jaargang 129, 14 augustus 2020 nr. 17

In september is het 400 jaar geleden dat een groep bezwaarde gelovigen met het schip ‘Mayflower’ vertrok naar ‘New England’ om daar een soort puriteinse staat te stichten. Daarom een themanummer over de zogenaamde ‘Pilgrim Fathers’. Interessante stof.

Toen ik de aangeleverde kopij voor dit nummer doorlas, moest ik denken aan het feit dat drie zussen en één broer van mijn moeder met hun gezinnen in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw emigreerden naar Canada en zich daar aansloten bij de Free Reformed Churches of North America (FRCNA). Ik heb weleens geprobeerd te achterhalen waarom mijn familie destijds eigenlijk besloot om te emigreren. Op mijn vragen kwamen uiteenlopende antwoorden. Als ik het goed begrepen heb, was het niet zozeer de zorg om het kerkelijke leven in Nederland die hen toen dreef. Niettemin is het ondertussen wel zo dat tijdens gesprekken met sommige familieleden zorg doorklinkt over hun moederkerk. En ook in de toespraak van ds. W.E. Klaver namens de FRCNA op onze synode (14-11-2019) klonk die zorgvolle toon duidelijk door. Het gaat om een zorg die ik, in alle eerlijkheid gezegd, deel.

Echter, als je dat bij jezelf constateert (en dan kom ik bij het punt dat ik wil maken), zou het dan een oplossing zijn om ‘scheep te gaan’ richting een nieuwe wereld om daar iets nieuws te beginnen? Het eerlijke antwoord op die vraag lijkt mij te zijn dat dit nooit een afdoende oplossing biedt. Een volmaakte kerk bereiken we hier immers niet. Het lijkt mij beter om hier je plaats in te nemen en naar eer en geweten te doen wat je hart vindt om te doen. Zou dat niet het beste zijn?