Artikel
2010-04-30

Enkele gedachten over onze houding t.o.v. het Koninklijk Huis

 

 

door D. Quant

 

 

De ene keer lijkt Nederland het Koninklijk Huis op handen te dragen: 30 april 2009, Apeldoorn. De andere keer valt Nederland over datzelfde Huis heen: enkele maanden later, Mozambique. Het heeft meer en meer een ‘hyperig’ karakter en de media spelen hun eigen rol.

 

 

Kunnen we proberen meer diepgang in de meningsvorming te krijgen, en dan vooral als leden van een kerkelijke gemeenschap?

 

 

Respect: algemeen

 

Het eerste woord dat oplicht bij de vraag hoe onze houding tot de koningin c.q. het Koninklijk Huis zal zijn, is: respect. Dat is Bijbelse plicht (zie hieronder), maar ook gewoon burgerlijke plicht. We hebben het immers over de persoon met de hoogste titel die mensen kunnen dragen: de Majesteit. Weliswaar weten christenen dat er buiten en boven mensen nog Iemand anders is, die daar ver boven troont: de Here God, maar niet voor niets zingen wij dan in Psalm 93: ‘De HEER regeert, de hoogste Majesteit’.

 

Onze koningin stelt prijs op deze titel. Dit in tegenstelling tot haar moeder, eertijds koningin Juliana, die graag zo gewoon mogelijk wilde zijn. In biografieën die van tijd tot tijd het licht zien, wordt dit genoemd, maar wordt met reden ook geschreven, hoe moeilijk, zo niet onmogelijk dit voor een koningin is. Koningin Beatrix hecht aan het protocol. Wanneer zij contact zoekt met (vertegenwoordigers van) de samenleving, blijkt dit ook. Onze kerken horen bij de ‘instanties’ die met regelmaat een uitnodiging ontvangen om haar te ontmoeten. In ieder geval gebeurt dat bij de jaarlijkse nieuwjaarsreceptie. Die werd in 2010 weer op het – grondig onder handen genomen – Paleis op de Amsterdamse Dam gehouden. Vooraf krijgt de uitgenodigde een toegangskaart, maar ook een begeleidende brief waar de titels van degenen die men de hand mag schudden (de koningin, de kroonprins en zijn vrouw, prinses Margriet en haar man) uitdrukkelijk op vermeld staan. Zo treden wij haar – en haar familieleden – met respect tegemoet, en zo mocht ik dat zelf de afgelopen jaren enkele keren namens de kerken doen. 

 

De koningin is immers ‘niet zomaar iemand’. Zij is het staatshoofd, vormt samen met het kabinet de regering van Nederland en is daarvan het hoofd … kortom, ze heeft een unieke positie in ons land. Ze weet zich daarin verbonden met ons volk en het is niet verkeerd dat wij omgekeerd onze verbondenheid met haar ook laten blijken. Met enkele woorden – meer is trouwens niet mogelijk – deed ik dat de laatste keer namens onze kerken met een inhaken op een passage uit haar kersttoespraak. Verbondenheid en respect!

 

 

Respect: Bijbels

 

Wie de Schriften opent, komt deze zelfde lijn tegen: respect voor degenen die ons regeren, en die zodoende boven ons gesteld zijn. Enkele voorbeelden:

 

- David (beoogd koning …) treedt koning Saul met bijbehorend respect tegemoet; zie o.a. 1 Sam. 25, waar David spreekt over de gezalfde des HEREN, en weigert om de hand aan Saul te slaan.

 

- De profeet Daniël is bij verschillende koningen ‘op audiëntie’ geweest; we horen hem zeggen: O, koning, leef in eeuwigheid’(Dan. 2: 4).

 

- In de tijd van de geboorte van de Heiland is er sprake van een bevel vanwege keizer Augustus en dat wordt alom gerespecteerd en opgevolgd.

 

- De Here Jezus antwoordt op een vraag over het betalen van belasting aan de keizer uitdrukkelijk: Geeft de keizer wat des keizers is (Matt. 22: 21).

 

 

Meer in het algemeen als het gaat om onze houding kan men denken aan woorden van Paulus:

 

- In Rom. 13 schrijft hij dat de overheid ons door God is gesteld, ten goede. Daarom zullen we ons aan haar onderwerpen. Wie zich ertegen verzet, verzet zich tegen de instelling Gods (vers 2). En … die roept een oordeel over zich af.

