Gemeente in Beeld zet een plaatselijke CGK-gemeente in de schijnwerpers die iets eigens heeft dat de aandacht waard is. Deze keer Werkendam, een gemeente die mede gevormd is door het water dat altijd in beweging is.
Over CGK-Werkendam
Volgend jaar hoopt de gemeente 100 jaar te bestaan. Aan een jubileumboek wordt al hard gewerkt. Sinds 2003 is drs. C.P. de Boer als predikant aan de gemeente verbonden. Aan het begin van het jaar telde de gemeente 281 doopleden en 319 belijdende leden. Daarmee is Werkendam een van de gemeenten in ons kerkverband met veel jeugd. Aan de zuidwestkant van Werkendam ligt de Biesbosch. Tegenwoordig natuurgebied, vroeger een bron van inkomsten voor de hard werkende Werkendammers. Nog altijd is er de invloed van het water: de gemeente kent een behoorlijk aantal schippers.
Altijd van huis?
Hij was 14 jaar oud toen hij met z’n vader de Biesbosch introk om een hele week van huis te blijven. We spreken met de 77 jaar oude br. A. Visser. “Je kreeg voor een hele week brood mee. Afhankelijk van het tij kon je dan vrijdag in de loop van de middag weer thuis zijn.” Het rijshout dat in de wintermaanden werd gekapt, werd in de zomermaanden gebruikt om zinkstukken te maken. Houten vlechtwerken, die samen met grote keien werden gebruikt om dijken te verzwaren. “In die jaren heb ik de hele kust van de Waddeneilanden tot aan Zeeland gezien.” “Ik herinner mij dat de reis van de eilanden naar huis op donderdagavond begon. Om 6 uur ’s vrijdagmorgens was je dan thuis.” “Je had dan wel een lang weekend”, vertelt hij lachend, ”maar dat had je ook wel nodig om uit te rusten.” Tegenwoordig rijdt iedereen iedere dag op en neer. ”Toch is het opvallend dat vroeger de kerkbanken voller zaten. Kunnen we de welvaart niet aan en hebben we het te goed?”.
Bij schipperskinderen net andersom
Waar de rijswerkers de hele week van huis waren en op zondag in Werkendam, is het voor schipperskinderen net andersom, vertelt Marga Versluis. Marga hoopt dit jaar te slagen voor het vwo-examen. Zij heeft 10 jaar op het internaat gewoond en werd iedere vrijdag opgehaald om het weekend op het schip door te brengen. Je hebt dan echt het gevoel naar huis te gaan. “Je kunt hierdoor aan veel activiteiten niet deelnemen”. “Sinds we via internet de kerkdiensten in Werkendam kunnen beluisteren, blijven we vaker aan boord en gaan we minder naar een kerk in de buurt van onze ligplaats. Zo blijf je meer met de kerk verbonden.” Marga wil kwijt dat schipperskinderen “niet zielig zijn. We slapen niet met 20 kinderen op een zaal. Je wordt er veel eerder zelfstandig van”. En ze voegt er nog aan toe dat een internaat ook mooie kanten heeft: “Hierdoor heb ik mijn vriend leren kennen.”
Een bewuste keuze
De meeste schippers worden dat van vader op zoon. Zo ging het niet met br. Jan den Breejen. Ons gesprek wordt af en toe onderbroken omdat hij zijn matroos instructies moet geven tijdens het aanmeren. ”Ik kom van de wal en ben op mijn 15e jaar gaan varen. Ik ben nu 37 en heb sinds negen jaar een eigen schip.” Zijn vrouw en hun jongste kind varen mee. De twee oudste kinderen, van 12 en 13, zijn doordeweeks op het internaat. Het zijn zware tijden en wordt weinig geld verdiend, maar Jan is positief ingesteld en blijft vol goede moed. “We zijn weinig zondagen in Werkendam. Daar staat tegenover dat wij dus zonder wroeging mogen shoppen. We gaan dan onder meer in Urk, Middelharnis of Gent naar de kerk.” Het samenleven met de gemeente is wel een uitdaging. “Het maken van een afspraak voor een huisbezoek is voor ons bijna onmogelijk.” De enige periode die zich daarvoor leent is rond oud en nieuw, maar dan zijn er ook zoveel andere dingen die nog moeten gebeuren. “Daar staat tegenover dat we bevriend zijn met een predikantsechtpaar, die soms een week met ons meevaren. Dan heb ik een hele week huisbezoek”, zegt hij met een brede glimlach.
Opvoeding
“Omdat ik de hele week van huis was, zijn de kinderen voor een groot deel door mijn vrouw opgevoed”, zegt br. Visser. “Maar dit was voor veel gezinnen het geval en je vond het eigenlijk heel normaal. Je zag niet anders in je omgeving.” Voor Marga zijn de eerste jaren aan boord belangrijk geweest: “Het klopt dat je door het internaat gevormd wordt, maar voor je daar heen gaat heb je de basisjaren al aan boord gehad.” Jan den Breejen geeft aan dat je er naar moet streven één lijn te trekken. “Dingen die op het internaat spelen moeten op het internaat opgelost worden. Het is een noodzakelijk kwaad, maar we zijn blij dat onze kinderen er naar toe kunnen.”
|