Jaargang 129, nr. 24, 20 november 2020

Preken volgens Wilhelmus à Brakel 

Het thema van deze Wekker is ‘Preken en leren preken’. Een mooi thema, dat me na aan het hart ligt. Vooral omdat ik hier zelf intensief mee bezig ben als proponent binnen onze kerken. Ik zou dan ook heel wat pagina’s kunnen vullen met mijn ervaringen in het (leren) preken. Maar dat doe ik op deze plaats niet. Ik benader dit thema vanuit een andere invalshoek. Afgelopen augustus ben ik namelijk afgestudeerd aan de TUA, op een onderwerp dat alles te maken heeft met ‘preken en leren preken’. Ik schreef mijn masterscriptie over een kerkhistorisch onderwerp: de preken van Wilhelmus à Brakel (1635-1711). Wie was deze man, en wat kunnen we van zijn preken leren? 

À Brakel is een naam uit lang vervlogen tijden. Hij bewoog zich in de kringen van de Nadere Reformatie, een kerkelijke beweging waarin de nadruk lag op (de beleving van) het persoonlijk geloof. Predikanten in deze (grotendeels zeventiende-eeuwse) beweging riepen op tot ernst in het geloof door bekering en een volkomen toewijding aan de Heere God. Daarnaast was er veel aandacht voor de doorwerking van christelijke normen en waarden in gezin, samenleving, kerk, politiek en staat. Bekende vertegenwoordigers zijn onder andere de Utrechtse professor in de theologie Gisbertus Voetius en zijn stadsgenoot Jodocus van Lodensteyn. Ik vermoed dat deze twee Domstedelingen samen met À Brakel op het podium zouden verschijnen bij een verkiezing ‘bekendste Nadere Reformator’.

Redelijke Godsdienst
À Brakel heeft zijn bekendheid vooral te danken aan een omvangrijk theologisch werk dat hij schreef. Dat draagt de titel Redelijke Godsdienst. Het zijn van die kloeke banden, gevuld met informatie over van alles en nog wat dat met het geloof te maken heeft. In theologische termen: een dogmatiek. Het eigene van de Redelijke Godsdienst is dat het een heel praktische, pastorale toonzetting heeft. Er worden telkens vanuit de geloofsleer lijnen naar het geloofsleven getrokken. En blijkbaar kon men dit wel waarderen: vanaf het moment van uitgave is het een bestseller geweest. Bijna drie eeuwen later, in de jaren 90 van de vorige eeuw, is het werk nota bene vertaald in het Engels. Deze uitgave is een groot succes geworden, waarna het werk ook in het Russisch, Chinees en Koreaans verscheen. Vanwege dit internationale succes ben ik tijdens mijn onderzoek benaderd door de uitgever van de Engelse versie. Die wilde graag de resultaten van mijn onderzoek afwachten, om te achterhalen of ook de preken van À Brakel de moeite waard waren om vertaald te worden.

Vadertje Brakel
Mijn verwachtingen waren hooggespannen toen ik aan dit onderzoek begon. À Brakel was in zijn tijd niet alleen een geliefd theoloog, maar ook een geliefd prediker. Hij werd en wordt door velen niet voor niets ‘Vader(tje) Brakel’ genoemd. Die liefkozende bijnaam kreeg hij in Rotterdam, de stad waar hij ruim een kwart eeuw predikant was. De mensen in de Maasstad liepen met hem weg. Niet zozeer vanwege zijn welsprekendheid, maar vooral vanwege de inhoud van zijn preken. Een tijdgenoot van À Brakel wijst erop dat hij een bijzonder talent had: hij kon mensen als geen ander laten zien hoe ze de Heere Jezus persoonlijk kunnen leren kennen.

