jaargang 130, nr. 2, 22 januari 2021

Willem Kater – studerend aan de Theologische Universiteit Apeldoorn – heeft onder andere als docent op de middelbare school veel ervaring opgedaan met jongeren. Vragen rond de zekerheid van het geloof zijn hem dan ook niet onbekend. Maar hoe ga je hiermee om?

Ik val meteen met de deur in huis: bent u wedergeboren? “Ja, ik merk dat ik bij al mijn twijfels niet zonder God kan en dat komt echt niet uit mijzelf.” Deze zekerheid heeft Kater niet altijd zo gehad. “Als tiener was ik in mijn zoeken op mezelf gefocust: heb ik het beslissende moment al meegemaakt? Het geloof ligt echter niet vast in mij, maar in het Woord van God en in Wie de Heere Jezus is.” Hier komt de rode draad in het gesprek al naar voren: heilszekerheid en twijfels gaan samen op. En hoewel ík het interview inging met een perspectief op jongeren, is Kater hier meteen kritisch op. “Ik wil niet denken in ‘jongeren versus ouderen’. Heilszekerheid is een zaak voor iedereen.”

Heilszekerheid voor iedereen
Welke vragen kwam Willem Kater tot nu toe tegen? “Soms zijn vragen intellectueel van aard: hoe kan ik zeker weten dat de genade van Christus ook voor mij is? Maar ik kom ook vragen tegen die gebaseerd zijn op het Godsbeeld. Dan moet alles kloppend worden en als ik Hem niet kloppend krijg, bestaat Hij dan wel? Soms zijn vragen ook heel praktisch: hoe leef je als christen?” Waar komen die vragen vandaan? “Ten eerste is tijdens de Verlichting een strijd ontstaan tussen het verstand en het geloof. Soms hebben we wel erg veel vertrouwen gehad in het idee dat wij God zouden kunnen ontleden. Ten tweede proberen we het geloofsleven te objectiveren. Maar dan komt het ‘ik’ in het centrum te staan, in plaats van dat God centraal staat. Denk na over wie je zelf bent, maar altijd in het licht van Christus. En als ik er dan achter kom dat mijn identiteit niet in Christus ligt, heeft dat de bedoeling dat dat inzicht mij weer bij Christus brengt. De neiging te objectiveren heeft ook gevolgen gehad voor de omgang met de Schrift. Die wordt dan afstandelijk. Maar als ik de Bijbel lees, hoor ik de stem van God. Die is voor mij bedoeld!” Ik realiseer me eigenlijk voor het eerst hoe heilszekerheid wordt gekleurd door de maatschappij en haar geschiedenis. Hier kan niemand in onze samenleving omheen.

Uitersten?!
Heilszekerheid is volgens Kater een zaak voor iedereen. Maar binnen die ‘iedereen’ zien we veel verschillen. Enerzijds zijn er mensen die er (te?) gemakkelijk vanuit gaan dat het heil voor hen is, anderzijds zijn er mensen die een bijzondere ervaring verwachten die de wedergeboorte markeert. Hoe kijkt u tegen deze uitersten aan? “Ik denk dan meteen aan Johannes 3, het nachtelijk gesprek over wedergeboorte, ‘van boven geboren worden’, en Gods onmetelijke liefde voor deze wereld. Dat hoofdstuk eindigt met de aangrijpende woorden (vers 26): ‘Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.’ Als je die woorden hoort – uit de mond van de Heiland – kun je daar echt als een standbeeld naar luisteren?” Maar hoe kunnen we dan reageren op mensen die worstelen met hun twijfels? Nieuw leven is nodig! God heeft Zijn Zoon gegeven voor mensen die ziek zijn, niet voor mensen die gezond zijn (naar aanleiding van Markus 2: 17). Als we daarentegen wachten op een ‘bijzonder moment’, dan houd je de Bijbel op afstand, hoe vroom verpakt ook. Dat betekent niet dat je genade in je broekzak hebt. De Bijbel laat juist de spanning zien tussen onze onvolmaaktheid en de volmaakte genade van God. Paulus kan in één adem zeggen (Filippenzen 3: 12): ‘… ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door Christus Jezus gegrepen.’ Dat ‘gegrepen zijn’, dat geeft rust. Het geloof is voor iedereen, voor ieder zondig persoon, maar het komt erop aan dat ik bij Christus hoor.”

In al mijn twijfels
Heilszekerheid is dus een zaak voor iedereen. Twijfels ook? Kater vertelt over zijn eigen twijfels. “Vooral vlak voor mijn twintigste heb ik aanvechting gehad. Ten eerste vroeg ik me af of God bestaat en of wij met de Bijbel met de enige God te maken hebben. Ik heb de redenering niet kloppend gekregen, maar ik verneem uit de Bijbel de stem van God. Om die stem kon ik op een gegeven moment niet meer heen en dat is toch echt het werk van de Geest. Daarnaast ben ik ook wel een tijd teleurgesteld geweest in situaties die zich voordeden binnen de kerk. Maar ik geloof dat de God van de kerk betrouwbaar is. Ten derde heb ik ook twijfels gehad bij mijn roeping tot predikant. Eigenlijk is dat een luxeprobleem. Maar je gaat je dan toch afvragen: is deze roeping nu een bevlieging, of komt het echt van God? Ik moest toen het roer van mijn leven uit handen geven – en dat zeggen of doen voelt toch echt anders.”

Het gezaghebbende Woord in de praktijk
Hoe moeten we omgaan met momenten van twijfel? “We moeten beginnen met Gods Woord te erkennen als Zijn stem die spreekt. Het gaat altijd om God. We moeten gewezen worden op het kruis van Christus als het centrum waar God Zich openbaart. Hij kende als geen ander de aanvechting. Als je leeft met oren en ogen open én je Bijbel leest, is aanvechting onvermijdelijk. Als er in iemands leven nooit aanvechting is, dan ga ik me pas écht zorgen maken. We zitten allemaal met moeilijke vragen, dus stel ze. Anders kan het idee ontstaan dat je alleen gelooft als je geen vragen hebt. En dan krijg je gedachtes als: ik heb te veel vragen, dus blijkbaar ben ik niet op het goede spoor. Gelukkig staat de Bijbel vol van mensen die worstelen met God. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Jakob bij Pniël, maar ook aan de taal van de Psalmen. Het is daarom belangrijk dat de prediking spreekt over heel het leven. Dat doet God in de Bijbel, waarin ook de worsteling wordt benoemd om verlost te worden van verlangens die alle kanten op schieten. Dat is niet iets van 2021. David bidt in Psalm 86: ‘Maak mijn hart één om Uw Naam te vrezen.’ Tegelijkertijd kunnen we er niet omheen dat geloven niet meer vanzelfsprekend is, maar slechts een van de vele opties is geworden. Daar kun je grote zorgen over hebben, maar je ziet ook heel mooie voorbeelden van jongeren die heel vrijmoedig en overtuigd geloven. Hier moeten we op inspelen, door bijvoorbeeld al jong te beginnen met catechese. En vervolgens moet het niet theoretisch blijven. Wat gebeurt er als er op zondag een ‘zware jongen’ de kerk binnen komt lopen? Wat heeft onze dienst dan te bieden? En wat gebeurt er als iemand moet huilen bij de preek? Zetten we dan een net gezicht op, of is de kerk een ‘veilig thuis’ voor aangevochten mensen?”

Aanvechting hoort er dus bij op deze aarde. Maar dat is volgens Kater niet het eindpunt. “Het is ontzettend bevrijdend dat God ons bevrijdt van alle ballast van ons schuldige verleden. Daarin is God echt anders dan wij mensen. God kan jou beter vergeven dan dat jij jezelf of anderen jou kunnen vergeven voor wat je zelf hebt gedaan.”