127e jaargang, 16 februari 2018, nr.4

‘Hajnalka dreef ons af en toe tot wanhoop. Op een gegeven moment heb ik gezegd dat ze eruit moest. Dat doet dan zo verschrikkelijk veel pijn, maar het ging niet meer.’ Hessel en Annemiek Keegstra hadden Hajnalka geadopteerd uit Hongarije. Dolgelukkig zijn ze met haar. Maar Hajnalka heeft FAS …

Omdat een natuurlijke kinderwens niet in vervulling ging, meldden Hessel en Annemiek uit Dokkum zich aan voor adoptie. De kinderen die werden aangeboden, hadden wel een beperking en extra zorg nodig. Maar omdat Annemiek zelf ook een beperking heeft, zouden ze het fijn vinden om een kindje met een beperking op te mogen voeden. Die kinderen hebben anders, zeker in Oost-Europa, geen toekomst.

Door de Raad voor de Kinderbescherming werden ze binnenstebuiten gekeerd en geschikt bevonden. In het vervolgtraject viel al gauw hun oog op Hongarije. Toen ze telefonisch informeerden naar de mogelijkheden, werd gezegd dat er al een kindje beschikbaar was. Het kindje was twee jaar oud en had een ernstige ontwikkelingsachterstand. Meer kregen ze niet te horen.

 

Puzzelstukjes

Ze lieten zich goed voorlichten, onder anderen door een Hongaarse kinderarts in Dokkum, die – nota bene – de artsen van Hajnalka persoonlijk kende en het medisch dossier van Hajnalka in het Hongaars kon lezen. De puzzelstukjes vielen in elkaar.

Hessel: “Toen dachten we echt: dit kan geen toeval zijn. We zagen het absoluut als Gods leiding en verhoring op ons gebed.

Uiteindelijk hebben we dus ja gezegd, wij wilden Hajnalka adopteren. Dat was in 2010. Na ruim een half jaar van voorbereiding hebben we haar in Hongarije opgehaald. We waren daar al een week voor het moment dat we haar zouden ontmoeten. Tja, en dan volgt de eerste ontmoeting. Dat was heel heftig. Een moment als van een geboorte, om nooit te vergeten.

Hajnalka had vanaf haar geboorte in het kindertehuis gewoond. We wisten verder niets van haar moeder. Wel dat die een verstandelijke beperking had en uit de ouderlijke macht was ontzet.

Na vier dagelijkse ontmoetingen mochten we Hajnalka meenemen naar ons vakantieverblijf daar. Dan moet je dertig dagen voor haar zorgen en komt er iemand van de kinderbescherming kijken hoe het gaat. Na die dertig dagen moet je opnieuw verklaren dat je het kind wilt adopteren en kun je een paspoort aanvragen. Dat paspoort konden we in Boedapest ophalen. Ze werd toen juist drie jaar.

Op het moment dat we haar paspoort kregen en daarin ‘Hajnalka Keegstra’ zagen staan, braken we. Geweldig, wat een zegen! Toen wilden we maar één ding: zo snel mogelijk naar huis! Uiteindelijk zijn we zeven weken in Hongarije geweest. We hebben een nacht doorgereden en ’s morgens om een uur of acht kwamen we aan in Dokkum. De hele straat was versierd en er hing een Hongaarse vlag boven de deur. Prachtig was dat.

We waren pappa en mamma geworden en dat wilden we wel van de daken schreeuwen en Hajnalka aan iedereen laten zien. Maar de eerste weken mochten we in verband met de hechting van het kind eigenlijk geen bezoek ontvangen.”

 

Structuur

“Hajnalka had een ontwikkelingsachterstand. Dat wisten we. En ze was heel klein. In het begin ging het aardig goed. Er kwam iemand van de stichting Adoptievoorziening kijken hoe het ging. Via deze stichting kwamen we bij een kinderpsycholoog terecht in Leeuwarden. Daar hebben we heel wat gesprekken gehad over hoe we met Hajnalka om moesten gaan.

Bij deze psycholoog ging al een belletje rinkelen. De combinatie van een adoptiekind uit het voormalige Oostblok deed hem adviseren haar te laten testen op FAS. We zijn toen naar Inter-Psy in Groningen gegaan. De kinderarts daar heeft haar gezien, haar gedrag bekeken en kwam tot de conclusie dat Hajnalka FAS had – Foetaal Alcohol Syndroom. Haar biologische moeder had tijdens de zwangerschap gedronken.

