| Onderstaand interview verschijnt in een uitgebreidere versie in het bundeltje ‘In de familie’ dat 4 december a.s. verschijnt ter gelegenheid van de presentatie van de Herziene Statenvertaling (HSV). In het boekje spreken families, afkomstig uit de gereformeerde gezindte, zich uit over de rol van geloof en Bijbel in hun leven. Esther Spiering-de Hek ging voor ‘In de familie’ in gesprek met de christelijk-gereformeerde oma, zoon en kleinzoon Eveleens.
Hun beleving en visie willen nog weleens verschillen, zeker die van oma Eveleens en kleinzoon Jan-Peter. Soms, tijdens het gesprek aan tafel met de drie Eveleens, lijkt de generatiekloof bijna tastbaar. ‘Ach, ik ben oud’, is dan het commentaar van oma. Toch, ruim twee uur lang pratend over hoe de Bijbel, God en geloven hun leven tekenen, kleuren begrip en respect de ontmoeting. Jan-Peter: ‘Als ik tachtig mag worden, hoop ik dat ook mijn kinderen en kleinkinderen nog geloven; en dat ik dat net als oma aan hen heb doorgegeven.’
Zittend aan de eetkamertafel bij zoon Bert en schoondochter Margriet Eveleens, luistert mevrouw J. Eveleens-van Dijk vooral. Naar haar 20-jarige kleinzoon Jan-Peter, die enthousiast vertelt over zijn belijdenisdienst, nu anderhalf jaar geleden. En naar haar zoon Bert, die ze even tevoren ‘zo’n lieve, gehoorzame jongen’ noemde. Vaak, als haar een vraag gesteld wordt, is het eerst vijf seconden stil. Dan volgt het antwoord; niet langer dan nodig, maar altijd inhoudsvol.
De zang
Ze is nu tachtig jaar, oma Eveleens. Elf jaar geleden overleed haar man, ze waren toen 41 jaar getrouwd. ‘Dat is nog iedere dag een groot gemis’, zegt ze daarover. Ze woonden toen al in Nunspeet, maar zowel zij als haar man groeide op in de bloemenstreek Aalsmeer. Daar leerden ze elkaar ook kennen, op de zangvereniging van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Aalsmeer.
‘Als meisje van een jaar of twintig ging ik naar de meisjesvereniging, de catechisatie en de zang, allemaal van de kerk. Was je niet van de kerk, dan ging je naar de veiling. Daar werd gedanst, dat was de wereld en daar kwam je niet als christelijk meisje. Het was dit of dat, er was geen tussenweg.
Op m’n 23ste kreeg ik verkering met mijn man, we zaten allebei in het bestuur van de zang, en ja’, zegt ze met een lach, ‘als de bestuursvergadering afgelopen was, moest ik natuurlijk naar huis gebracht worden.’
Andere anekdotes uit haar jeugdjaren komen nu op tafel, tot vermaak van zoon Bert en kleinzoon Jan-Peter. Zoals die keer dat ze ’s avonds met haar vriendin ‘de hele Meer’ doorfietste om in Nieuw-Vennep een dienst te bezoeken waar de christelijk-gereformeerde professor G. Wisse sprak. ‘Mijn moeder prees Wisse altijd zo, en toen stond er in de krant dat Wisse in Nieuw-Vennep zou komen. Nou, dacht ik, die wil ik dan ook weleens horen. Dus wij een uur op de fiets om de man te kunnen horen.’ Het is even stil, en dan: ‘Nou, mijn type was het niet. Het spijt me, misschien is het niet zo, maar de man kwam mij toch wat te trots over. Met zo’n witte sjaal om en de nodige verhaaltjes. Nee … ik hield er niet van, het pakte mij niet.’
Gospelmuziek
Het gezin Eveleens sr. telt vier kinderen, van wie zoon Bert de oudste is. Toen Bert een jaar of zeven was, verhuisden hij en zijn ouders van Aalsmeer naar Driebergen, waar ze actief betrokken waren bij de Christelijke Gereformeerde Kerk, eerst in Driebergen en later in Zeist. ‘Kenmerkend voor ons gezinsleven thuis was de band met de kerk’, zegt Bert. ‘Mijn vader was jarenlang ouderling, mijn moeder draaide mee in het verenigingsleven en als kinderen kreeg je de liefde voor de kerk eigenlijk met de paplepel ingegoten.’
En de appel valt niet ver van de boom, zo lijkt het. Ook in het leven van Bert, zijn vrouw Margriet en hun vier kinderen is de kerk geen randverschijnsel, integendeel. Vanaf hun huwelijk, 22 jaar geleden, woont het gezin in het Veluwse Putten en zijn daar lid van de Christelijke Gereformeerde Kerk. Bert werkt al jaren bij de politie, op dit moment als inspecteur op een bureaufunctie.
‘Toen ik 21 jaar was, heb ik belijdenis gedaan’, vertelt Bert. ‘Dat was een bewuste keuze natuurlijk, hoewel het geloof iets is wat er, doordat het zo centraal stond in ons gezin, bijna automatisch geweest is. Ik ben erin opgevoed, erin meegegaan en het is persoonlijk geworden. Ik sta nu op een ander punt in mijn geloofsleven dan toen ik belijdenis deed, dat moment van belijdenis doen heb ik niet eens meer helder voor ogen.’
‘Ik was en ben nog een groot liefhebber van muziek, vooral gospelmuziek. Ik ging als twintiger veel naar concerten, naar de ‘2nd Chapter of Acts’ bijvoorbeeld, toen en nog steeds een heel bekende christelijke gospelband. ‘k Ben een vrij rationeel mens en niet zo’n prater over geestelijke dingen. Maar het luisteren naar christelijke muziek heeft mij een duwtje gegeven om God te volgen. Muziek luisteren is voor mij contact maken met mijn geestelijk leven, met mijn innerlijk. Misschien moet je dit wel zelf ervaren om het te begrijpen, maar het is eenvoudigweg zo dat een mooi stuk christelijke muziek vaak meer met mij doet dan een preek. In preken worden mij vooral qua leer en kennis bouwstenen aangedragen, maar geloofsbeleving zit voor mij toch meer in het luisteren en meezingen met muziek.’
Sinds vorig jaar woont Berts zoon Jan-Peter op kamers in Groningen, waar hij International Business and Management studeert aan de Rijksuniversiteit Groningen. Bijna ieder weekend treint hij terug naar Putten. Waarom? ‘Het is gezellig hier en m’n vriendin komt dan ook. Doordeweeks ben ik graag in Groningen, maar in het weekend ben ik toch heel graag lekker thuis.’
Jan-Peter: ‘Ik kom uit een warm nest, dat kan ik van harte zeggen. Ik ben daar heel dankbaar voor, omdat ik om mij heen ook zie dat het anders kan. Ik heb diverse vrienden die een heel lastige jeugd gehad hebben en met een enorme schram lopen. Ik heb een hele fijne opvoeding gehad. Je zou kunnen zeggen dat ik opgegroeid ben in een ideale omgeving om een persoonlijke relatie met God op te bouwen.’
Warm
‘Toen ik 18 was, heb ik belijdenis gedaan. Ik was eraan toe, misschien ook wel doordat er in mijn leven nooit een periode is geweest dat ik niet naar de kerk wilde en geloven maar niks vond. Ik wilde serieus een persoonlijke relatie met God opbouwen en vond het ook heel boeiend om mijn kennis te verdiepen tijdens de belijdeniscatechisaties.’
‘Ik ben zo’n type dat zomaar heel warm kan worden voor dingen. Ik heb wel meegemaakt dat ik na een preek helemaal enthousiast was om voluit voor God te gaan. En die bevlogenheid wordt niet minder, ook niet nu ik studeer. Juist op de studentenvereniging leer ik weer op een andere manier veel over geloven. Had ik voor mijn studententijd de keuze nog niet gemaakt om belijdenis te doen, dan had ik het nu wel gedaan, denk ik.’
Jan-Peter geniet van zijn leven, dat straalt hij uit en dat beaamt hij volmondig. ‘Het gaat goed met mijn studie, ik heb een lieve vriendin en leid een heerlijk leven in Groningen. Inderdaad, een biertje drinken hoort daar zeker wel bij en af en toe uitgaan. Ik kan dat als christen ook verantwoorden, plezier hebben en geloven sluiten elkaar niet uit, denk ik. Hoewel ik als gelovige wel duidelijk mijn grenzen in de gaten probeer te houden.’
Als oma Eveleens gevraagd wordt te reageren op wat Jan-Peter vertelt, is het eerst even stil. Dan zegt ze: ‘De verleiding is tegenwoordig voor de jeugd zoveel groter dan toen wij jong waren. Wij deden ook leuke dingen en hadden ook schik, maar toch was het anders. Er was duidelijk een grens tussen de kerk en de wereld. Je hield je als kerkmens verre van dingen waar de wereld druk mee was, zoals feesten en dansen. Maar dat is tegenwoordig blijkbaar allemaal anders.’
Troost
Het gesprek komt op het leven met God, in wie ze alle drie van harte geloven: moeder, zoon en kleinzoon. De 80-jarige mevrouw Eveleens vertelt hoe ze ’s avonds, bij het naar bed gaan, ‘de ene psalm na de andere’ zingt. ‘Niet hardop, maar in m’n hoofd. Psalm 3 zit daar altijd bij: ‘Maar, trouwe God, Gij zijt, het schild, dat mij bevrijdt, mijn eer, mijn vast betrouwen’. Daar heb ik zo’n troost aan, dan kan ik er weer helemaal tegen. Dan mag ik in mijn eenzaamheid weten dat de Heere overal van weet, en dat ik alles in Zijn hand mag geven.’
