jaargang 130, nr. 16, 6 augustus 2021

Het is 500 jaar geleden dat Maarten Luther is verbannen uit de Rooms-Katholieke kerk. Hoe is deze excommunicatie verlopen? Wat waren de gevolgen en wat kunnen we ervan leren in deze tijd? Dr. G.A. (Gert) van den Brink, verbonden aan de TUA, is gespecialiseerd in Luther. Hij geeft antwoord op deze vragen.  

Van den Brink heeft zich de afgelopen periode vanuit kerkhistorisch oogpunt intensief beziggehouden met Luther. “Hij heeft zoveel geschreven. Ik heb zijn verklaring van Jesaja 53, zijn verklaring van Hebreeën en enkele preken van hem vertaald. De TUA heeft een lange traditie van aandacht voor Maarten Luther, die als theoloog en schrijver nog steeds veel zeggingskracht heeft.” 

Stellingen tegen de aflaten 
Maarten Luther (1483-1546) heeft een belangrijke rol gespeeld in de Reformatie. Hij wilde de Rooms-Katholieke Kerk van binnenuit hervormen. Van den Brink: “Toch moet je oppassen met het begrip reformatie; Luther had niet meteen de intentie om een nieuwe kerk te stichten. De verandering ging geleidelijk.” 
Op 31 oktober 1517 publiceerde Luther stellingen op de kerkdeur in Wittenberg tegen handel in aflaten. In die tijd was het gebruikelijk om een disputatie aan de kerkdeur te bevestigen. Luther was tegen de aflatenhandel, die de kerk veel geld opleverde. Hij wilde met zijn stellingen een wetenschappelijke discussie op gang brengen over de aflatenhandel, maar uiteindelijk heeft er nooit een gesprek plaatsgevonden. Wel werden de stellingen door anderen opgepikt en dat kreeg al snel een politieke lading, want het ging over geld. Veel mensen in Duitsland kochten aflaten en dat geld vloeide naar Italië, voor de bouw van de Sint Pieter in Rome. Luther was in de veronderstelling dat de paus het systeem zou veroordelen als hij door zou hebben hoe het werkte, maar de paus was er onderdeel van geworden. Daarin was Luther dus naïef. Hij hoopte op een gesprek over zijn stellingen, maar dit kwam er niet. Hij moest zich aan de paus onderwerpen. Er werd een gezant van de paus op Luther afgestuurd, Cajetanus, die Luther dwong om zijn boeken te herroepen. Luther had twee opties: herroepen of de dood. Luther wilde echter een gesprek, een theologisch debat met goede argumenten, maar dat was niet mogelijk. Daarbij speelde mee dat de aflatenhandel veel geld opbracht en dat men beducht was voor een aanval op het gezag van de paus. Luther wees immers het gezag van de paus over de Schrift af en noemde hem de antichrist. Luther ontving op 15 juni 1520 de bul Exsurge Domine. In deze bul werden 41 dwalingen van hem genoemd. Binnen zestig dagen moest hij die herroepen. Deed hij dit niet, dan zou hij worden geëxcommuniceerd. Deze bul verbrandde hij, want hij wilde zijn stellingen niet herroepen. Hiermee maakte Luther een belangrijk statement. De officiële excommunicatie van Luther kwam op 3 januari 1521. Hij werd uit de kerk verbannen door paus Leo X. 
Naast de kerkelijke ban werd hij ook in de rijksban gedaan door keizer Karel V. Er was in die tijd immers geen scheiding van kerk en staat. Luther weigerde om zijn boeken op de Rijksdag van Worms (april 1521) te herroepen met de beroemde woorden ‘hier sta ik, ik kan niet anders’. Luther werd vogelvrij verklaard. Dat betekende dat iedereen hem mocht doden en zich zijn bezittingen mocht toe-eigenen. Ook zijn aanhangers werden vogelvrij verklaard. 
Het is een wonder geweest dat Luther de excommunicatie heeft overleefd en niet op de brandstapel is beland, zoals andere reformatoren. Een belangrijke reden hiervoor was van politieke aard. De jonge keizer Karel V, die trouw wilde zijn aan Rome, moest ook rekening houden met de keurvorst Frederik de Wijze van Saksen die Luther in bescherming had genomen. In 1502 had Frederik de Wijze de Universiteit Wittenberg opgericht. Toen Luther daar hoogleraar werd, was het nog een kleine universiteit, maar door Luthers komst ging ze meetellen op wereldniveau. Frederik wilde Luther als hoogleraar niet kwijt. Daarom beschermde hij hem. Maarten Luther moest wel in Saksen blijven, want alleen daar had hij de bescherming van Frederik. Als hij niet was beschermd door Frederik de Wijze, was hij hoogstwaarschijnlijk gelyncht.  

