jaargang 130, nr. 26, 24 december 2021

Ga ik bestuurskunde studeren of ga ik toch naar de Koninklijke Militaire Academie om officier te worden? Dat was de vraag die Andele van Klaarbergen (58) bezighield. Hij koos voor het laatste. In 2006 mocht hij namens ons land op missie naar Afghanistan. “Terugkijkend overheerst het positieve gevoel.” 

Dat hij beroepsmilitair werd, kwam niet geheel uit de lucht vallen. “Mijn vader was het, en aan tafel hoorde ik de verhalen al. Ook mijn broer koos voor defensie. Ik had me in eerste instantie ook ingeschreven voor de opleiding bestuurskunde, maar hoorde dat ik was aangenomen op de KMA. Toen heb ik de keuze gemaakt om militair te worden. Ik wilde me graag voor volk en vaderland inzetten en bijdragen aan de vrede.” 

Weekendhuwelijk
Werken voor defensie betekent veel van huis zijn. “Na een opleiding van vier jaar koos ik ervoor om geplaatst te worden in Duitsland. Ik was vrijgezel, dus het maakte toch niet uit. Maar toen ontmoette ik mijn vrouw. We zijn mede door die plaatsing vrij snel getrouwd, maar hadden door de vele oefeningen en na terugkeer in Nederland bij plaatsingen in het westen een weekendhuwelijk. Dat is part of the job.” 

Missie
Midden jaren negentig werden er steeds meer missies door Nederlandse militairen gedaan. Andele werkte inmiddels als hoofd personeelszaken bij de Cavalerie en wilde ook graag op missie. “Dat heb ik ook aangegeven, maar mijn verzoek werd afgewezen. De commandant zei: ‘Je hebt een eenmansfunctie, we kunnen jou niet missen. Je mag niet op missie.’ Ook bij andere functies die ik later kreeg, lieten ze me niet gaan. In 2006 kwam daar eindelijk verandering in. Er moest vanuit mijn eenheid een personeelsfunctionaris geleverd worden. Ik mocht op missie naar Bosnië.” 

Maar Bosnië werd uiteindelijk last-minute Afghanistan. Andele: “Daar was toch eerder een personeelsfunctionaris nodig. Toen ik thuis aan mijn vrouw en dochters van 13 en 15 vertelde dat ik naar Afghanistan moest, schrokken ze. Bosnië was inmiddels redelijk rustig, maar Afghanistan was dat zeker niet. Hoe zou de Taliban reageren? Wat treffen we daar aan? Mijn dochters vonden het heel spannend, want die hadden al het een en ander gehoord over wat er in Afghanistan aan de hand was. Als vader en man is het moeilijk om zo lang van huis te zijn. Toch moet ik ook zeggen dat de samenwerking, de kameraadschap en het doel waarvoor je daar bent, de missie ook erg mooi en bijzonder maken. Ik wilde militair worden om mijn land te verdedigen, desnoods met mijn leven. Maar Afghanistan is niet mijn land. Je vraagt je dan wel af: als ik omkom in Afghanistan, heb ik dan mijn leven gegeven voor mijn vaderland? Naastenliefde was uiteindelijk de belangrijkste drijfveer.” 

 Vrede en vrijheid
Toen Andele in Afghanistan aankwam, was het rustig. “De eerste bases waren gebouwd, maar het was de vraag hoe de Taliban zou reageren als we in Uruzgan patrouilles gingen lopen in het gebied dat zij beheersten. De Taliban kon het niet van ons winnen wat betreft directe confrontatie met wapens, maar ze legden wel hinderlagen en bermbommen op onze routes. En hoe kijkt de bevolking aan tegen onze komst? We kwamen niet als vechtmilitairen, maar om vrede en veiligheid te brengen. Daarvoor moesten we het vertrouwen winnen van de burgers. De eerste dag dat ik kwam, was gelijk een heftige. Twee Nederlandse militairen van het Contingentscommando, waarbij ik was geplaatst, waren omgekomen bij een helikoptercrash. Tijdens mijn uitzending zijn er in totaal vier Nederlandse militairen omgekomen.” 

Andele was geplaatst op het internationale militaire vliegveld in Kabul. Hij was daar als personeelsfunctionaris onder andere verantwoordelijk voor de briefing van nieuw personeel en het coördineren van het vliegverkeer van en naar Nederland en naar de bases in Afghanistan zelf. “Op de base was het over het algemeen veilig, al hoorden we ook steeds vaker dat de Taliban aanslagen pleegde op ambassades en militaire transporten in de stad. Op een andere basis waren regelmatig raketbeschietingen, maar meestal sloegen die tijdens mijn werkbezoeken net buiten het vliegveld in. De ritten die ik wekelijks maakte naar de andere militaire locatie waren spannend. Er werden namelijk steeds vaker aanslagen op westerse doelwitten gepleegd. Het ritje duurde twintig minuten, maar was gevaarlijk. De jongens die mij in een gepantserde wagen reden, reden als gekken. Hun motto was: hoe harder je rijdt, hoe kleiner de kans dat je wordt beschoten. Stilstaan was geen optie. Die ritjes zijn overigens ook niet goed voor je maag.” 

Bewaring
Andele zat het grootste gedeelte veilig op het vliegveld, maar het had niet veel gescheeld of hij had een van de ritten naar de stad mogelijk niet kunnen navertellen. ‘Ik had afgesproken dat ik naar het hoofdkwartier zou gaan, maar er was geen gepantserde auto beschikbaar. Ik zou een transportbusje nemen. Er moest plotseling nog iets geregeld worden en ik miste het busje en verplaatste de afspraak. Later hoorde ik dat het busje onder vuur was genomen door de Taliban, met slachtoffers tot gevolg. Toen besefte ik dat ik echt bewaard ben gebleven.”  

Andele zag gedurende de missie hoe de Taliban steeds verder werd teruggedrongen. Het vertrouwen van de bevolking groeide. “Ik had echt het gevoel dat onze missie ertoe deed. We sloegen waterputten, richtten (meisjes)scholen op, legden elektriciteit aan. Meer dan 250 projecten zijn er in die jaren uitgevoerd. We hebben de bevolking kunnen helpen en zowel militairen als het bestuur opgeleid om na terugtrekking van de NAVO op eigen benen te staan. We hebben de bevolking vrede en veiligheid gebracht en hoop gegeven voor de toekomst. En toen kwam 2021… Dat is heel verdrietig.” 

Vrede
Toch overheerst het positieve gevoel als Andele terugkijkt op de missie. “Ik zou het zo weer doen. De missie heeft me persoonlijk ook veel gebracht. Ik ben geduldiger geworden en ik kan beter relativeren als dingen tegenzitten. Ik besef beter wat echt belangrijk is in het leven. Wij leven al jaren in vrede, hebben een dak boven ons hoofd, elektriciteit en nog zoveel meer. Maar vrede en veiligheid zijn niet overal vanzelfsprekend. Dat maakt me nederig en dankbaar. Er is nog steeds op veel plaatsen oorlog in de wereld. Toch heeft God beloofd dat het goed gaat komen, op die nieuwe aarde waar vrede en gerechtigheid woont. Daar zie ik naar uit.”