jaargang 130, nr. 22, 29 oktober 2021

Maria. Wie kent haar niet? Voor sommigen is zij ‘slechts’ een onderwerp van kunst. Voor anderen is zij de koningin van de hemel en de moeder van de genade. Welke betekenis heeft Maria vandaag nog voor ons? Dat is de vraag die ik mezelf stelde toen ik aan het nadenken was over een onderwerp voor mijn bachelorscriptie. Wie is Maria voor ons protestanten, en waar is dat op gebaseerd? En daarnaast: wat is hiervan de betekenis voor ons leven als christenen? 

Johannes Calvijn
In mijn onderzoek ging ik terug naar het begin van de Reformatie, naar Johannes Calvijn. Aangezien wij protestanten ons vaak op hem beroepen, leek het me interessant na te gaan hoe hij tegenover Maria stond. Dit deed ik onder andere aan de hand van zijn commentaren op de Bijbel. 
Uiteraard gaat Calvijn in tegen de rooms-katholieke gedachte dat Maria zonder zonde geweest is. Deze gedachte komt voort uit het feit dat Christus zonder zonde geboren werd (cf. Hebr. 7: 26; 1 Petr. 2: 22; 1 Joh. 3: 5, etc.). De Rooms-Katholieke Kerk stelt dat, omdat Christus zonder zonde geboren werd, Maria ook zonder zonden geweest moet zijn. Calvijn stelt hiertegenover dat Christus geheiligd werd door de Heilige Geest. Daardoor was Hij zonder zonden; niet doordat Zijn moeder ook zonder zonden was. Dan zou heel het voorgeslacht van Maria immers ook zonder zonden geweest moeten zijn, tot aan Adam toe. Nee, ook Maria heeft de reiniging van haar zonden nodig, zoals ieder ander mens dat nodig heeft. Dat belijdt ze zelf ook in Lukas 1: 47-48a, waar ze God haar Zaligmaker noemt: ‘En mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker, omdat Hij heeft omgezien naar de nederige staat van Zijn dienares.’
Desondanks noemt Calvijn Maria een groot voorbeeld voor ons allemaal. Dat komt ten eerste voort uit de grote kennis die Maria heeft van de Schrift. In het Magnificat (de lofzang van Maria) citeert zij teksten uit het Oude Testament, waarin zij de verwachting van de Messias leest (cf. Jes. 30: 18; 41: 9; 54: 5; Jer. 31: 2, 20). In het feit dat zij dit doet, klinkt vertrouwen door. Maria vertrouwt op wat God in Zijn Woord beloofd heeft. Hij zal dat Woord in vervulling doen gaan, daar is Maria van overtuigd. 
Ten tweede is Maria voor ons een voorbeeld wat betreft haar gehoorzaamheid en vertrouwen. Dat Maria in Lukas 1: 38a zegt: ‘Zie, de dienares van de Heere’, betekent dat zij vertrouwt op de waarheid van het woord van de engel. Ze uit geen tegenwerpingen. Ze geeft zich volledig over aan Gods wil en handelen, en is Hem onderdanig. Ze is voor ons een voorbeeld van overgave. Natuurlijk, Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat mogelijk zijn, aangezien ik geen gemeenschap heb met een man?’ (Luk. 1: 34). Dit is volgens Calvijn echter geen uitdrukking van twijfel, maar eerder van verwondering. Maria verwonderde zich over het woord van de engel, en vroeg zich af hoe het mogelijk was dat zij zwanger zou worden. Ze verzette zich echter niet; na de uitleg van de engel geeft ze zich volledig over aan God: ‘Laat met mij geschieden overeenkomstig uw woord’ (Luk. 1: 38b). 
Ten derde ziet Calvijn Maria in het loven van God als een voorbeeld voor ons. Maria onderwerpt zich aan God en vond geen waardigheid in zichzelf. In heel haar lofzang klinkt dit door: God heeft Maria welgedaan door de Verlosser uit haar geboren te laten worden. Calvijn noemt Maria een voorbeeld in het getuigenis. De dank en de lof aan God van Maria worden in alle tijden en op alle plaatsen gehoord. Dat is ook wat bij Calvijn uiteindelijk centraal staat: het loven en eren van God. Ja, hij stemt ermee in dat Maria niet de persoon is die deze eer moet ontvangen. Daar stelt hij echter bij dat Maria dit zelf ook niet heeft nagestreefd. Met de zin ‘van nu aan zullen alle geslachten mij zalig spreken’ (Luk. 1: 48b) bedoelt Maria volgens Calvijn dat alle mensen van alle tijden de weldaad van God zullen gedenken, namelijk dat Hij Zijn Zoon naar de aarde zond tot het behoud van de mensen. Het gaat haar hier niet om haar eigen roem, maar om de werken van God. Dat is waar zij de aandacht op wil vestigen. Niet voor niets benoemt ze haar ‘nederige staat’ in het zojuist genoemde vers (Luk. 1: 48a). Ook vanuit Maria gaat alle lof naar God toe. Hij is Degene Die ze centraal stelt in haar lofzang. Hem dankt ze voor het grote wonder dat Hij verrichtte. Calvijn noemt Maria daarom onze leermeesteres wat betreft het eren en grootmaken van God.  

Anselm Grün
Tijdens mijn onderzoek kwam ik een tekst tegen van Anselm Grün, een benedictijner monnik. Ook hij schrijft over de geboorte van Christus uit Maria. Hierin komt volgens hem de tweespalt tussen geest en vlees bij elkaar; Christus is door Zijn geboorte uit Maria één met de mensen en ook één met God. Grün citeert hierbij een gedeelte uit een kerstpreek van Augustinus: ‘Voor jou, zeg ik, is God mens geworden. Was Hij niet geboren in de tijd, dan was jij voor eeuwig dood. Had Hij niet de gelijkheid met het zondige vlees aangenomen, dan was je van dit laatste nooit bevrijd geworden. Was deze barmhartigheid niet geschied, dan zat je vast in eeuwige ellende. Had Hij zich niet met jouw dood verenigd, dan was je niet opnieuw tot leven gekomen. Was Hij je niet te hulp gekomen, dan was je bezweken. Was Hij niet gekomen, dan was je omgekomen.’ Zonder de menswording van Christus was God in deze wereld zonder gezicht gebleven. Jezus heeft het vlees aangenomen uit de maagd Maria. Dit beeld maakt volgens Grün duidelijk dat God handelt en dat de mens meewerkt. Zoals Maria haar schoot bereid houdt, zodat Gods Woord daarin vlees kan aannemen, zo mogen wij de woorden van God in ons hart (en ja, óók in ons vlees) laten vallen, zodat ze ons helemaal doordringen. Onze ziel moet zijn als een maagd, schrijft Grün. Dat wil zeggen: open voor wat God erin legt. Als we bereid zijn ons voor God te openen, kan Hij alles in onszelf doordringen en veranderen. Wellicht doet deze uitleg van Grün wat mystiek aan, maar het beeld van de maagd sprak me hierin aan. Dat wij mensen ons openstellen voor God, zoals ook Maria zich openstelde. Dat betekent wel offers brengen, want er staat veel tussen God en ons in. We moeten andere dingen (ook onszelf) aan de kant zetten, zoals ook Maria dat deed, en onszelf helemaal aan God overgeven.

Conclusie
Maria mag voor ons een voorbeeld zijn. Het feit dat zij zich volledig overgaf aan Gods wil en daar heel haar leven voor aan de kant zette, getuigt van een groot geloof en vertrouwen. Het enige dat Maria van haar kant wilde doen, is God loven voor het wonder dat Hij in haar leven verrichtte. Dat doet ze door het zingen van haar lofzang. Dat doet ze ook door uit haar verdere leven te laten blijken dat ze een volgeling van Christus is. Laten wij haar daarin navolgen. Hem komt alle eer toe, omdat Hij ons de genade schonk.