Zoon Bert: ‘Als ik mijn moeder zo hoor spreken, herken ik haar erin. Het geloof in God raakt heel haar wezen, het is voor haar heel belangrijk. Ook bij mijn vader was dat zo. De liefde voor God, de liefde voor de kerk en de betrokkenheid bij het kerkenwerk typeerden hun leven. Eerlijk gezegd ben ik hier wel een beetje jaloers op, en dan bedoel ik vooral op de intensiviteit van hun beleving.
Het geloof in God is een onmisbaar onderdeel in mijn leven. Ik ben druk met mijn werk en het gezin, maar toch denk ik geregeld na over mijn leven met God en spreek ik in gedachten met Hem. Maar ik blijf toch een rationeel mens, en denk dat ik daardoor ook het geestelijk leven minder intens en diep beleef dan mijn moeder bijvoorbeeld. Terwijl ik dat best graag zou willen, daar ben ik heel eerlijk in.’
Jan-Peter: ‘Mijn vader is vrij gesloten. Mijn moeder is veel opener, met haar voeren we ook vaker persoonlijke gesprekken. Mijn vader en ik moeten meer naar momenten zoeken om met elkaar over bijvoorbeeld het geloof te praten. Niet dat we het onderwerp uit de weg gaan, helemaal niet, maar het gaat er met mijn moeder gewoon eerder en makkelijker over, denk ik.’
Kinderbijbel
In het gezin van Bert en Margriet Eveleens is ‘heel veel bespreekbaar’, volgens zoon Jan-Peter. ‘Allerlei dingen, de gekste dingen, zou je kunnen zeggen. Maar zeker ook zaken die met het geloof te maken hebben, komen hier regelmatig op tafel. Dat is eigenlijk altijd zo geweest, ook toen we klein waren en er aan tafel uit de kinderbijbel gelezen werd. Dan stonden er van die vragen aan het einde van het verhaal en praatten we daar vaak nog een poos over.’
Jan-Peter gebruikt de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). Ook thuis, bij zijn ouders in Putten, wordt aan tafel vooral uit de NBV gelezen. Bert: ‘We hebben de Parallelbijbel, waarin Statenvertaling en NBV naast elkaar staan. Ik lees vrij standaard uit de NBV, vooral ook met het oog op de kinderen. Maar als we bijvoorbeeld een bekend stuk lezen, een Psalm bijvoorbeeld, wil ik nog weleens de Statenvertaling gebruiken. Ik ben een groot voorstander van de Herziene Statenvertaling. De Statenvertaling is mij lief, ik ben daarmee opgegroeid en de woorden klinken vertrouwd. Omwille van de kinderen lees ik een laagdrempelige vertaling. De HSV biedt volgens mij een prachtig alternatief.’
Het gesprek dat volgt over wie welke vertaling gebruikt en waarom, houdt wel even aan. Kleinzoon Jan-Peter is er zeer uitgesproken over dat ‘toegankelijkheid van een vertaling boven ieder principe verheven is’. ‘Dat een Bijbelvertaling in hedendaagse taal beschikbaar is, vind ik het belangrijkste.’ Oma luistert weer vooral, zij leest het liefst ‘oude vertaling’, vertelde ze. Omdat het ‘eerbiediger’ is en de woorden van Statenvertaling haar hart raken. Als Jan-Peter zegt dat hij er ‘heel goed mee zou kunnen leven als de Statenvertaling niet meer gebruikt zou worden’, reageert ze: ‘Het zal wel. Ik kan het niet zo zien, maar goed, ik ben oud.’
KernbegripAlle drie is gevraagd een Bijbeltekst te noemen die bepalend is voor hun leven. Jan-Peter slaat de Bijbel open bij Hebreeën 11 en leest vers 24 tot en met 26. ‘Twee jaar geleden heb ik een preek gehoord over dit gedeelte en sindsdien zijn deze teksten heel belangrijk voor me. Ik studeer bedrijfskunde in Groningen, een studie waarmee je voor het grote geld en een goede carrière kunt gaan. Onderhuids heb ik die drive ook, merk ik. Het succes trekt me, maar deze tekst bepaalt mij er iedere keer weer bij dat aards succes niet alles is, dat je een keuze moet maken. Kijk, Mozes leidde aan het hof van de Farao een mooi leven en toch, toen het erop aankwam, keek hij verder dan deze aardse toekomst. Dat wil ik ook graag. Ik wil graag gelukkig blijven en ik geniet ervan dat het nu zo goed met mij gaat, maar uiteindelijk weet ik toch dat ik het gelukkigst word met God. Weet je, als ik tachtig mag worden, hoop ik een fijn leven achter me te hebben. Maar vooral hoop ik dat, even aangenomen dat ik kinderen en kleinkinderen krijg, zij ook nog geloven; en dat ik dat net als oma, aan hen doorgegeven heb.’
De interviewbundel ‘In de familie’ zal in de loop van januari 2011 in de christelijke boekhandel te koop zijn. ‘In de familie. De Bijbel, en het leven van drie generaties’, P.J. Vergunst (red.), ISBN 978-90-8897-008-5, Uitgeverij Groen, 9,95 euro. |