|
door A.Th. van Olst
Het verlangen naar de wederkomst hoort bij het geloof. Tegelijk zijn er heel wat dingen die het verlangen naar de wederkomst in de weg staan, zoals we de vorige keer zagen. In dit artikel willen we een antwoord vinden op de vraag waarom het een zegen is voor het geloofsleven om te leren verlangen naar de wederkomst.
Het verlangen naar de wederkomst is niet iets dat je alleen maar ontvangt. Er mee bezig zijn, bijv. d.m.v. Bijbelstudie, is heilzaam. Onbekend maakt immers onbemind.
Er zijn veel geestelijke lessen te leren op de school van de Heilige Geest, maar we krijgen er wel vaak huiswerk voor op. Verlangen naar de wederkomst vraagt geestelijke oefening. Het is door genade te leren. En het is een zegen als we het leren.
Teleurstellingen
Als we de christen pelgrim noemen, klinkt dat niet zo vrolijk. We zien een pelgrim al snel als een vermoeide reiziger die zichzelf veel moet ontzeggen. De christelijke pelgrim die reist naar de eeuwige gemeenschap met God denkt daar anders over. Hij heeft een heerlijk reisdoel. En onderweg is hij niet alleen maar in den vreemde; de Heere is nabij.
Verdriet en teleurstellingen komen door het verlangen naar de wederkomst in een ander perspectief te staan. Als Christus onze hoop, ons verlangen en onze vrede is, dan kan ons leven door teleurstellingen moeilijk meer helemaal in elkaar storten. Er kan aan ons leven geschud worden. Er zijn dingen die ons uit het lood slaan. Er kan ontreddering en verdriet zijn. Juist dan is het verlangen naar de toekomst van de Heere zo troostrijk.
Teleurstellingen over gezondheid, gezin, en huwelijk komen door het verlangen naar de wederkomst in een ander licht te staan. Soms gaat het zo anders dan je gehoopt en gebeden had. Trouw volharden bij het Woord van de Heere is soms zo zwaar. Maar de verwachting van de wederkomst leert dat het leven hier ons niet alles hoeft te bieden. Het beste komt nog.
Mee-verlangen
Het is een zegen om verder te leren kijken dan onze eigen, persoonlijke verlangens. Is het wel mogelijk om ook naar de wederkomst te verlangen als je zelf nog mooie dingen in dit leven te verwachten hebt? Is het dan toch waar dat je pas echt naar de wederkomst verlangen kunt, als het moeilijk gaat in je leven?
Maar er is meer dan ons eigen leven. Er zijn broeders en zusters die zuchten onder vervolging, en velen zitten in strafkampen. Zij bidden hartstochtelijk om de wederkomst. Zijn zij niet onze broeders en zusters? Wij staan niet los van hen, en dus ook niet los van hun gebeden om Christus’ spoedige komst.
Wie gelooft in de ene Kerk van Christus, en in de gemeenschap der heiligen, mag zich geroepen weten te leren verlangen naar de wederkomst, ook als onze levensomstandigheden er zelf geen aanleiding toe geven. Verlangen naar de wederkomst heeft ook met de katholiciteit van de kerk te maken. De bruidskerk bidt erom. ‘De Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom!’ (Openb. 22: 17). Daarom is het een zegen voor het geloofsleven om het mee te leren verlangen.
Het gebed om de wederkomst hoort in onze persoonlijke gebeden en in de eredienst thuis. Niet alleen op die momenten dat we het verlangen voelen. We gebruiken het woordje ‘amen’ immers ook niet alleen als we voelen dat de Heere ons gebed horen en verhoren wil? Het ‘amen’ waarmee we ons gebed besluiten wil ons oefenen in geloofsvertrouwen. Dat geldt ook voor het bidden om de komst van de Heere Jezus.
Zijn toekomst
We denken bij de wederkomst vaak aan onze toekomst. Je verlangt immers alleen naar de dag van de wederkomst als dat betekent dat je voor eeuwig bij de Heere mag zijn, verlost van zonde en pijn. Het gaat echter bij de wederkomst om Zijn toekomst. God zal recht doen. De aarde zal vol worden met de kennis van de heerlijkheid van de Heere (Hab. 2: 14). Christus zal eer en glorie ontvangen.
Het gaat er niet allereerst om dat de gelovige er baat bij heeft. In het geloofsleven is het een zegen als we meer en meer oog krijgen voor de eer en glorie van de Heere. Het verlangen naar de wederkomst mag meer en meer gestempeld worden door een verlangen naar Zijn eer.
Onze agenda
Verlangen naar de wederkomst legt het leven niet lam. Wie uitziet naar de trouwdag stopt niet met school, studie of werk. Het gewone leven gaat door, en is ook belangrijk. De Heere roept ons tot Zijn dienst in dit leven. Daarom blijven we plannen maken.
Toch stempelt de verwachting van de jongste dag het leven wel. Een vrouw die de uitgerekende datum van haar verwachting bereikt, laat de was niet meer opstapelen. Je gaat kleine wasjes draaien, om steeds het huis op orde te hebben. ‘Laat de zon niet ondergaan over uw boosheid’ (Ef. 4: 26), want als de zon weer opkomt kan het de jongste dag zijn.
De koptekst die op iedere bladzijde van de christelijke agenda terugkomt, luidt: Zo de Heere wil en wij leven, en de Heere Jezus nog niet is teruggekomen.
Ds. A.Th. van Olst is predikant in Utrecht-Wes
|