Artikel
2011-03-04

door Miranda Renkema

Een paar dagen terug was er in verschillende christelijke en seculiere media (ik zag het zelfs in een paar horeca-nieuwsbrieven voorbijkomen) een berichtje te lezen over een opmerkelijk initiatief in Sliedrecht. Daar wordt al een tijdje iedere eerste zondagmorgen van de maand een café omgebouwd tot zogenaamde ‘kroegkerk’. Straatpastor ds. Gerard Vrooland houdt er een preek temidden van de stamgasten van het café en terwijl er gezongen wordt mag er gewoon een pilsje getapt worden. De bezoekers van het café vinden het waardevol, en de plaatselijke kerken en christelijke politiek zijn inmiddels onder de indruk van het initiatief geraakt.  

Opmerkelijk was dat de reacties op het bericht in de seculiere pers over het algemeen positief waren. De meeste reacties klonken in deze trant: ‘wat mooi dat een dominee het café ingaat en de gewone mensen opzoekt en naast ze gaat staan en dat hij niet wacht tot ze bij hem in de kerk komen’. Opmerkelijk was vervolgens dat deze reacties in groot contrast staan met de reacties die te lezen zijn op de site van het Nederlands Dagblad nadat het artikel ook daar verschenen was onder de titel ‘Bier en sigaretten in een kroegkerk’ (ND, 21 februari 2011). In die reacties overheerste de toon van: ‘café en een kerkdienst, dat kan toch niet samengaan!’ Een paar citaten: “God is niet een kroegtijger waar we maar tegenaan kunnen schoppen”, “De verkondiging van het evangelie moet kennelijk aangepast worden aan menselijke bedenksels” en “Je hoeft niet te veranderen, de kerk past zich wel aan aan jouw gedrag - neem je biertje en je peuk en leef rustig verder op weg naar de hel ...”. 

De reden om er hier wat langer bij stil te staan is voor mij dat deze reacties pijn doen. Niet omdat ik ze (in hun intentie) niet begrijp, het zou zelfs kunnen dat het eigenlijk ook helemaal niet mogelijk is, een kerkdienst in een kroeg. Ik ben theologe, heb heel mooie dingen geleerd over wat een eredienst inhoudt, ik weet dat de kerkdienst een heel bijzondere gebeurtenis is waarbij de Here God Zelf wil samenkomen met zijn gemeente. En ik heb die gemeente lief, ik geloof dat Gods Koninkrijk daar in eerste instantie gevonden mag worden en zich van daaruit uit mag breiden. En toch. Zó makkelijk komen we er volgens mij niet mee weg, met die ongezouten kritiek. En daar zijn meerdere redenen voor.

Achtergrond

Ten eerste. Vanaf een afstand is het makkelijk oordelen. Soms is het echter goed de achtergrond te kennen. Het idee van kerkdiensten in een kroeg is namelijk niet zomaar een wild idee van iemand die eens wat geks wilde doen of graag de pers wilde halen. Al zo’n 20 jaar geleden is deze dominee als gemeentepredikant van een oerdegelijke Nederlands Gereformeerde Kerk in het oosten van het land begonnen met ieder weekend ‘s nachts de cafés in te gaan om met mensen over het evangelie te spreken. Hij nam dan een ouderling mee, om elke schijn te vermijden dat er verkeerde bedoelingen achter dat cafébezoek zouden zitten. Hij zette zich daarnaast in voor een verslavingszorgproject en probeerde vanuit de gemeente een opvanghuis te realiseren voor mensen die dat nodig hadden. Ook in Sliedrecht heeft hij als gemeentepredikant 10 jaar lang de cafés bezocht en is met zijn vrouw en andere vrijwilligers een project gestart om jongeren een plek te bieden waar ze (zonder alcohol en drugs) een eigen ‘honk’ zouden hebben. Steeds meer kwam de nood van de mensen op straat op hem af en uiteindelijk heeft hij in 2009 de overstap gemaakt van gemeentepredikant naar ‘straatpastor’. Kortom: de ontwikkeling naar de straat was er niet zomaar één van een aardig idee op een zomernamiddag. 