Verspreiding ideeën 
De Rooms-Katholieke Kerk had geen rekening gehouden met de uitvinding van de boekdrukkunst. Honderden mensen waren betrokken bij de drukkerijen in Wittenberg. De rijkste mensen waren de drukkers, die verdienden veel geld aan het drukken van Luthers boeken. Luther wilde zelf geen geld voor zijn boeken, maar hij schreef heel snel en goed. Zijn boeken werden in groten getale verspreid door Duitsland. Hij werd de eerste ‘bestselling author’ ooit. Luther schreef in het Duits, de volkstaal, dus veel mensen lazen zijn ideeën en voelden zich aangesproken door de thema’s die hij beschreef, waaronder de vrijheid van een christen, de aflaathandel en de oproep terug te gaan naar de bron. Er ontstond een nieuwe dynamiek die de Rooms-Katholieke niet had voorzien, maar die door de paus werd gedoogd. Nu, 500 jaar later, staan er enorm veel boeken op naam van Maarten Luther en hij heeft nog steeds invloed. 
Luther zag het als zijn belangrijkste taak om de Bijbel toegankelijk te maken voor de gewone man. Zo vertaalde Luther het Nieuwe Testament in het Duits. Van den Brink: “Wat mij aanspreekt in Luther is hoe hij zijn theologie kon vertalen in begrijpelijke preken. Luther is authentiek: hij zegt wat hij denkt en daarbij is hij pastoraal. Luther was opgegroeid in een klooster. Daar had hij geleerd om zich heel dicht bij de Schrift te houden en had hij ook met de kloosterlingen geoefend om zijn eigen geestelijke gevoelens en ervaringen onder woorden te brengen. Daarin verschilt hij van Calvijn, die niet graag over zichzelf spreekt. Luther was sprankelender dan Calvijn.” 
De leer van de rechtvaardiging speelde nog geen rol in de excommunicatie, maar Luther was er al wel mee bezig. Luther was een scherpzinnige man. Hij reageerde snel en alert. Hij paste zijn bewoordingen aan als dat nodig was. In dat proces is de visie op de rechtvaardiging van het geloof doorgebroken, met de verschijning van het boek De vrijheid van een christen in 1520. Luther was geraakt door Romeinen 1:16-17, waarin staat: “De rechtvaardige zal uit het geloof leven.” Luther had de Romeinenbrief al eindeloos vaak gelezen, maar hij bleef moeite houden met het woord ‘rechtvaardigheid’. Hij begreep niet hoe God kon redden door rechtvaardigheid. Totdat hij begreep dat het niet kwam door Gods straffende rechtvaardigheid, maar door Gods schenkende gerechtigheid. In de theologie van Luther staat Jezus Christus centraal als middelaar tussen God en mens. Wij worden gerechtvaardigd door het geloof in Hem.  

Oecumenisch gesprek
Met de excommunicatie had de Rooms-Katholieke kerk een machtig middel in handen om gevaarlijke stemmen te doen verstommen, maar de stem van Luther heeft het overleefd. Luther heeft aanvankelijk geen gehoor gevonden in de Rooms-Katholieke Kerk. Sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) is er vanuit de Rooms-Katholieke Kerk meer aandacht voor het werk van Luther gekomen. Ook rooms-katholieke theologen bestuderen Luther. Van den Brink: “Dit oecumenisch gesprek is waardevol. De lessen die we kunnen trekken voor de kerk van nu is dat we mensen niet de mond kunnen snoeren en denken dat we het als kerk wel overleven. Er moet een inhoudelijk gesprek plaatsvinden over de waarheid van de Schrift. De breuk met Rome is gekomen door een verschil in visie op de helderheid van de Schrift. Volgens Luther is niet de kerk of de paus, maar de Schrift zelf zijn eigen uitlegger. Als we nu binnen de reformatorische kerken twijfelen aan het gezag en aan de helderheid van de Schrift, is dat een messteek in de rug van Luther.”