129e jaargang, 3 januari nr.1

Dat het thema ‘de kerkdienst’ of ‘waarom zou ik naar de kerk gaan’ actueel is, blijkt wel uit het feit dat in de eerste zittingsweek van de lopende synode over dit onderwerp gesproken is. Weliswaar kwam dit onderwerp aan de orde omdat het bezoeken van de tweede dienst tanende is. Op meerdere plaatsen heeft dat al tot gevolg gehad dat de tweede dienst om die reden afgeschaft is. En aangezien dat strijdig is met art. 64 van de kerkorde, levert dat op de classes soms moeizame gesprekken op. Het is immers niet wenselijk dat de kerkorde niet nageleefd wordt.

Vanwege dat laatste diende er op de synode een instructie van de PS van het Oosten die beoogde om de synode onderzoek te laten doen naar de uitleg en hantering van art. 64 K.O. De synode besloot vervolgens deze instructie niet over te nemen, maar haar intentie wel te honoreren, door aan de bepalingen bij art. 64 K.O. het volgende (samengevat) toe te voegen: De classis zal de kerkenraden blijvend het belang van een tweede dienst onder de aandacht brengen. Ook besloot de synode deputaten eredienst de opdracht te geven een brochure samen te stellen over de waarde van de (tweede) eredienst.

Als het gaat over het belang van de kerkdienst, schieten mijn gedachten altijd naar Lukas 10: 42, waar we lezen dat niemand minder dan de Heere Jezus zegt: ‘Slechts één ding is nodig. Maria heeft het goede deel uitgekozen …’ Duidelijk is dat met dat ‘ene nodige’ – het ene wat absoluut nodig is! – het zitten aan de voeten van de Heere Jezus bedoeld wordt. Het is zelfs nog nodiger dan dienen, althans op het moment dat er verkondiging plaatsvindt.