129e jaargang, 13 maart nr.6

Als missionair consulent van onze kerken ondersteunt Petra de Jong gemeenten om vorm te geven aan hun missionaire opdracht. In gesprek over de vraag: waar zijn we als kerk toe geroepen? Er zijn vragen over bijvoorbeeld een krimpende kerk, maar ook verlegenheid omtrent het onderwerp duurzaamheid.

Wat houdt jouw werk precies in?
“Ik werk vanuit het Dienstenbureau samen met ds. Peter L.D. Visser en ds. Jelle Nutma. Wij adviseren en ondersteunen kerkenraden bij het vormgeven van hun missionaire roeping, die hun vanuit de Bijbel is gegeven. Als christenen zijn wij immers gezegend om anderen tot zegen te zijn.
We merken bij kerkenraden een gevoel van urgentie en een verlangen om deze roeping praktisch uit te werken. De gesprekken kunnen bijvoorbeeld gaan over een krimpende gemeente. Is krimpen een teken om te stoppen of een richtingaanwijzer voor een andere weg? We denken samen na over de plek van de gemeente in de missie van God. De vragen die we krijgen, gaan vooral over evangelisatie; hoe je dat kunt aanpakken in de persoonlijke en plaatselijke omgeving. Maar volgens mij gaat Gods missie over veel meer dan evangelisatie alleen.”

Een huis met vijf kamers
Hoe zou jij Gods missie dan willen omschrijven?
“Naar het model van de Anglicaanse kerk zijn er vijf globale doelstellingen (‘marks of mission’): evangelisatie, discipelschap, bestrijden van armoede, streven naar rechtvaardige structuren en werken aan de heelheid van de schepping. Als ik met een kerkenraad spreek over de vraag hoe zij gemeente kunnen zijn, vraag ik ook hoe de rest van hun gemeenteleven eruit ziet. Wat doen zij aan de genoemde vijf punten? Of focussen zij zich alleen op evangelisatie? Ik zie Gods missie als een huis met vijf kamers, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Je wandelt als het ware van de ene naar de andere kamer, maar je kunt er niet eentje overslaan. Mijn ervaring is dat zorg voor de schepping in het gemeenteleven vaak geen grote plek inneemt.”

Zie je hierin verandering in de jaren dat je dit werk doet?
“In de maatschappij is er tegenwoordig veel aandacht voor duurzaamheid en zorg voor het milieu. De wereld is ons hierin tot een voorbeeld. In de Bijbel lees je ook dat, waar Gods volk niet opstaat, Hij mensen van buitenaf stuurt. Ik geloof dat dit nu aan het gebeuren is, dat wij een Bijbelse opdracht hebben laten liggen. Terwijl wij als christenen juist iets te bieden hebben: een leven van hoop. De seculiere motivatie om zich voor natuur en milieu in te zetten, is vaak gebaseerd op angst, bijvoorbeeld over: ‘in welke wereld leven straks mijn (klein)kinderen als we zo doorgaan?’ Maar voor christenen is het leven gebaseerd op de drie-enige God: God de Vader heeft geschapen, Jezus Christus heeft de dood overwonnen als onderdeel van Gods heilsplan met de schepping, waardoor we een hoopvolle, goede toekomst tegemoet gaan en de Heilige Geest vernieuwt ons. Hij is aanwezig, helpt mij te volharden in de onvolkomenheid die ik zelf ervaar, omdat ik deel mag hebben aan het leven in die hoop.”

Gelukkig door materie en geld
Wat zou je de kerken en hun leden willen meegeven?
“De maatschappij maakt ons wijs dat we alleen zijn en dat we materie en geld nodig hebben om ons te beschermen en gelukkig te maken. Dat is de overheersende visie. Op dit punt is het misgegaan. Door al die spullen en onze materialistische levensstijl hebben wij onze ‘ecologische voetafdruk’ enorm vergroot. Dat staat haaks op wat we lezen in de Bijbel: dat we God centraal mogen stellen in ons leven. En van daaruit zorgen voor Zijn wereld, waarin de schepping onze rentmeesterschap nodig heeft. Die taak begrenst onze vrijheid. We kunnen niet onverantwoordelijk met de bronnen, de grondstoffen en het leven omgaan. Als ik de Bijbel serieus neem, kan ik niet anders dan versoberen. Dat mijn handelen effect heeft op het grote geheel van de schepping wereldwijd is confronterend, als je erover nadenkt. Want het betekent dat ik niet los sta van de situatie ver weg.”

Welke emotie roept dit bij jou op?
“Ik merk bij mezelf een heilige onrust en een verlangen. Een verlangen dat anderen ook het Evangelie mogen geloven. Hoe ongemakkelijk dit ook is, want Gods Woord botst en schuurt met ons leven. Soms frustreert het mij ook en zou ik willen roepen ‘doe nou mee!’. Maar ik weet dat ik zelf ook nog veel te leren heb.”

Kun je iets vertellen over jouw persoonlijke zoektocht naar duurzaamheid?
“Om me meer bewust te worden van het gebruik van plastic in mijn leven, heb ik geprobeerd dit een periode uit te bannen. Toen ontdekte ik onder andere ‘shampoo-bars’ (dat is: shampoo in de vorm van een stukje zeep), zodat ik geen plastic flessen meer nodig heb om mijn haar te wassen. Er zijn ook uitdagingen. Ik eet bijvoorbeeld rijstwafels en die zijn altijd in plastic verpakt. Ga ik die dan voortaan zelf maken? Bewustwording is een begin om te ervaren hoe verstrikt we zitten in het systeem. Ik heb ook een jaar lang geen kleding gekocht en werd toen geconfronteerd met het verlangen naar iets nieuws; blijkbaar maakt dat bezit of het shoppen mij op een bepaalde manier gelukkig. Ik probeer inspirerend te zijn en mensen er niet individueel op te wijzen, maar te attenderen op het systeem waar we inzitten en de eigen rol die we daarin hebben.”

Mislukken in genade
Hoe zou de christelijke gemeenschap hierbij van betekenis kunnen zijn?
“Ik zei eerder, dat wij een alternatief hebben voor het verhaal van angst: wij geloven in de hoop, in de toekomst! Tegelijkertijd weet ik dat dit onderwerp al snel schaamte met zich meebrengt, het gevoel dat het nooit goed genoeg is. Het is belangrijk dat je je veilig voelt voor je kunt veranderen. Ik zou willen zeggen: je mag er iets aan doen met Gods genade. De christelijke gemeenschap is de ultieme plek om uit te proberen in vrijheid en te mislukken in genade.
Dit brengt ons direct in een andere kamer van het huis waar ik het over had: discipelschap. Samen proberen Jezus na te volgen. Hoe kun je anderen liefdevol helpen? Hoe ontstaat er ruimte om mijn falen in Gods licht te brengen? In die gemeenschap is er geen status en ben je niet beter dan een ander. Hoe fantastisch zou het zijn, als je tegen je medechristen kunt zeggen dat je met dit onderwerp worstelt. Dat je bijvoorbeeld probeert om de auto te laten staan, maar dat het je tegenvalt, en dat de ander reageert met: ‘Ik snap het wel, het is ook lastig. Kan ik je helpen?’ Zonder te veroordelen. Sommige zonden zijn niet makkelijk uit je leven te bannen. Daar komen we in de kamer van evangelisatie, waarin we tegen elkaar kunnen zeggen dat de Here Jezus onze zonden vergeven heeft. Ten slotte, weet dat het Góds missie is, en niet die van ons. Hij is aan het werk, Zijn plannen falen niet en wij worden uitgenodigd om mee te doen.”