|
door Jilke Tanis
Stéphanie van Leeuwen (19), lid van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Goes, besloot na de middelbare school een jaar Bijbelschool te volgen aan De Wittenberg in Zeist. Inmiddels rondde ze dit jaar af en studeert ze Rechten in Utrecht.
“Toen ik in 2010 het vwo afrondde, stond ik voor de keus om te gaan studeren of daar nog even mee te wachten. Die laatste optie zag ik wel zitten: op kamers gaan wilde ik eigenlijk nog niet. Volgens mij kwam ik uiteindelijk via EO-blad Visie bij de Wittenberg uit, een Bijbelschool in Zeist. De open dag die ik een tijdje later bezocht, vond ik eigenlijk niks. Maar ik besloot toch om me in te schrijven en een jaar in Zeist te gaan wonen.
Relaxt
Van mijn vooroordelen dat de school vast heel ordelijk was en dat je, omdat je in De Wittenberg woont, geen eigen leven meer zou hebben, bleek niets te kloppen. Leven op de Wittenberg was juist heel relaxt en de sfeer was prima.
De eerste weken op de school waren echter niet heel erg leuk. Ik zat veel op mijn kamer, voelde me niet erg op m´n plaats en vond het moeilijk om in de groep te komen. Zo tussen de herfst- en kerstvakantie kwam ik wel steeds meer los en ging ik me meer en meer in de groep mengen. Toen kreeg ik ook meer vrienden en werd het steeds leuker. Kon ik de eerste maanden niet wachten tot het weer weekend was, nu vond ik het jammer als ik weer naar Goes moest.
Tegelijk met mij volgden zo´n veertig anderen de Bijbelschool, in leeftijd variërend van zestien tot 26 jaar. Afhankelijk van je niveau werd je ingedeeld in de mbo- of hbo-klas of de klas van mensen die werkten of al een studie afgerond hadden.
Iedereen had een eigen kamer maar eten deden we bijvoorbeeld gezamenlijk. Na het ontbijten volgde altijd de dagopening, waarna we tussen negen en half vijf lessen hadden. ´s Avonds werden er geregeld thema-avonden georganiseerd, maar vaak had je gewoon vrij.
Goede vrienden
De Wittenberg is een Bijbelschool, dus ik kreeg veel les in de interpretatie van de Bijbel en wat het Woord van God voor jezelf betekent. Je leert ook hoe anderen tegen de Bijbel aankijken en hoe andere religies in elkaar zitten. Daarnaast ga je zes weken op stage. Ik deed dat in Rotterdam, bij een wijkteam van Athletes in Action. Samen met een vriendin draaide ik mee in de kinderclub, deden we straatevangelisatie en Bijbelstudies.
Aan mijn jaar op de Wittenberg heb ik een aantal goede vrienden overgehouden, dat is leuk. Je trekt dag en nacht met elkaar op, je deelt van alles en gaat snel de diepte in. Aan het begin van het jaar wordt wel gewaarschuwd voor conflicten doordat je zoveel met elkaar optrekt, maar ik heb daar gelukkig niks van gemerkt.
Achteraf zie ik dat het jaar me heel erg veranderd heeft. Ik heb veel meer zelfvertrouwen gekregen bijvoorbeeld. Ik vind het nog steeds wel lastig om me aan te passen in een groep, maar dat gaat steeds sneller. Dat heb ik toch wel aan dat jaar te danken. Ook ben ik er bijvoorbeeld in geslaagd om lid te worden van een studentenvereniging en was het makkelijker om op mezelf te gaan wonen. In die zin heeft het me veel goed gedaan. Ook leer je waar je staat met je geloof, al is het wel moeilijk om het ritme van de Wittenberg qua Bijbelstudie vast te houden. Afgelopen lente deed ik belijdenis, dat zou ik waarschijnlijk dit jaar niet gedaan hebben als ik niet op de Bijbelschool gezeten had.
Missionair
Na de Wittenberg ben ik Rechten gaan studeren in Utrecht. Ik zit nu in mijn eerste jaar. Het is nu nog een beetje wennen, maar ik denk dat deze studie wel bij me past. Wat ik in de toekomst wil gaan doen? Geen idee, al vind ik het wel belangrijk om naast mijn studie, en later ook naast mijn werk, missionair bezig te zijn. Op dit moment voer ik gesprekken met Youth for Christ in Utrecht om hier in Kanaleneiland vrijwilligerswerk te gaan doen. Het lijkt me heel leuk om me op die manier in te zetten voor anderen. Dat is echt door het jaar op de Bijbelschool gekomen.
Hoewel ik dus nog niet precies weet wat ik na mijn studie wil gaan doen, heeft de Wittenberg me wel geholpen te worden wie ik nu ben. Ik ben nog niet helemaal tevreden over mezelf, maar al wel een heel stuk blijer met hoe ik in elkaar zit. Het is echt goed om een jaar vrij te maken om met God en jezelf bezig te zijn.”
Jeroen van Limbeek (20), lid van de CGK in Ermelo, volgde na het vwo het basisjaar van de Evangelische Hogeschool in Amersfoort. Een jaar dat hem niet alleen leerde wie hij is, maar ook wie en wat hij in de toekomst zijn wil.
“Ik was zeventien toen ik vwo-examen gedaan had. Erg volwassen was ik nog niet. Mijn ouders vonden mij dan ook nog niet ‘klaar’ voor de universiteit. Eén van de opties die ik had was het EH-basisjaar. Met een meisje uit de kerk ben ik eens meegelopen op de Hogeschool en al snel daarna besloot ik het basisjaar te gaan volgen. Dat zou nooit kwaad kunnen, zo dacht ik, ik zou het wel zien.
Diepgaand en veel
De eerste weken op de EH was het wennen. De materie die behandeld werd was diepgaand en veel; vanaf het begin was het pittig. Het basisjaar bestaat uit vier blokken. Aan de ene kant worden de lessen toegespitst op God, geloven en de Bijbel, aan de andere kant wordt er veel aandacht besteed aan je persoonlijke ontwikkeling en je studie- en beroepskeuze.
Het mooie aan de lessen vond ik dat kerkmuren al direct vanaf het begin wegvielen. Van Gereformeerde Gemeente tot evangelisch: op de EH zitten studenten met allerlei achtergronden, je kunt veel van elkaar leren.
Door al de gesprekken over kerken heb ik een grote liefde voor mijn eigen gemeente en het kerkverband gekregen. Ik leerde de Christelijke Gereformeerde Kerken kennen als een orthodox, rechtlijnig en evenwichtig kerkverband. Naast dat ik dit ontdekte, leerde ik nog meer op de EH. Na een paar weken op de Hogeschool zag ik plotseling wat de Bijbel eigenlijk voor boek is en wat de consequenties zijn van het lezen van het Woord van God. Tot dusver was ik daar niet zo mee bezig, maar toen kwam het als een bom binnen: wat ik lees in Gods woord is betrouwbaar en waar. Deze openbaring veranderde alles wat daarna kwam. Die eerste weken waren bepalend voor de rest van het jaar. Ik kreeg deel aan Christus en dat was een soort locomotief, waar alles wat ik de rest van het jaar leerde bij aan kon haken.
Rust
Het Basisjaar veranderde me ook als persoon. Was ik als tiener soms behoorlijk driftig en opvliegerig, langzaam veranderde dat op de EH. Er kwam veel meer rust en vrede in mijn hart.
Naast dat ik waardevolle lessen leerde op de EH, was het jaar ook vooral gezellig en bindend. Zo’n 190 andere studenten volgden ook het basisjaar en je merkte dat je met deze mensen echt een band opbouwde. Je deelde heel veel met elkaar, het was soms emotioneel en er kwam veel naar boven. Dat maakte dat er een vertrouwensband ontstond die niet zomaar weer verdween.
Ook nu, nu iedereen ergens anders mee bezig is, komt die vertrouwelijkheid nog terug als we elkaar zien. Het was heerlijk, dit EH-gevoel, als een warm bad.
Toen ik na het basisjaar aan mijn studie geschiedenis aan de universiteit van Utrecht begon, was dat dan ook wel flink wennen. Van het vriendelijke karakter van de EH kwam ik in een killer en regelmatig antigodsdienstig klimaat. Gelukkig was ik daarvoor inmiddels wel goed toegerust. Ik weet niet hoe ik in het geloof had gestaan als ik deze toerusting gemist had.
Predikantschap
Toen ik zo bezig was met mijn toekomst, kwam langzaam het idee boven om na het afronden van mijn bachelor, volgend jaar, theologie te gaan studeren. Dit idee begon te sudderen en werd steeds sterker. Op de EH heb ik hier geen tel aan gedacht, maar nu was het alsof het een stem van buitenaf was die me zei dat dit mijn weg was. Zo zie je maar dat God Zijn plan vanzelf bekendmaakt. Dat geeft rust en troost.
Het lijkt me heel mooi om het Woord te verkondigen en toe te passen. Het predikantschap is geen malse roeping, maar daarin is het zaak op God te vertrouwen en er vol voor te gaan.
Je kunt mijn verhaal inderdaad wellicht als een ‘successtory’ zien, maar toch is het niet mijn succes dat het allemaal zo gelopen is. Het is niet zo dat het me allemaal van een leien dakje gegaan is. Maar toch: het leven wordt voller en rijker als je, met alle moeilijkheden en aspecten van het leven, in verbondenheid met God mag leven.”
|