We kregen adviezen mee. We moesten vooral heel veel structuur aanbrengen. Er moest van minuut tot minuut een planning zijn, zonder onverwachte dingen. Hajnalka wil over alles de regie hebben en alles naar haar hand zetten. Dan creëert ze voor zichzelf een stuk veiligheid. Ze eist ook alle aandacht op. Ze durfde niet meer in haar eigen bed te slapen. Ze dreef ons uit elkaar. Ik sliep in de logeerkamer. We werden tegen elkaar uitgespeeld. Dat is onze valkuil geweest. We gingen daar om de lieve vrede wil zo ver in mee, dat het niet meer vol te houden was. We waren niet meer in staat om de gestelde grens te bewaken.

Emotioneel was het vaak een drama: gillen, krijsen, gooien met spullen, bijten, zichzelf pijn doen, de hele speelgoedkast overhoop trekken. Ik stond wel eens tot m’n enkels in het speelgoed als politieagent tussen haar en Annemiek in. Ik moest ze tegen elkaar beschermen. Dat heeft ons af en toe tot wanhoop gedreven. Op een gegeven moment zei ik dat ze eruit moest. Dat doet verschrikkelijk veel pijn, maar het kon niet meer.

Een beleidsmedewerker van de gemeente zag ook wel dat het niet meer ging. Binnen twee weken had zij een plek geregeld in Drachten. Daar waren we heel dankbaar voor. Die twee weken kwamen we nog wel door, ook met hulp uit de kerkelijke gemeente.

We zijn bij die instelling gaan kijken en Hajnalka vond het er gelijk leuk. Een week later zou ze opgenomen worden. We hebben dat haar pas ’s morgens voor vertrek verteld. En ze vond het helemaal prima. Huilend hebben we haar tas ingepakt. Wat deed dat zeer! En Hajnalka was de vrolijkheid zelve. Door haar beperking besefte ze niet wat er gebeurde.”

 

Rust

“Intussen vielen wij in een gat van stilte en rust. Met Hajnalka ging het goed. We hebben diverse gesprekken gehad waardoor ons duidelijk werd dat ‘terug naar huis’ geen optie was. Na een jaar moest ze worden overgeplaatst en ook daarin hebben we Gods leiding ervaren. Het werd een prachtige plek in Damwoude, hier zes kilometer vandaan, vlak naast haar de school voor speciaal onderwijs. Ze is nu tien jaar met een ontwikkelingsniveau van ruim drie jaar, vooral sociaal en emotioneel. Ze krijgt één-op-éénbegeleiding. Ze is daar absoluut op haar plek en we hebben er vrede mee. Annemiek bezoekt haar twee keer per week, vrijdagsmiddags ga ik met haar naar zwemles en zondagsmiddags gaan we er samen heen.

Toen we moesten besluiten dat ze weg moest, was dat echt heel moeilijk. Je geloof wordt dan aangevochten. Maar dan denken we aan onze trouwtekst en de dooptekst van Hajnalka, Romeinen 8 vers 28: Wij weten nu dat God alle dingen doet medewerken ten goede. Zo beleven we dat ook echt. Dan kun je alles een plaats geven. Nu we rust hebben, kunnen we van Hajnalka genieten.”

 

Foetaal alcoholsyndroom (FAS)

Als een vrouw gedurende haar zwangerschap alcohol drinkt, bestaat de kans op een miskraam of dat haar kind geboren wordt met Foetaal Alcoholsyndroom (FAS). FAS is een hersenbeschadiging en/of beschadiging van het centraal zenuwstelsel, die lichamelijke en psychische gebreken veroorzaakt. Het syndroom wordt gekarakteriseerd door gezichtsafwijkingen, vertraagde groei en neurologische afwijkingen. FAS-kinderen kunnen problemen hebben met leren, met verwerking van informatie, met communicatie of met een combinatie van deze en meer aandoeningen. Deze afwijkingen zorgen voor gedrags- en sociale problemen. FAS is niet te genezen. In Richteren 13 vers 4 wordt alcohol bij zwangerschap verboden.