Artikel
2011-06-10

P.L.D. Visser en Mark Wallet

Samenwerking met andere kerken van gereformeerd belijden: de één gaat het veel te snel, de ander gaat het veel te langzaam. Het leidt in onze kerken gemakkelijk tot onderling onbegrip. De Wekker vroeg de predikanten Kieviet en Wessels met elkaar in gesprek te gaan over hun motivatie om de rem dan wel de versnelling te zoeken en over hun verlangens voor de kerk van de toekomst.

Ds. J.C. Wessels spreekt eind maart voor de Vereniging van Regionale Christelijke Gereformeerde Studiekringen (RCGS) in Veenendaal over het thema van die dag: “Kleine oecumene: mission impossible?” Het Reformatorisch Dagblad plaatst een verslag en steekt in met een uitspraak van Wessels dat “een kleine, maar invloedrijke groep” van behoudende christelijk-gereformeerden de kleine oecumene tegenhoudt. Hij vermoedt dat “angst voor veranderingen” de eigenlijke oorzaak is.

De opinieredactie van de krant nodigt ds. J.M.J. Kieviet van Dordrecht-Centrum vervolgens uit op de uitspraken te reageren. Kieviet maakt duidelijk pijnlijk getroffen te zijn door de stellige uitspraken van zijn collega. “Ik vraag me, met alle respect, af of ds. Wessels de draagwijdte van de oordelen die hij uitsprak tevoren wel overdacht heeft”, noteert hij. “De gedachte aan een rechtse invloedrijke pressiegroep is een mythe. Niet meer en niet minder.” Bovendien worden naar het gevoelen van ds. Kieviet “serieuze bezwaren tot een egoïstische platvloersheid” gemaakt.

Alle reden dus voor een ontmoeting. De predikanten zijn geen onbekenden voor elkaar: ze komen beiden uit Middelharnis, zaten bij elkaar op de jeugdvereniging en kennen elkaars families goed. Het gesprek komt dan ook vanzelf op gang. “Ik ben in Veenendaal gevraagd te spreken over mijn persoonlijke observaties”, begint ds. Wessels. “Terug uit Botswana als zendeling, als directeur van de Evangelische Alliantie en ook als echtgenoot van een predikantsdochter uit de NGK. Dat maakt ook dat ik persoonlijk op de kleine oecumene betrokken ben.”

Wessels onderstreept inderdaad teleurgesteld te zijn over de geringe ontwikkeling op het terrein van de kleine oecumene. “Het raakt me, te meer omdat ik geloof dat de eenheid van de kerk dicht op het hart van God zelf ligt. Jezus heeft er persoonlijk voor gebeden. De verdeeldheid doet schade aan de voortgang van het Evangelie en aan de eer van God.”

Angst

Kieviet: “Maar waar baseer je het op dat een behoudende groep uit angst de kleine oecumene tegengaat?”

Wessels: “Ik heb de ontwikkelingen in kerkelijk Nederland vanuit Botswana redelijk gevolgd en hoorde zowel officiële als persoonlijke verhalen over het kerkelijk reilen en zeilen. Wat mij opvalt is dat veel mensen met zorgen over de samensprekingen met NGK en GKv moeten erkennen nog nooit een preek in die andere kerk te hebben gehoord. Dan concludeer ik dat er angst speelt voor het onbekende.”

Kieviet: “Een aantal jaren terug heeft een 40-tal predikanten uit onze kerken wel degelijk kennis genomen van de prediking in de GKv en op grond daarvan z’n grote zorgen uitgesproken. Feitelijk hebben we met de GKv overeenstemming over de toe-eigening van het heil, maar de vraag is hoe dat functioneert in prediking en pastoraat. Die vraag heeft niets met angst te maken. Wel met bezorgdheid.”

Wessels: “Ik begreep dat deputaten eenheid ook een aantal preken uit NGK- en CGK-kring heeft vergeleken om vervolgens te constateren dat de toe-eigening van het heil in een aantal NGK-preken duidelijker naar voren kwam dan in de CGK-preken.”

Kieviet: “Dat klopt, maar ik ben ook niet zonder zorgen over de prediking in onze eigen kerken. Het mes snijdt net zo goed in eigen vlees. Ook onder ons starten veel preken op een punt waarvan ik denk: dat valt nog te bezien. Ik mis de werkelijkheid van de tweeërlei kinderen des verbonds. Ik signaleer in onze kerken niet alleen liturgische, maar ook inhoudelijke veranderingen. Vanuit die verschuivingen verbaast het me niet dat er aansluiting met andere kerken wordt gezocht.”

