| door L. Floor Het is niet zo gemakkelijk om echt Kerstfeest te vieren. Een professor spotte er eens mee in een preek toen hij Kerstfeest beschreef als “een slok en een brok, een krans en een gans”. Daarom gaan we kijken hoe wij van een oude monnik uit de dertiende eeuw kunnen leren hoe wij het Kerstfeest moeten vieren. Er is in Zuid-Afrika al weer een nieuwe kerk. Deze kerk is voornamelijk gesticht door theologen van verschillende universiteiten. Deze zeer geleerde heren noemen zich de nieuwe hervormers. Ze willen inderdaad de oude hervormers, dat zijn de mensen die de grote Hervorming van Luther en Calvijn nog eren, vervangen. Om hun nieuwe hervorming te rechtvaardigen, komen ze aandragen met nieuwe bronnen. De Bijbel geeft niet genoeg informatie, maar er zijn er ook apocriefe geschriften die ons heel wat inlichting verschaffen, inlichting bijvoorbeeld over Jezus’ verhouding met Maria Magdalena, zijn verhouding met Judas Iskariot. De leiders van de nieuwe hervormers zijn het over één ding met elkaar eens: Jezus is niet de Zoon van God. Ze verschillen over de vraag wie Jezus dan wel is. Er zijn bij de nieuwe hervormers maar liefst negen verschillende opvattingen over Jezus.
Hervorming van het Kerstfeest Eén van de belangrijkste punten op de agenda van die nieuwe hervormers is het Kerstfeest. Het wordt tijd dat we eens ophouden om het Kerstfeest op de oude manier te vieren. Het is toch onmogelijk om nog te geloven dat het Kerstfeest iets te maken heeft met de komst van God naar deze wereld. We hebben immers het oude wereldbeeld bijgesteld. Er is in de kerstnacht niets van boven gekomen. Want dat boven bestaat helemaal niet. Ons gesloten wereldbeeld bewijst dit afdoende. Er mag dan 2000 jaar geleden ergens in een achterhoek op deze aardbol een kind geboren zijn. Het was een gewoon jongentje. Wel zeer intelligent. Een man met een boodschap, de boodschap van maatschappelijke hervorming. Hij was een idealist die aan zijn eigen idealen te gronde is gegaan.
Hoe gaan we nu het Kerstfeest vieren? We maken er een gezellig feest van. We richten ons daarbij op onze medemens. We proberen op Kerstfeest nieuwe impulsen te krijgen hoe we het volgende jaar en in de toekomst deze wereld kunnen verbeteren. We hebben ook onze zorgen. De aarde vervuilt, de wereld wordt warmer, we raken overbevolkt. We staren een energiecrisis in het gezicht. Kerstfeest is uitnemend geschikt om ons op zo’n dag op deze problemen te bezinnen en met elkaar naar oplossingen te zoeken. Dat kan bij een glas wijn en een heerlijke maaltijd.
Een stem uit het klooster Om werkelijk Kerstfeest te vieren is het noodzakelijk om te weten wie Jezus is. Er was eens jonge man van hoge Bourgondische adel, die in 1112 zijn intrek nam in een nieuw klooster in het dorp Citeaux in Frankrijk. Hij werd al spoedig bekend als Bernard van Clairvaux. Van hem ging de roep uit van profeet en zielenherder. Deze Bernard heeft een paar merkwaardige uitspraken over het Kerstfeest gedaan. Maar is deze man, rooms-katholiek en door de paus heilig verklaard, wel te vertrouwen? Kan hij werkelijk leren hoe in 2010 het Kerstfeest gevierd moet worden? Hoor hoe de beide reformatoren Luther en Calvijn over deze kerkleraar oordeelden. Luther noemde hem de grootste der kerkleraren. En Calvijn sprak van hem naar aanleiding van het laatste traktaat die Bernard geschreven had: “Hij spreekt of hij de waarheid zelve was.”. De drie wonderen Volgens Bernard van Clairvaux is in de Bijbel het Kerstgebeuren omringd met wonderen. Er is op Kerstfeest het wonder van Gods liefde, van zijn genade, van zijn ontferming en van zijn verlossing. Maar, zegt deze kerkleraar, er zijn bij Kerstfeest drie wonderen die speciaal op het Kerstgebeuren betrekking hebben. - Het eerste wonder is dat God mens geworden is. - Het tweede wonder is dat zijn moeder een maagd was. - Het derde wonder is dat een mensenhart dit kan geloven.
En dan zegt Bernard van Clairvaux dat het derde wonder, het wonder van het geloof nauwelijks geringer is dan het eerste en het tweede wonder. We moeten het geloof niet geringschatten. Het is een wonder als iemand tot het geloof komt. Maar wat moeten de mensen op Kerstfeest geloven? Zij moeten geloven dat het kind dat in de Kerstnacht geboren is God is. Hij is God uit God. Licht uit licht. Wie dit niet gelooft, zal op 25 december niet echt Kerstfeest kunnen vieren.
Het geloof in Christus als de Zoon van God is niet vanzelfsprekend. Het vliegt ons niet zomaar aan. Bernard zegt met nadruk dat dit geloof een wonder van God is. Een even groot wonder als de menswording van Christus en de maagdelijke geboorte.
Kerstfeest in het bergland In het bergland van Judea woonde een oude priester. Zijn vrouw, Elisabeth was op hoge leeftijd zwanger geraakt. Na zes maanden kreeg ze bezoek van haar nicht die ook in verwachting was. De oude vrouw begroette het jonge meisje met de hooggestemde woorden: ”De moeder des Heren is mij komen bezoeken”. Het ongeboren Kind in de schoot van Maria wordt dadelijk door Elisabeth herkend (Luc.1: 43). ‘Here’ is hier niet de beschrijving van een bestuurder, een machthebber of autoriteit. Het is oneindig veel meer. Het ongeboren Kind is God, de Schepper van alle dingen, Heerser van het heelal. Here is hier de vervanging van de Godsnaam. In het Nieuwe Testament wordt Jezus dikwijls als Here aangeroepen. Calvijn wijst er in zijn commentaar op hoe wij de uitdrukking ‘moeder des Heren’ moeten verstaan: “In deze formulering worden wij op de eenheid van de persoon in de beide naturen gewezen”.
Het geloof van Elisabeth Elisabeth heeft door de verlichting van de Heilige Geest in het ongeboren Kind de eeuwige God ontdekt. Tegelijk geeft zij in de formulering die ze gekozen heeft een krachtig getuigenis. “Dat kleine hulpeloze Kind is MIJN Here”. Ze eigent zich in het geloof dat Kind toe.
Dit is Kerstfeest. In de Kerstnacht proclameert de engel “U is heden geboren, Christus de Here” (Luc. 2: 11). Christus wordt als Here aan een zondige mensheid aangeboden. Dit machtige, grote, onbeschrijfelijke aanbod mag in het geloof aangenomen worden. Maar het kan ook in ongeloof afgewezen worden.
De toe-eigening van het heil In het gesprek tussen verschillende kerken is de vraag naar de toe-eigening van het heil een heel belangrijk onderwerp van discussie. Uitgerekend op het Kerstfeest komt deze zaak ook aan de orde. Want om tot het hart en het wezen van Kerstfeest door te dringen, is het belangrijk om te weten dat Christus de Zoon van God is. Maar het is niet voldoende. Wat Thomas op het Paasfeest getuigde, moet ook bij het Kerstfeest persoonlijk beoefend worden. Dat Kind in Bethlehem is mijn Here, en mijn God. Zoals de Heilige Geest Elisabeth leerde het ongeboren Kind als haar Here te aanvaarden, zo wil de Heilige Geest dit ook in het jaar 2010 nog doen. Wie aan deze toe-eigening te kort doet, doet te kort aan de heerlijkheid van Christus, zo schrijft prof. W. van ‘t Spijker in één van zijn boeken. Nu is deze toe-eigening een gave en tegelijk een opgave. De Heilige Geest bewerkt dit geloof. Hij leert de gelovige om zich door het geloof toe te eigenen wat hem aangeboden wordt. Dit geloof dat Jezus de Zoon van God is, is het derde wonder van Kerstfeest.
Prof.dr. F. Floor is emeritushoogleraar en woont in Zuid-Afrika.
|