129e jaargang, 10 april nr.8

Dit nummer staat stil bij Goede Vrijdag en Pasen, in het perspectief van ‘gebrokenheid’. Die gebrokenheid zien we om ons heen. Christus heeft de schuld betaald en de dood overwonnen, eens en voorgoed. Maar tegelijk zucht de schepping nog en zien Gods kinderen reikhalzend uit naar de volkomen verlossing die komt (Rom. 8).

In bijzondere omstandigheden kunnen de Schriften opnieuw opengaan, waarbij je ineens dingen ziet waar je eerder overheen las. Zo verging het mij in de afgelopen weken met Jesaja 53, het bekende hoofdstuk over de Knecht des HEEREN. Het gaat in dat hoofdstuk niet alleen over zonde en vergeving, maar ook zeker vijf keer over ziekte, een plaag en genezing. Bij een wereldwijde ziekte en de dreiging daarvan lichten die woorden ineens op. Christus heeft ook onze ziekten op Zich genomen. Hij is neergekomen in deze wereld vol ziekte en zonde. Hij bleef niet op veilige afstand, maar kwam neer waar wij zijn. Zo is Hij de Zaligmaker die werkelijk verlost. Omdat Christus is opgestaan, zal de volkomen verlossing zeker komen. Daar heeft Jesaja ook al van gesproken. ‘Geen inwoner zal zeggen: Ik ben ziek. Want het volk dat daar woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben.’ Het evangelie van Goede Vrijdag en Pasen hebben wij in deze gebroken wereld harder nodig dan ooit.