jaargang 129, 24 april 2020, nr. 9

Hoe vaak zal de vraag wat de wereldwijde gevolgen van het coronacrisis ons te zeggen heeft, al niet gesteld zijn? En meer dan eens klinkt daarbij ook de vraag of het een straf van God is.

Nu geloof ik zelf zeker dat het coronavirus een straf van God kán zijn. Alleen, op grond waarvan zou God dan straffen? Er zijn in het licht van Gods Woord inderdaad heel wat zaken in deze wereld, en zeker ook in onze westerse wereld, aan te wijzen die niet goed zijn. Denk alleen maar aan de abortuspraktijken. Maar we hebben het dan veelal over anderen, over de grote boze wereld buiten onszelf. Maar laten we oppassen, we kunnen zomaar een Farizeeër zijn.

In het RD van 9 april jongstleden las ik een column van Klundert de Wit. Hij schreef:  “Volgens de website slaveryfootprint.org zijn er gemiddeld zo’n dertig tot veertig slaven voor mij en mijn gezin aan het werk … De prijs van veel producten is niet voor niets zo laag dat we ons afvragen hoe het mogelijk is. Wereldwijd leven er 21 tot 45 miljoen naasten in slavernij. Velen verrichten hun arbeid in de toeleveringsketen van onze consumptiemaatschappij. In feite leven we daarmee op de pof van deze mensen. Wanneer we bij inkopen een lage prijs verkiezen boven een keurmerk dat een waardig loon voor de arbeider garandeert, eigenen wij arbeidsloon toe aan onszelf. Dan ben ik dus geen dief van mijn eigen portemonnee, maar van de portemonnee van deze arbeider. Het blijkt dat onze leefstijl mede mogelijk wordt gemaakt door mensen die arbeid verrichten voor geen of heel weinig geld. We kunnen er namelijk voor 99,9 procent van uitgaan dat er slavenhanden gewerkt hebben aan al onze elektronische apparatuur.”

Oef – als de getallen kloppen –, ik sta er gekleurd op met al het technisch vernuft in mijn handen en om me heen …