128e jaargang, 11 oktober nr.21

We zijn weer begonnen aan een nieuw seizoen in de kerk. Een niet onbelangrijk onderdeel van het werk in de kerk is het afleggen van huisbezoeken door de ouderlingen van de gemeente. Vaak een onderdeel dat niet altijd als gemakkelijk wordt ervaren door hen die het hebben te doen; en niet altijd fijn gevonden wordt door hen die het ontvangen. Er bestaat, vermoed ik, veel schroom om het geloofsleven ter sprake te brengen en erover te spreken. Huisbezoeken willen nog weleens verzanden in een gesprek over koetjes en kalfjes.

Toch is het goed om in het interview met br. Johan Huibers, een van de ouderlingen van de Veenendaalse Bethelkerk, te lezen dat die ‘koetjes en kalfjes’ toch aan de orde mogen komen. Uiteraard is ‘verzanden in’ absoluut niet goed, dat mag zelfs niet, maar feeling hebben en houden met mensen wat betreft hun leven van alledag is toch echt niet verkeerd.

Over ‘koetjes en kalfjes’ gesproken: er is een categorie gemeenteleden die daar zeker wel over wil spreken. Ik denk aan de melkvee-, varkens- en kippenhou­ders, mensen met veredelingsbe­drijven, akkerbouwers en ook tuin­ders. Een hardwerkend deel van onze bevolking dat doorgaans met hart en ziel bezig is met het oog op de voedselvoorziening in Nederland en ver daarbuiten. Een hardwerkend deel van de bevolking dat daarbij gemiddeld ook van harte bereid is om mee te werken aan de terugdringing van de – ja, een veelal te hoge – stikstofuitstoot etc., maar dat niet weggezet wil worden als dé veroorzaker van alle problemen, ja soms zelfs als criminelen.

Ouderlingen die op huisbezoek gaan is aan te raden om met alle mensen uit bovengenoemde categorie een goed en opbouwend gesprek aan te gaan, hun nood te peilen en samen te bidden om wijsheid en uitkomst.