracht. Hier staat Gods troon, waar Jezus aan Gods rechterhand zit en regeert als Hoofd van de kerk. In deze betekenis is de hemel ook de woonplaats van de engelen die God omringen en Hem dienen.

 

Koning Salomo heeft het voorrecht gehad een speciale ruimte op aarde voor God te mogen bouwen, de tempel. Bij de inwijding ervan zegt hij dat de hemel, zelfs de “hemel der hemelen” God niet kan bevatten. Dat is zo. Toch staat die tempel daar en kiest de HERE Sion uit als zijn woonplaats. God is overal en ergens. Als je beide niet vasthoudt lost Hij als het ware op tot “Het Al” of tot niets en nergens.

Er zijn plaatsen waar God ontmoet wil worden. Zoals de tempel in het Oude Testament de plaats was voor deze ontmoeting, is voor ons de gemeente Gods woonplaats. Daar woont Hij in Woord en sacrament en in de gemeenschap der heiligen. De kerk als woonplaats van God is de hemel op aarde. Want de hemel is niet alleen iets van “ver weg” (de hemelkoepel) of van straks (de toekomst), maar van hier en nu. Laten we dat bedenken als we over de gemeente spreken.

 

 

Jezus Christus

 

Jezus is in de hemel en dat mag je ook omdraaien: de hemel is waar Jezus is. Paulus schrijft in  Kolossenzen 1: 19-20: over Hem: Het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, en door Hem alle dingen weer met Zich te verzoenen, hetzij wat op de aarde is, hetzij wat in de hemelen is. De onmetelijke God laat zich niet aan plaats of tijd binden, maar kiest er voor in Christus te wonen. In Christus hebben de gelovigen een plaats gekregen in de hemelse gewesten (Efeziërs 2: 6). Nu al zijn de gelovigen burgers van het hemelrijk en dienen ze zich als zodanig te gedragen (Filippenzen 3: 20). De vraag is niet: Hoe kom ik straks in de hemel, maar: Zoek en bedenk ik nu de dingen die boven zijn, waar Christus is (Kolossenzen 3: 1, 2).

 

 

Voorlopige en uiteindelijke bestemming

 

Dit brengt ons bij een andere betekenis van de hemel. In Filippenzen 1: 23 zegt Paulus: Ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, dat is verreweg het beste. In 2 Korintiërs 5 spreekt hij over het sterven als het afgebroken worden van onze aardse tent waarin wij wonen. Wij weten dat wij dan een gebouw van God hebben, in de hemelen. De hemel is de plaats waar de gelovigen na hun sterven bij God zijn. Niets kan scheiden van God en van Christus. Dat is een geweldige stimulans in het leven van nu om de moed niet te verliezen en Gode welgevallig te leven. In deze betekenis is de hemel een wachtkamer. In Openbaring 6: 9-11 ziet Johannes in de hemel gestorvenen onder het altaar, die roepen: Tot hoelang? Wanneer wreekt u ons bloed aan degenen die op de aarde wonen? Dat zal zijn wanneer Christus komt als Rechter.

 

Bij velen leeft de gedachte dat Christus de gelovigen bij zijn komst zal ophalen van de aarde en ze meeneemt naar de hemel. De hemel is echter niet de uiteindelijke bestemming van de gelovigen, maar de aarde. De aarde wordt ook niet omhooggetild tot in de hemel, integendeel, de hemel daalt op aarde neer. Johannes (Openbaring 21) ziet het als de nederdaling uit de hemel van het nieuwe Jeruzalem. Jesaja 65 spreekt van een nieuwe schepping: “Want zie Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde”. Waar het om gaat is, dat de HERE komt wonen bij de mensen. Dat is de hemel op aarde.

 

 

Herkenning?

 

Zullen we elkaar op de nieuwe hemelse aarde herkennen? Als dat zo is, zullen we dan familieleden en vrienden missen die niet behouden zijn? De Bijbel geeft niet direct antwoord op deze vraag. Uit de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus waarin de gestorven rijke in de hel weet heeft van Lazarus in de schoot van Abraham (Lukas 16: 19-31) kunnen we hierover geen conclusies trekken vanwege het gelijkenis-karakter. Er ligt misschien een aanwijzing in het antwoord dat Jezus geeft op de vraag van de Sadduceeën naar de opstanding (Matteüs 22: 30). Er zal geen sprake meer zijn van de huwelijksband. Zelfs de bloedband wordt door Jezus ondergeschikt verklaard aan de band van het geloof. Al wie de wil van de Vader in de hemel doet, is Jezus’ verwant (Matteüs 10: 37 en 12: 46-50).

 

Jesaja profeteert: “Aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, en het zal niemand in de zin komen. Maar gij zult u verblijden en juichen voor eeuwig over wat Ik schep” (Jesaja 65:  17). Tranen worden door God zelf afgeveegd, vreugde en vrede zullen volmaakt zijn.

C.S. Lewis schrijft in zijn boek “De grote scheiding” dat, als de hemel eenmaal werkelijkheid voor ons geworden is, met terugwerkende kracht zelfs het lijden van nu in heerlijkheid veranderd is. God vervult alle gemis door alles in allen te zijn.

 

 

Totaliter aliter

 

De hemel als een nieuw paradijs, als een schitterende stad, of als een maaltijd bij een bruiloft: hoe we ons de hemel precies moeten voorstellen weten we niet. Misschien kent u dit verhaal: Twee monniken hadden vaak met elkaar gesproken over hoe het in de hemel zou zijn. Ze spraken af dat wie als eerste stierf een boodschap aan de achterblijver zou overbrengen. Die boodschap zou bestaan uit één woord "aliter" of "taliter". "Aliter" wil zeggen: "anders"; het is anders dan wij met elkaar hebben besproken. "Taliter" wil zeggen: "net eender"; de hemel komt overeen met onze voorstellingen. Na enige tijd overleed één van de monniken en de ander kreeg in een droom zijn boodschap door, de twee woorden: "totaliter aliter”, totaal anders!

 

Je kunt bij alle gespeculeer over waar de hemel is en hoe het in de hemel is voorbijgaan aan waar het om gaat: Jezus Christus is de enige ware weg naar het leven. Hemels leven is leven met God in Christus. Wie nu niet met God wil leven, sluit zichzelf buiten de hemel. In die lijn zal Christus bij zijn komst oordelen.

 

Ds. A. Hakvoort is predikant te Middelburg.

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker