128e jaargang, 26 april nr.9

Ik ken mensen die echt worstelen met de uitverkiezing. Mensen die nooit klaarkomen met de gedachte dat behouden worden enkel genade is, en verloren gaan eigen schuld. En daarbij dan de vraag: gaat God willekeurig te werk? Ik heb met deze mensen zeer te doen. Vooral ook omdat ik hun gedachten en gevoelens ken. In mijn jonge jaren ging ik zelf gebukt onder die worsteling.

In dit nummer van De Wekker gaat het over uitverkiezing. Heel waardevol, het gaat immers om een Bijbels gegeven. Al zullen de bijdragen geen antwoord geven op de vraag hoe het bovengenoemde te behappen is.

Als we echt met genoemde vragen worstelen, dan kunnen we – dunkt mij – alleen maar rust vinden in de gedachte dat God van een andere categorie is dan wij. God is God, en wij zijn maar mensen. En het is van onopgeefbaar belang dat we dat beseffen en dat het nooit door ons begrepen en klein gemaakt kan worden. God is God, juist in Zijn genadige vrijheid waarmee Hij mensen kiest om hen van de eeuwige ondergang te redden.

Zo kan de uitverkiezing werkelijk tot troost worden. Als je in de tijd Christus zoekt, leert kennen en liefkrijgen, geeft het besef dat de HEERE achter die keuze zit ons een oneindige troost en zekerheid. Waar de dingen bij mij niet vast liggen (ik heb het nog lang allemaal niet voor elkaar en het zal – ik zeg het met verdriet – zover ook nooit komen), daar ligt het vast bij de HEERE. Ik roem in vrije genade alleen!