 

- Titus moet de gemeente eraan herinneren dat zij zich aan overheid en gezag dient te onderwerpen. Nu zou men nog kunnen denken dat dit noodgedwongen het geval zou kunnen zijn en dat hierin geen boodschap ligt voor onze houding, maar dan worden we toch gecorrigeerd door Petrus (1 Petr. 2: 17): eert de keizer!. En legt u dat eens naast het vijfde gebod: eert uw vader en uw moeder; en leest u dan daar nog eens zondag 39 Heidelbergse Catechismus bij: ‘dat ik … allen die over mij gesteld zijn, alle eer, liefde en trouw bewijs’.   

 

Maar, zal iemand zeggen: in deze laatste teksten gaat het toch over de overheid in het algemeen? Dat is zo, maar dan zou ik met betrekking tot ons onderwerp graag willen herinneren aan het gegeven dat onze koningin deelt uitmaakt van die overheid en dat onze houding tegenover haar dus ook door deze Bijbelse gegevens mede bepaald dient te worden. Het geheel van de Bijbelse boodschap spreekt van een respectvolle houding voor haar persoon èn voor haar optreden als staatshoofd.

 

Overigens: dat er niet alleen iets gevráágd wordt van de onderdanen, maar dat het hen ook rechten geeft, leert ons de geschiedenis van Paulus in Hand. 25 e.v.: hij beroept zich op de keizer. Dat is zijn recht als Romeins staatsburger en daarvan maakt hij gebruik.

 

 

Respect: niet kritiekloos

 

Iemand met respect tegemoet treden, wil niet zeggen dat die iemand kritiekloos tegemoet getreden wordt. Nu is de Koningin weliswaar onschendbaar, maar de regering (waar de koningin het hoofd van is) is dat in haar handelen niet. En het laat zich denken dat opvattingen, besluiten op dit hoge niveau steeds binnen de kerken getoetst worden op houdbaarheid in het licht van de Bijbel. Dat is overigens niet nieuw: al in de Bijbel komen we dit tegen. Enkele voorbeelden:

 

- de geestelijke confrontatie tussen de profeet Nathan en koning David na diens escapade met Bathseba en alles wat daar uit voortvloeide, 2 Sam. 12;

 

- de geschiedenis van Elia op de Karmel, waar een geestelijk gevecht wordt gevoerd over de vraag: wie is God? Weliswaar is het volk van dat gevecht getuige, maar het kan niet los gedacht worden van het huwelijk van koning Achab met koningin Izebel, die haar god uit Sidon had meegenomen (1 Kon. 16: 29-34);

 

- we komen de profeet Daniël tegen in confrontatie met de regeerders van Babel: hij weigert het gouden beeld te aanbidden, dat Nebukadnézar heeft gemaakt (Dan. 3) en later is er het contact tussen hem en koning Darius (Dan. 6);

 

- en in Openb. 13: 11-18  wordt ons het beest uit de aarde getekend, dat heerschappij voert over mensen en toch in geloof weerstaan moet worden …

 

Met andere woorden: de regering en het hoofd daarvan verdienen ons diepste respect, maar kunnen niet per automatisme slaafs gevolgd te worden, en ook zijn al hun handelingen niet per definitie eerbiedwaardig. We komen inhoudelijk verder op dit punt door de woorden ‘Vreest God, eert de keizer’  nog eens te wegen: het valt op dat er verschil is tussen de verhouding tot de Here en de verhouding tot de keizer/koning.’Vrezen’, ontzag, onvoorwaardelijke overgave – dat valt alleen de Here ten deel. Hij alleen is dat waard. ‘Eren’, dat doet men de mensen die boven ons gesteld zijn. Ik legde hierboven al de lijn naar het vijfde gebod, onze ouders. Maar daar stelt de Schrift wel een grens aan: in Ef. 6: 1-4 wordt ons geleerd dat dit een gehoorzamen in de Here is (en daar ligt meteen die inhoudelijke grens), en degenen die geëerd dienen te worden, worden opgeroepen om hun kinderen niet tot toorn te verwekken, maar in de lijn van Gods tucht en terechtwijzing verder te brengen.

 

Onze houding tegenover koningin en koningshuis zal op die manier inhoud krijgen. En dan graag niet het vergrootglas bij incidenten, maar (net als in het kerkelijk leven!) kijken naar en oordelen op de doorgaande lijn door de jaren heen: wordt in de lijnen die uit ‘Den Haag’, en mede uit Huis ten Bosch, komen duidelijk dat de wijsheid die van Boven is verwerkt is en dat ons volk en ook wijzelf in die wijsheid verder komen? En om die wijsheid zal in de kerken dan ook altijd weer intens gebeden worden: voor de koningin, voor haar huis, voor de regering en het parlement, opdat ons volk in die wijsheid hun voetstappen zullen treden en aldus gezegend zullen worden.

 

 

Ds. D. Quant is predikant te Huizen.

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker