jaargang 129, nr. 26, 18 december 2020

In de decembermaand liggen er, meer dan anders, twee soorten post op de deurmat: reclamefolders en goede doelen-verzoeken. De eerste soort doet een beroep op je behoefte aan genot. De tweede soort doet een beroep op je mededogen. Voor beide zijn we in deze laatste maand van het jaar gevoeliger: het zijn donkere dagen met uitgesproken aanleidingen voor gezelligheid in de vorm van Sinterklaas, Kerst en oud en nieuw, maar je geniet niet optimaal, als je weet hebt van medemensen die het veel minder hebben dan jij. De kerstboodschap van ‘vrede op aarde’ maakt vrijgevig.
Het kerstnummer van De Wekker heeft als thema: Armoede. De verwachting is dat door de economische crisis, die het gevolg is van de coronacrisis, wereldwijd het aantal mensen dat in armoede leeft enorm zal toenemen. In de Bijbel staan een aantal verrassende teksten over armoede. Deuteronomium 15: 4 stelt dat er in Israël geen arme zal zijn en de evangelist Lukas noteert een zaligverklaring van armen (6: 20). ‘Het echte geluk is voor mensen die arm zijn’ zegt de Bijbel in Gewone Taal. De Rotterdamse wethouder armoedebestrijding en de zuster die armoede aan den lijve heeft ervaren, die allebei voor deze Wekker werden geïnterviewd, zullen zo hun gedachten hebben bij deze bijbelwoorden. Er is nog een verrassende tekst over armoede, die Kerst en armoede verenigt in één Persoon. Ik verwijs u daarvoor naar de meditatie.

Namens de redactie wens ik u de rijkdom toe van Gods zegen bij de viering van het kerstfeest en voor het nieuwe jaar.