128e jaargang, 12 april nr.8

‘Het kruis alleen is onze theologie,’ schreef Luther. Hij had het van geen vreemde: Paulus wil in Korinthe niets anders weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd. Dat is nooit los van Zijn opstanding, zoals het grote hoofdstuk over de opstanding in dezelfde brief duidelijk maakt.

Het kruis is de manier waarop God zich openbaart; niet in macht en heerlijkheid, maar in ontluistering en schande. Het kruis is voor Jood en heiden een aanstoot en dwaasheid. Met de schande van het kruis kun je niet aankomen in deze wereld. Een Heiland die zwijgt voor het gericht. God die Zijn heerlijkheid openbaart door alle heerlijkheid af te leggen.

Het kruis is de weg waarlangs wij God leren kennen. Niet door onze werken, niet door tot God op te klimmen; maar doordat God zelf neerkwam. Het kruis laat de diepte van onze verlorenheid zien. Dat mag ons klein en ootmoedig maken. Hier zien we wat wij mensen ervan terechtbrengen, persoonlijk, als kerken, in de wereld.

Het kruis bepaalt ook het leven van een christen. Wie bij het kruis geweest is, kan niet dezelfde blijven. Bij het kruis komen heeft iets van Jakob bij Pniël. Hij kwam er gebroken vandaan, én hij kon alleen zo het beloofde land ingaan. Een christen leeft onder het kruis. Maar hij mag dat kruis getroost dragen, achter de Heiland aan, het Lam dat geslacht is én dat leeft en regeert!