Belofteprediking
Nu klinkt dat nogal algemeen. Ik bedoel: welke predikant neemt zich niet voor om te laten zien hoe mensen de Heere Jezus persoonlijk kunnen leren kennen? En als dat zo is, wat houdt dat talent van À Brakel dan precies in? Nu, dat zijn enkele vragen die in mijn onderzoek worden beantwoord. Een van de belangrijkste conclusies van mijn onderzoek is dat À Brakel een echte belofteprediker is. In al zijn preken spelen Gods beloften een belangrijke rol. Nu kennen wij allemaal beloften uit de Bijbel. Bijvoorbeeld: ‘Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden’ (Matth. 7: 7). Maar tot mijn schaamte moet ik zeggen dat die beloften tot voor kort geen grote rol speelden in mijn preken.
À Brakel maakt hier veel werk van. Maar voordat hij Gods beloften inbrengt in zijn preken, laat hij toch vooral zien hoe goed de Heere Jezus is; en hoe goed het is om Hem te kennen. In Hem vinden we namelijk niet alleen redding, maar ook ware vreugde, vaste vrede, eeuwige zekerheid. Alles waar een mensenhart naar verlangt! Dat zijn alleen wel grote woorden. Wie zou nou van zichzelf zeggen dat hij ware vreugde, vrede en zekerheid heeft? Een gelovige verkeert vaak in strijd, in aanvechting en twijfel. En dan is het wel heel groot om te zeggen dat je Jezus persoonlijk kent.
Nou, voor zulke twijfelaars preekte À Brakel in het bijzonder. Hij noemt ze ‘bekommerden’ en ‘zwakgelovigen’. Ze vinden het moeilijk om te zeggen dat ze gelovigen zijn, maar ze willen het wel graag. À Brakel maakt hen jaloers door te tekenen hoe goed het is om de Heere te kennen. En vervolgens laat hij zien dat ze met al hun verlangens uitgenodigd worden om de Heere Jezus persoonlijk te leren kennen. Daarbij spelen de beloften een belangrijke rol: ‘Zoek, en u zult vinden’. Of, een andere favoriet van À Brakel: ‘Schep vreugde in de Heere, dan zal Hij u geven wat uw hart verlangt’ (Ps. 37: 4).

Jezus centraal
Ik denk dat we van À Brakel kunnen leren dat het vooral over de Heere Jezus moet gaan in de prediking. Want in Hem vinden we alles waar ons mensenhart ten diepste naar verlangt én alles wat we nodig hebben. Prediking is ernstig; we hebben de Heere Jezus allemaal, heel persoonlijk nodig! Prediking is ook liefdevol en gunnend; we mogen allemaal bij Hem komen. Het probleem is alleen dat mensen dat uit zichzelf niet doen. Wat is het nodig dat mensen jaloers gemaakt worden en gaan verlangen naar de Heere Jezus. Dat ze dorst krijgen naar dat water waar de Heere het over heeft als Hij zegt: ‘Wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen’ (Joh. 4: 14).
Ook dat is weer zo’n belofte. En À Brakel heeft goed gezien dat de Heere zich zo aanbiedt aan mensen. Aan zondaren, die uit zichzelf zonder God leven, belooft God álles wat ze nodig hebben; ja, nog meer dan ze ooit hadden durven dromen. En dat alles vinden we in de Heere Jezus. Wie zou Hem dan niet aannemen? Wie zou deze beloften verwerpen?
Het antwoord is: mensen die niet naar Hem verlangen, die nooit hebben geleerd dat ze het bij Hem mogen en moeten zoeken. Dáárom is het belangrijk om te preken en te leren preken. Opdat de hele wereld hoort en blijft horen hoe belangrijk en goed het is om de Heere Jezus te kennen. Ik ben hierin in ieder geval een eind op weg geholpen door ‘Vader Brakel’.

Daarnaast heeft mijn onderzoek als ‘extraatje’ opgeleverd dat ik een tot nu toe onbekende preek van À Brakel vond in het Zeeuws Archief. Dat zou niet zo bijzonder zijn als we honderden preken van À Brakel tot onze beschikking hadden, maar dat zijn er in feite nog geen twintig. Mijn scriptie zal dus nog een staartje krijgen: voorjaar 2021 zal deze preek D.V. uitgebracht worden bij De Banier in Apeldoorn.

Jasper de Kok (CGK Bunschoten) werd bij het schrijven van zijn scriptie begeleid door prof. dr. H.J. Selderhuis (TUA) en dr. Jan van de Kamp (VU).