128e jaargang, 15 maart, nr.6

Wat moet je als gewoon gemeentelid met nieuwe theologische inzichten? De een omarmt ze enthousiast, want het is anders, nieuw, verfrissend. De ander bekijkt ze argwanend en vraagt zich af wat er op het spel staat en of het geen oude dwaling in een nieuw jasje is. Beide reacties komen ook bij het zogenaamde ‘nieuwe perspectief’ op Paulus voor, waaraan dit nummer van De Wekker is gewijd.

Wij lezen de Schriften niet als eerste en enige. Het besef van de katholieke traditie nuanceert vaak het belang van een inzicht. Het is niet altijd zo nieuw als het lijkt. Wie het ene perspectief wil vervangen door het andere, zal eerst van beide moeten weten wat de motieven en consequenties zijn. Wat wij in de kerk belijden en doen wil wel eens meer achtergrond hebben dan we op het eerste gezicht denken.

Maar we hoeven niet bang te zijn voor nieuwe inzichten. Jezus zegt zelf dat iedere schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt (Mat. 13: 52). Nieuwe dingen als eerste! Dat is met de Reformatie of een vorige generatie niet opgehouden. Van nieuw onderzoek valt veel goeds te leren.

Nieuwe inzichten vragen wel om onderzoek en bezinning. Voor predikanten en andere theologen is het daarom van belang om zich te verdiepen in oude bronnen én nieuwe ontwikkelingen. Blijven studeren is onderdeel van onze roeping en dienstbaar voor de kerken. We mogen naar nieuwe en oude schatten uitzien.