128e jaargang, 7 juni nr.12

Dit nummer gaat eigenlijk over Pinksteren, maar her en der worden ook opmerkingen over de komende generale synode en kerkelijke eenheid gemaakt. Dat is een mooie verbinding. Waar de Geest werkt, maakt Hij Jezus Christus groot, leidt Hij in al de waarheid, verbindt Hij mensen aan elkaar en maakt Hij vriendelijk en ootmoedig. Dat hebben we stuk voor stuk hard nodig om elkaar als kerken te ontmoeten en om tot goede besluiten te komen. En niet minder om eerst op een goede wijze naar elkaar te luisteren en met (niet over) elkaar te spreken.

Het gaat immers niet vanzelf goed. De situatie die in het Nieuwe Testament het meest lijkt op kerken die samen een besluit nemen, is het apostelconvent in Handelingen 15. Daar werd pas een moeilijke kwestie besproken: de verhouding van Joden en heidenen. Maar na een eensgezind besluit eindigt uitgerekend dat hoofdstuk met een ruzie tussen Paulus en Barnabas. Daarbij stonden geen grote principes op het spel, maar eerder persoonlijke verhoudingen. Later kwam het gelukkig weer goed, maar toch …

De Schrift verzwijgt moeite in de kerk niet. Ook voor zoveel dingen in de kerk hebben we Gods vergeving nodig. Wat is er reden tot verootmoediging, wat een waarschuwing om te waken tegen verwijdering en verbittering. Gelukkig is het eerst Pinksteren. Kom Schepper, Geest, doorwaai Uw kerk!