Artikel
2011-06-10

door W. van  ‘t Spijker

In de jaren ’70 van de vorige eeuw begonnen contacten met de Nederlands Gereformeerde Kerken (toen nog veelal ‘Buitenverbanders’ genoemd). Kerken die met hen contact hebben kregen in het jaarboek een plusje (+) voor hun naam. Er zijn ook kerken met een hekje (#) voor hun naam. Die hebben contact met de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt). Er zijn nog andere symbolen nodig, zo is de verwachting. In dit stukje praat ik u bij over de kerkelijke contacten die onze kerken via deputaten eenheid onderhouden.

Kennismaken via de prediking

Op de website van onze kerken vind je verslagen van de generale synode 2010. Wie ze opzoekt ontdekt dat er vaak is gesproken over contacten met andere kerken in Nederland. Er is nogal wat veranderd. Misschien was de belangrijkste verandering wel de wijziging van ‘bijlage 8’ van de KO. Voordat een kerk een plusje of een hekje kreeg was er een lang traject afgelegd. Samensprekingen over diverse onderwerpen, luisteren naar elkaars prediking (bijvoorbeeld door bandjes afluisteren), spreken met de gemeente, verslag aan de classis, advies van deputaten naar art. 49 KO. Het was een lange weg. Veel kerken gingen die. Soms ‘strandde’ een verzoek op de classis omdat het traject niet grondig genoeg was afgelegd. Soms strandde het omdat er verschil van mening was over wat ‘grondig genoeg’ betekende.

Wanneer er – soms na jaren – toestemming  van de classis kwam, kreeg de gemeente dan pas voor het eerst te maken met de prediking door voorgangers uit de gemeente waarmee nauwer samenleven mogelijk was. Dat is nu veranderd. Kanselruil is niet langer het ‘sluitstuk’ van een lange weg maar nu kunnen onze kerkenraden predikanten uit andere kerken uitnodigen vóórdat het hele traject van samensprekingen is gevoerd. Wanneer de synode heeft verklaard dat een kerkverband in alles wil staan op Gods Woord en de gereformeerde belijdenis, dan kunnen voorgangers uit dat kerkverband door onze kerkenraden uitgenodigd worden. Er is nog één voorwaarde: de regeling moet wederzijds gelden. Momenteel is dat het geval met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Op de generale synode van de Hersteld Hervormde Kerk moet een voorstel daarover nog in tweede termijn behandeld worden. Wanneer dat gebeurd is kunnen predikanten uit die kerk door onze kerkenraden uitgenodigd worden en andersom. De synode heeft aan deputaten eenheid gevraagd om te onderzoeken wat die gewijzigde bijlage 8 betekent voor de contacten met de Nederlands Gereformeerde Kerken en voor de contacten met gereformeerde gemeentes binnen de Protestantse Kerk (zeg maar: Gereformeerde Bondsgemeentes). Dat deputaten die vraag hebben gekregen betekent dat nu nog geen predikanten uit die beide kerken uitgenodigd kunnen worden als er geen plaatselijke samenwerking is. Op de GS van  2013 moet helder worden of dat zo blijft, of dat het kan worden zoals met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).

Weer in gesprek komen

De Nederlands Gereformeerde Kerken waren dus de eerste kerken waar wij een officiële relatie mee hadden. Die relatie kwam onder spanning te staan doordat gesprekken over de ‘toe-eigening van het heil’ vastliepen. Ik ga niet in op de reden daarvan. Sinds 2007 hadden deputaten weer een opdracht om gesprekken met de Nederlands Gereformeerde commissie te hebben en dat resulteerde uiteindelijk in de uitspraak van de GS 2010 dat het punt van de toe-eigening geen belemmering meer is tussen onze beide kerkverbanden. Nu moeten er gesprekken gevoerd worden over zaken waar nog wel verschillen over bestaan. We voeren die gesprekken op basis van het feit dat beide kerken van elkaar hebben gezegd dat ze in alles wensen te staan op Gods Woord en de gereformeerde belijdenis. Dat gesprek is belangrijk. In 35 plaatsen zijn vormen van samenwerking tussen de CGK en de NGK. Daarom alleen al is het belangrijk om met elkaar in gesprek te zijn – en wellicht kan dat nog verder uitgebouwd worden.

Andere Gereformeerden

Deputaten spreken niet alleen met de drie kerken die ik hierboven noemde. We spreken ook met vertegenwoordigers van de Gereformeerde Gemeenten en met het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk.

De gesprekken die we met de Gereformeerde Gemeenten voeren hebben vooral ten doel dat we niet al te ver van elkaar verwijderd raken en dat karikaturen die over en weer kunnen bestaan bestreden worden.

Met de Gereformeerde Bond spreken we over zaken van gezamenlijk belang en willen we ook onderlinge contacten tussen een plaatselijke CGK en een gereformeerde gemeente binnen de Protestantse Kerk stimuleren. Dat laatste is nog niet zo eenvoudig, lijkt het. Er gebeurt plaatselijk hier en daar wel iets op gebied van een Reformatieherdenking. Onze synode gaf al in 2004 mogelijkheden aan hoe dat verder uitgebouwd zou kunnen worden – tot en met kanselruil. Het zou goed zijn dat het er ook van komt. Kerken van gereformeerd belijden hebben elkaar nodig – al was het maar om een eenparig geluid in deze wereld te laten horen. Mocht het zover kunnen komen, dan zullen deputaten voor het Jaarboek zich nog maar moeten bezinnen op de vraag: welk symbool gebruik je dan om die contacten aan te duiden?

En de andere kerken dan?

De synode gaf deputaten ook toestemming om voor een periode van drie jaar te participeren in de Raad van Kerken als kandidaat-lid. Na die periode moet dan aan de synode gerapporteerd worden of die participatie zinvol en gewenst is. We verwachten niet dat dit tot nog meer openingen van kansels zal leiden: het meedoen als kandidaat-lid van de Raad van Kerken is van een totaal andere orde. Vaak laat de Raad van Kerken in maatschappelijke kwesties iets namens de kerken horen. Kun je daar als CGK in meedoen en zo bijdragen aan een Bijbels getuigenis in de Nederlandse samenleving? Dat zal de vraag zijn waar we in 2013 over moeten rapporteren.

Ds. W. van ’t Spijker  is predikant in Hilversum-Pniël en is voorzitter van deputaten eenheid


 

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker