128e jaargang, 21 juni nr.13

In de kleine Unepref-kerken in Frankrijk ging het roer een paar jaar geleden om. Er kwam meer ruimte voor de lokale kerken en minder voor papierwerk. Ds. Jean-Raymond Stauffacher is beschroomd adviezen richting de CGK te geven. Toch één: ‘Maak synoderapporten die gemeenteleden kunnen lezen.’

Protestanten zijn in Frankrijk een kleine minderheid. Binnen het geheel van protestanten zijn de leden van de gereformeerd-evangelische kerken nog weer een minderheid. Het ledental van de Union Nationale des Eglises protestantes réformées évangéliques de France (Unepref) ligt op slechts een paar duizend. Die zijn verspreid over 48 gemeenten.

Maar ook kleine kerkverbanden kunnen groot zijn in het publiceren van rapporten. De Unepref wás dat, decennialang. “We schreven notities die met gemak 100 pagina’s of meer telden”, zegt de voorzitter van het dagelijks bestuur van de kerk, ds. Jean-Raymond Stauffacher uit Montpellier. “Soms gingen ze over grote, soms over kleine zaken, maar in alle gevallen belandden ze bij veel lokale gemeenten ongelezen in een kast.”

De vraag kwam op of het kerkverband daarmee wel de juiste prioriteiten stelde. Gemeenten vergrijsden, het ledental nam gestaag af. “De conclusie was duidelijk: de enige manier om te kunnen voortbestaan was het vinden van nieuwe wegen.”

Lokale kerk centraal
Een paar jaar geleden besloot het kerkverband het roer daarom drastisch om te gooien. Het verband had een topzware structuur van regionale en synodale vergaderingen.
“We constateerden dat die vooral zichzelf aan het vermaken waren”, stelt Stauffacher. Daar ging dus flink de stofkam door: zo ging de hele regionale bestuurslaag ertussenuit. In plaats van de organen kwam de lokale kerk centraal te staan.
“Het is goed gereformeerd om onszelf steeds weer te hervormen”, benadrukt Stauffacher. “Maar het was ook een geestelijke keuze om de lokale kerk centraal te stellen. We zijn ervan overtuigd dat die het hart vormt van Gods plan met de wereld. God heeft de gemeenten elk in een andere lokale context geplaatst. Daar zijn ze geroepen om getuige van Zijn Koninkrijk te zijn.”
Waar het verband voorheen met soms dikke rapporten de gemeenten in goede banen wilde leiden, ligt het accent nu meer bij de stem van onderaf. “De vragen vanuit de lokale kerken krijgen prioriteit. We geven bovendien meer ruimte aan initiatieven op plaatselijk niveau, zoals kerkplantingen of nieuwe vormen van kerk-zijn.”

 

Missionair als voorwaarde
In plaats van de regionale verbanden kwamen er drie adviescommissies voor de kerken. Eén daarvan is nadrukkelijk naar buiten gericht, op evangelisatie en zending.
“Evangelisatie was lange tijd het sluitstuk van ons kerk-zijn”, zegt Stauffacher. “We stimuleren plaatselijke gemeenten nu echter actief te zoeken naar manieren om missionair actief te zijn. We zijn er door God toe geroepen, maar het is ook een voorwaarde geworden om als kerk te overleven.”
Stauffacher heeft de cijfers paraat: niet meer dan negen gemeenten binnen het kerkverband vertonen groei, vierentwintig zijn min of meer stabiel en de rest gaat achteruit. “De optelsom is simpel”, aldus de predikant.
Van de groeiende gemeenten functioneren er zeven in een stedelijke context en twee op het platteland. Ze groeien onder meer door overkomst van leden van evangelische gemeenten, die in de calvinistische leer vastigheid zoeken. “Maar er komen ook moslims tot geloof. In mijn tijd als predikant in Marseille heb ik er vier gedoopt”, aldus Stauffacher.
Er zijn ook, vaak jonge, toetreders vanuit een niet-praktiserend katholieke of seculiere achtergrond. “Ze hunkeren naar vaste grond in hun leven. Het voordeel van de nieuwe generatie is bovendien dat ze niet op voorhand sceptisch tegenover de kerk staan.”
Sinds enkele jaren is er onder meer een kerkplanting in Parijs, de Chapelle de Nesle in het centrum van de stad. “Het is een voorbeeld van een nieuw initiatief, van onderaf. We zijn blij te merken dat het levensvatbaarheid heeft.”

De twee andere commissies zijn meer naar binnen gericht: op toerusting en onderlinge bijstand en advies. De toerustingscommissie verzorgt trainingen op het gebied van bijvoorbeeld het jongerenwerk of het voorgaan in erediensten. “Het is een heel gevarieerd aanbod”, aldus Stauffacher.
Onderlinge bijstand en advies komt van de visitatiecommissie. Lokale kerken staan nu weliswaar centraal, maar dat betekent niet dat de kerken geen boodschap meer aan elkaar hebben.

Stauffacher: “Lokale kerken zijn deel van het landelijke verband, en breder, van het grote Koninkrijk van God. Ze kunnen op de synode hun ideeën en vragen op tafel leggen en er een hulpvraag bij doen: we hebben dit of dat nodig. De commissie zoekt dan samen met de lokale gemeenten naar antwoorden.”

Het is een mooi proces, meent de Franse predikant. “Het is inspirerend voor andere lokale kerken de ideeën van anderen te horen, maar het is ook mooi om ons gezamenlijk achter een initiatief van een gemeente te kunnen scharen. We doen het samen.”

 

Samenwerken via internet
Nieuw is ook dat commissies in principe via digitale kanalen aan teksten werken.
“Er schrijven bijvoorbeeld twee of drie mensen aan een catechesemethode. Ze zetten hun teksten op internet, waar anderen weer op kunnen reageren. Zo is er van meet af aan input van onderaf.”

De nieuwe structuur functioneert nu zo’n drie jaar in volle omvang. De tussenbalans is voorzichtig positief. “Het heeft nog wat tijd nodig”, stelt Stauffacher vast. “Maar we zien dat er mooie dingen gebeuren.”
Hij noemt de gemeente van Alès, in de zuidelijke regio Gard, die actief betrokken is bij het evangelisatiefestival Alès-en-Ciel in de zomer. Drie dagen zijn er op verschillende plekken in Alès activiteiten, zoals concerten in de openlucht en een gezamenlijke kerkdienst van alle kerken. “De gemeente treedt daarmee op een mooie manier naar buiten.”

Stauffacher benadrukt dat een gemeente niet groot en jong hoeft te zijn om toch iets te kunnen betekenen voor de omgeving. Hij kent gemeentes met slechts zo’n 20 oudere kerkgangers, die volgens hem “echt verschil” maken voor de plaats waar ze functioneren. “Het hangt niet af van groei, maar van toewijding en geloof.”

 

Nederland
Of hij na het veranderingsproces adviezen heeft voor de kerk in Nederland?
“Schrijf synoderapporten die voor gewone kerkleden te begrijpen zijn”, zegt hij. Maar verder is hij uiterst terughoudend. “We hoeven de CGK niets te leren. De contexten zijn zo verschillend. God doet Zijn werk met de kerk in Nederland. We zijn de CGK vooral heel dankbaar voor alle steun en gebed.”

Meer in het algemeen hoopt hij op meer duurzame verbindingen tussen kerkelijke gemeentes in Nederland en in Frankrijk, vanuit de gedachte dat er van elkaar te leren valt. “Ook de Nederlandse kerken krijgen met secularisatie te maken. Misschien valt er te leren van de manier waarop wij ermee zijn omgegaan. Nederland zou op kerkelijk gebied over 25 jaar het Frankrijk van nu kunnen zijn.”

Ondanks de kwetsbare positie van zijn kerken wil hij hoopvol blijven voor de toekomst. “We vissen niet met netten, maar met een hengel. Het gaat bij ons om het individu: heel langzaam dus. Maar we wachten geduldig op wat God wil doen.”