Wessels: “Ik heb na mijn terugkeer uit Botswana ook geconstateerd dat onze kerken de afgelopen twintig jaar behoorlijk veranderd zijn. Ik waardeer dat echter niet perse negatief en denk dat het te maken heeft met de nieuwe positie van de kerk in een geseculariseerde wereld. Het behoud van de kern van het Evangelie staat echter niet ter discussie, ook niet binnen de NGK en de GKv.”

Kieviet: “Was het maar zo. Er zijn wezenlijke zaken in het geding. Mijn vraag is of we als kerken nog echt gereformeerd zijn. Functioneren overal de vijf punten van Dordt (zoals verwoord in de Dordtse Leerregels: totale verdorvenheid, onvoorwaardelijke verkiezing, beperkte verzoening, onweerstaanbare genade, volharding van de gelovigen, red.) werkelijk? Die Leerregels waren toch het credo van de kerken van 1834?! Durven we te preken zoals de Heere Jezus dat deed: met het gewicht van de eeuwigheid en nadrukkelijk onderscheidend? Om nog maar niet te spreken over ontwikkelingen op ethisch en ambtelijk terrein.”

Individualisering

Of je de crisis van de (kleine) oecumene de crisis van de prediking zou kunnen noemen? “Ja”, reageert ds. Kieviet, “dat denk ik wel.” Wessels: “Maar die crisis in de prediking beperkt zich dan toch zeker niet tot de GKv en de NGK en heeft bovendien veel facetten. Niet alleen de prediking, maar ook de culturele context is veranderd. Er is een enorme kloof tussen waar mensen staan en waar God ze wil hebben. Ik kom in mijn werk veel mensen tegen uit allerlei kerkverbanden die werkelijk aangeraakt zijn door God, en Hem ervaren in hun leven. In de wereld heeft die ervaring echter steeds minder een plaats, waardoor het verband moeilijker is te maken. Dat was vroeger toch anders.”

Kieviet: “Ik denk juist daarom dat er meer dan ooit behoefte is aan gereformeerde, bevindelijke prediking die de mensen aanspreekt waar ze zijn: buiten het paradijs en in de dynamiek van onze tijd. Mijn ervaring is dat je jongeren en ouderen daar echt mee bereikt. Dan staat een klassieke liturgie niet in de weg en is de tweede dienst even bezet als de eerste.”

Wessels: “Ik geloof zeker dat jij mensen in je preken aanspreekt, zo ken ik je. Persoonlijk wil ik ook diep in de Schrift duiken en tegelijkertijd dicht op de huid van de hoorders zitten. Wat me moed geeft, is dat het in Botswana mogelijk bleek het Evangelie over te dragen, terwijl er geen woorden voor sommige Bijbelse kernbegrippen bestonden en de cultuur compleet anders was. Dan moet het ook in de hedendaagse westerse cultuur kunnen.”

Secularisatie

De oud-zendingspredikant geeft aan dat hij in het proces van vertolking van de Bijbelse boodschap in Botswana de gereformeerde theologie nog meer is gaan waarderen. “Het is uitgebalanceerd, het functioneert ook in een hele andere culturele setting. Tegelijkertijd werkte ik in Afrika  heel veel samen met Pinksterbroeders en christenen van alle kleur. Dat heb ik als een groot goed ervaren. Ik geloof dat we elkaar ook in Nederland in de toekomst hard nodig zullen hebben als christenen. Het is zaak nu al op die toekomst voor te sorteren, waarin christenen een kleine minderheid vormen. Het gaat erom dat de volle waarheid van het Evangelie verkondigd blijft worden in dit land. Ik voel me daarmee verantwoordelijk voor het brede lichaam van Christus.”

Kieviet: “Ik hoop dat je dat verlangen ook bij mij hoort. Het gaat me om de zaak van Christus en de komst van Zijn Koninkrijk. In mijn goede stad Dordrecht zijn er hartelijke contacten tussen de kerken van gereformeerd beginsel. Eenheid waar het kan; afstand waar het moet. De zielen van de mensen zijn aan ons toevertrouwd. We moeten herders en wachters zijn. Daarom gingen de wegen tussen remonstranten en gereformeerden in 1618/1619 ook uiteen.”

Wessels: “De tijd is voorbij dat we in ontmoetingen moeten beginnen met de verschillen. Laten we met elkaar spreken over wat bindt. Voor mij is de grote nood de secularisatie. We leven in een wereld die steeds verder afglijdt van God en Zijn Woord. Dat vind ik heel erg. Samenwerken is daarom noodzaak en geen kwestie waarvan je kunt zeggen: het hoeft van mij niet zo nodig.”

Kieviet: “De oplossing is echter niet dat we het Evangelie verdunnen. Ik vrees dat we als kerken weg groeien van onze wortels. Bewaar het goede pand dat u is toevertrouwd:  daar gaat het om. Moge de Heilige Geest de hof van onze kerken doorwaaien.”

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker