jaargang 131, nr.16, 5 augustus 2022

Klein. Zo kun je de protestantse kerk in Limburg wel typeren. En in de grote en langgerekte provincie Limburg is maar één CGK te vinden (Bunde/Meerssen, vlakbij Maastricht). Ook elders in Nederland en West-Europa is de kerk klein geworden. We zijn kerk in de marge. Hoe ga je daar mee om en hoe kun je kerk van Christus zijn als je met een kleine minderheid bent?

De eerste brief van Petrus kan ons wellicht helpen om een antwoord te vinden op onze vragen. In zijn tijd was de kerk ook een minderheid. Uit 1Petrus 1:1 kunnen we opmaken dat het gaat om christenen in Turkije die waarschijnlijk noodgedwongen uit Rome moesten vertrekken en zich elders gevestigd hebben. Petrus noemt hen uitverkorenen. God heeft hen uitgekozen om Zijn ambassadeurs te zijn in deze wereld. Hij wil dat zij het licht van het evangelie verspreiden. Tegelijkertijd zijn ze ook vreemdelingen. Ze worden niet geaccepteerd. Er waren nog nauwelijks vervolgingen, maar wel pesterijen. Hoe moeten ze zich opstellen? Hoe kunnen ze hun geloof uitdragen? Hoe houden ze het vol?
Je zou verwachten dat Petrus zou schrijven: het valt allemaal niet mee, sterkte! Maar hij begint niet met de moeilijkheden waar deze christenen mee te maken hebben. Hij zegt niet: beste mensen, ik weet ook niet hoe het verder moet. Maar hij zegt: ‘Geprezen zij God, die in Zijn grote barmhartigheid ons opnieuw geboren heeft doen worden tot een levende hoop’ (1:3). Hij begint dus met de hoop. Vervolgens geeft hij nog een paar dingen die kleine kerken kunnen helpen: ze worden geliefd, uitgedaagd en opgebouwd. Tot slot sluit hij zijn brief af met het geheim van de kracht van een kleine kerk.

Hoopvol (1,3-12)
Wat een bijzonder begin van de eerste brief van Petrus! Hij zegt: kijk niet naar alle problemen die er zijn, maar kijk naar wat Gód heeft gedaan en gaat doen. Deze insteek kan ook ons helpen. Hoe kijken wij tegen onze situatie aan? Waar nemen wij ons uitgangspunt? In de heilsfeiten of de onheilsfeiten?
Overigens: daar is wel wat voor nodig om vanuit de heilsfeiten alles te bezien. Want hoe kun je zeggen in moeilijke omstandigheden: geprezen zij God? Petrus maakt duidelijk dat er niet minder dan een wedergeboorte voor nodig is. Vanuit onszelf hebben wij die hoop niet. Wij lopen tegen de gebrokenheid en zonde in deze wereld en in ons eigen leven op. Die wedergeboorte waar Petrus het over heeft, ligt dan ook niet in het verlengde van onze mogelijkheden. Wíj́ komen niet verder. Gód heeft die verandering gegeven. Petrus heeft het zelf meegemaakt. Hij bedoelt dan de opstanding van Jezus Christus uit de dood. Wij hebben een levende Koning! Wie dat gelooft, wordt een ander mens. En niet zo’n klein beetje ook. 1Petrus1:8 heeft het over een onuitsprekelijke vreugde!
Ongelovigen zullen er vreemd van opkijken. In Petrus’ tijd was het Romeinse Rijk overal indrukwekkend aanwezig. De machtssymbolen waren overal: de Romeinse adelaars, vaandels, prachtige overheidsgebouwen. Die maakten diepe indruk. Maar christenen richtten zich op Jezus Christus en de redding die in Hem te vinden is. Verheug je daarover! Laat je niet verlammen door de moeilijkheden. Wanneer Christus het uitgangspunt van je leven is, ben je geen moment zonder hoop!

Geliefd (2,1-10)
Ontroostbaar. Dat kunnen kinderen soms zijn als ze hun knuffel missen. Die knuffels zien er soms niet uit. Maar ze zijn waardevol tot en met voor je kleine meid of jongen. En kennen we dat gevoel eigenlijk niet allemaal? Soms kun je maar wat moeilijk afscheid nemen van je oude stoel die nog zo lekker zit of je oude schoenen die nog zo lekker lopen. Voor anderen niets bijzonders, maar jij bent eraan gehecht. Zo, zegt Petrus, is God aan jullie gehecht. Voor veel mensen stelt de kerk niet veel voor en is de kerk vol gebreken, maar voor God zijn al die mensen waardevol.
In de tijd van Petrus golden Romeinen en Grieken als eersterangs burgers. De joden behoorden tot de tweede categorie. Christenen werden als derderangs burgers gezien. Je kunt je voorstellen dat deze mensen het daar moeilijk mee hadden. Vanuit menselijk oogpunt gezien, hadden ze geen toekomst. Een mooie carrière zat er niet in. Een belangrijke functie in het openbare leven konden ze wel vergeten. Wat konden ze nog verwachten?
Maar Petrus zegt: minderwaardig, derderangs? Jullie moesten eens weten wat God met jullie voor heeft! En dan komen er vijf titels op een rij. Titels die vroeger gegeven waren aan het volk Israël. Wat God altijd bedoelde met Israël mag nu vervuld worden in de kerk. Een uitverkoren geslacht: ze zijn niet gekozen op grond van bijzondere prestaties, maar omdat God van hen houdt. Een koninkrijk van priesters: ze staan in dienst van koning Jezus. Een heilige natie: God heeft hen apart gezet met een bijzondere bedoeling. Een volk dat God tot zijn eigendom heeft gemaakt. Een volk waarover Hij zich heeft ontfermd. Vijf keer om aan te geven hoe bijzonder ze zijn. Gekocht en betaald met het bloed van Christus. Voor het oog minderwaardig, maar voor Hem zeer kostbaar!

Uitgedaagd (2,11-3,17)
Kerk in de marge? Dan kun je kritiek krijgen of onheus behandeld worden. Hoe reageer je daarop? Word je kwaad? Ben je verontwaardigd? Petrus geeft een duidelijk advies. Zou zijn advies het geheim geweest zijn van de groei van de kerk in die tijd? Halverwege de tweede eeuw zei Justinus: ‘Er is geen mensenras op aarde waartussen zich geen bekeerlingen tot het christendom bevinden’. Hoe kwam dat?
Het was een beweging van gewone mannen en vrouwen die in het leven van alledag christen waren. Mensen merkten aan hen het verschil. Hun liefde. De hoop die ze uitstraalden. Hun vergevingsgezindheid. Hun eerlijkheid. Hun getuigenis van Jezus Christus. Ze vielen op!
Hoe is dat nu? Wat merken anderen aan ons? Petrus zegt in 2,11-25 dat volgelingen van Jezus opvallen door hun opstelling! Hij zegt: geef niet toe aan je zelfzuchtige verlangens, maar richt je energie op iets positiefs. Leid een mooi leven, staat er letterlijk. In een cultuur waar alles draait om jezelf: mijn rechten, mijn plezier, mijn carrière … leid een ander leven! Een leven waarin het gaat om God en die ander. Maak verschil! De eerste Bijbel die de mensen lezen, ben je vaak zelf! Zijn er mensen in jouw omgeving die zeggen: ik wil zijn zoals jij?
En getuig van de hoop die in je is, zegt Petrus in 3,15. Het begint eigenlijk allemaal met je hart. In vers 15 staat letterlijk; heilig Christus in je hart als Heer. Laten ze Gods Naam hooghouden. Dat is niet gemakkelijk. Daarom zegt Petrus in vers 14: wees niet bang. Het zou kunnen zijn dat gemeenteleden ervoor terugschrikken om Jezus’ Naam openlijk te belijden. Daarom roept hij hen op: houd Jezus’ Naam hoog! Een uitdaging voor ons als kerk in de marge!

Opgebouwd (4,7-11)
In een kleine kerk heb je de onderlinge opbouw hard nodig. Daarbij is allereerst het gebed belangrijk. Petrus zegt dat gebed nodig is, omdat het einde nabij is. Dan zie je scherp wat belangrijk is of wat onbelangrijk is. Als kerk in de marge richt je je op wat er toe doet. Aan bijkomstigheden moet je geen aandacht besteden. Maar wel aan dat wat belangrijk is met het oog op de komst van het Koninkrijk. Met een gebed dat zich daarop richt, bouw je elkaar op.
Ook de liefde is voor de onderlinge opbouw onmisbaar. Maar dan wel de liefde die de Bijbel bedoelt: die er niet op uit is om zelf gelukkig te worden, maar om gelukkig te máken. Een liefde die niet kijkt naar wat jij aan die ander hebt, maar die kijkt naar wat je voor de ander kunt betekenen. Een goede kerk is een kerk waar die liefde de toon zet. Dan bloeit de kerk! Niet een klein beetje, maar innig staat er. Dat heeft twee betekenissen: voortdurend en verstrekkend. Zoals een hardloper zich helemaal uitstrekt. Je geeft alles. Hoe ver dat strekt blijkt wel uit de toevoeging: liefde bedekt tal van zonden.
In de sfeer van de liefde krijgen de gaven van de Heilige Geest de ruimte. God sponsort de gemeente, zodat ze kan bloeien en groeien. Ontdek wat Hij aan gaven geeft! Bouw je elkaar op met gebed, liefde en de gave(n) die je hebt gekregen? Dan houdt de kerk in de marge het vol!

Krachtig (5,6-11)
In Petrus’ brief is het gegaan over de moeilijke positie van volgelingen van Jezus. Hoe kun je staande blijven? Hoe kun je getuigen? Hoe houd je het vol als je met lijden te maken hebt? Gelukkig is er zicht op de overwinning. Zo is Petrus zijn brief begonnen en zo eindigt hij ook. Er is Iemand geweest die de strijd tegen het kwaad op zich genomen heeft en overwonnen heeft! Daarom: vertrouw Hem!
We vinden het in de praktijk lastig om alles in Gods handen te leggen. Vaak staan we zelf met ons eigen handelen in het middelpunt. Petrus draait het om: als je nederig wordt, staat God in het middelpunt. Deze oproep van de Bijbel is uniek. In die tijd gold het juist als belangrijk om alle ruimte te geven aan jezelf. Petrus pleit voor nederigheid. Nederigheid is niet meer of minder van jezelf denken, maar minder aan jezelf denken. Dan komt er ruimte voor God en de ander! Dan kun je je op Hem richten.
Dat maakt je niet passief. Integendeel! Dat geeft je energie voor de geestelijke strijd die er is. Want Gods tegenstander maakt het je lastig. Hij is er op uit om je geestelijke weerstand te breken. Petrus zegt: doorzie het, weersta hem. Gun hem de overwinning niet. Sta vast in het geloof!

Tenslotte
In de Engelse plaats Coventry is nog een ruïne uit de tijd van WO II te vinden. Een ruïne van een kathedraal. Maar pal naast de ruïne is een nieuwe kathedraal gebouwd. Als een teken van hoop. God gaat verder. Hij laat de wereld niet zoals die is, maar alles wordt nieuw!
Het geheim van die toekomst heeft alles te maken met wat je in de kathedraal vindt. Uit allerlei landen hebben mensen meegebouwd aan de kathedraal. En uit al die landen werden ook geschenken gestuurd. Een ervan is een geweldig groot wandkleed. Het is maar liefst 26 meter hoog. Op dat kleed de figuur van Christus, de machtige Koning! Híj́ is het geheim van de toekomst. Want tussen de doorboorde voeten van deze machtige Koning staat een heel klein mensje. Het zou zo weggedrukt kunnen worden. Maar zo lang dat mensje daar staat, kan hem niets overkomen.
Kerk in de marge: het is geen gemakkelijke positie, maar in nabijheid van deze Koning ben je hoopvol, geliefd, uitgedaagd, opgebouwd en krachtig!