 

Nood

En dat is de tweede reden waarom kerkmensen niet zomaar wegkomen met goedkope kritiek. Het plan om de straat op te gaan is uit nood geboren. Uit een nood die de kerken aangaat. Gevraagd naar de reden om van gemeentepredikant straatpastor te worden zei Vrooland in een interview voor de EO-radio: “toen ik die mensen in de cafés sprak merkte ik: de kerk heeft hier echt een steek laten liggen, dominees voor de kerken zijn er, maar deze mensen hebben geen dominee. Elke kerk weet wel min of meer dat we bedoeld zijn voor de wereld, maar de stap er naar toe is moeilijk. Veel kerken worstelen daarmee, er worden laagdrempelige diensten gehouden of men start een Alphacursus, maar de aansluiting daarna met de gemeente blijkt moeilijk, het is een voortdurend zoeken naar: hoe moeten wij er voor de wereld zijn?”. En dat is inderdaad de worsteling waar veel gemeenten in staan. Een worsteling die ook verdriet geeft, want als je er werkelijk op uit bent anderen te ontmoeten, kom je er achter dat een directe omgang toch heel moeilijk is, en bovendien dat er ‘op straat’ heel veel blokkades zijn naar de kerk. Tegelijk blijkt dat het uit liefde met mensen omgaan en spreken over Christus wel veel bij mensen losmaakt en dat mensen die beslist niet naar een kerk willen, soms wel openstaan voor het horen over Hem en zelfs een gemeenschap rondom de Here Jezus willen vormen. En wat doe je dan?

De schrijfster van het artikel plaatst de gebeurtenissen in Sliedrecht in het licht van de opkomst van de zogenaamde ‘simple churches’ of ‘huisgemeenten’, groepen mensen die elkaar ontmoeten buiten de traditionele kerkdiensten om en die met elkaar spreken over het evangelie of een gemeenschap vormen rondom het evangelie. En het cafégebeuren in Sliedrecht lijkt inderdaad in die trend te passen. Nu kun je van alles zeggen van het opkomen van dit soort gemeenschappen, maar duidelijk is dat ze op één of andere manier inspelen op een nood waarin de kerkelijke gemeentes niet (kunnen?) voorzien, en dat ze mensen bereiken die de kerkelijke gemeentes niet (kunnen?) bereiken. En duidelijk is dat de liefde van de Here Jezus er centraal staat.  

 

Tollenaars en zondaars

En dat is dan direct de derde en voornaamste reden om voorzichtig te zijn met een al te makkelijk oordeel over het opzoeken van mensen in de kroeg. Want, was dat nou niet precies wat de Here Jezus Zelf deed? Mensen opzoeken waarvan de Farizeeën en Schriftgeleerden zeiden: hoe kan Hij daar nou mee omgaan? De tollenaars, de zondaars? Hij at met hen. dat wil zeggen: Hij ging gemeenschap met hen aan, ging naast hen staan. Hij zocht Zacheüs op in zijn boom, Hij at in het huis van Levi ‘met vele tollenaars en zondaars’, Hij wachtte de Samaritaanse vrouw op bij de waterput. En Hij kreeg hetzelfde verwijt: hoe kunt U dat nou doen? Maar zijn antwoord was even radicaal als helder: “Gaat heen en leert wat het betekent: barmhartigheid wil ik en geen offerande, want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars” (Math. 9: 13). En bij een andere gelegenheid dat dat verwijt klonk: “Wie van u, die honderd schapen heeft en er één verliest, laat niet de negenennegentig in de wildernis achter en gaat het verlorene zoeken, totdat hij het vindt?” (Luc. 15: 4).

 
Zo is onze Heiland! Zouden wij niet in zijn voetspoor gaan? Eerlijk gezegd maakt deze vraag mij wel onrustig: wanneer heb ík voor het laatst gegeten met een ‘zondaar of tollenaar’? Hoe lang is het geleden dat ik iemand heb opgezocht op een andere plek dan waar het voor mij als kerkmens comfortabel en veilig is? Nog zo’n radicale uitspraak van Christus, over de dag dat Hij terug zal komen op aarde: “dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af. Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven. Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest, naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen” (Math. 25: 34-36). Zal dit van míj gezegd kunnen worden? Een gekke vraag voor een kind van God? Ik weet het niet ... er zijn ook oudste zonen die ervoor kiezen om buiten te blijven mokken terwijl hun verloren broer wordt binnen genodigd voor het feest ...  

 

Miranda Renkema is lid van de kerk te Hilversum (Rehobothgemeente) en maakt deel uit van de redactie.

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker