127e jaargang, 31 augustus, nr.18

De belijdeniscatechisatie vind ik persoonlijk een van de mooiste onderdelen van het werk als predikant. Je trekt als groep een jaar (in sommige gemeenten twee jaar) intensief met elkaar op en daardoor ontstaan vaak heel persoonlijke gesprekken. Bij sommigen merk je vanaf het begin een sterk verlangen om Gods naam te belijden; bij anderen leven vooral nog veel vragen. Door samen te luisteren naar de Schriften en daarover door te spreken ontstaat vaak een band tussen mensen met een heel verschillende achtergrond.

Over de gebruiken rondom het afleggen van belijdenis kun je nadenken, zoals in dit nummer ook wel gebeurt. Maar de belijdenis zelf is niet zomaar een kerkelijk ritueel. Voor Paulus zijn ‘geloven met het hart’ en ‘belijden met de mond’ twee kanten van dezelfde zaak (Rom. 10: 9-10). Daarbij heb je ook de kerk nodig, want geloven is wel een persoonlijke maar geen individuele zaak.

Gods naam belijden is wel vergeleken met een koor: de kerk als een koor dat Gods lof zingt, wereldwijd en door alle eeuwen heen. Belijden is dat je mee gaat zingen in dat koor. Dat beeld laat zien dat je elkaar nodig hebt: je zingt mee met het koor en tegelijk wordt het lied er voller van. Dat beeld laat vooral zien waar het om gaat: niet een ritueel of formaliteit, maar een levend loflied op de genadige God. Zangers gezocht!