jaargang 129, nr. 22, 23 oktober 2020

Erkenning van nalatigheid
Een schuldbelijdenis aan het Joodse volk

Ds. Rien Vrijhof is emeritus predikant en voorzitter van het deputaatschap Kerk en Israël. Samen met collega’s bereidt hij de schuldbelijdenis voor over nalatigheid van de kerken in de Tweede Wereldoorlog. Ik mocht hem interviewen over het concrete belang van deze schuldbelijdenis.  

Ik ga ervan uit dat we het er allemaal over eens zijn dat we schuld moeten belijden als er schuld is. Maar welke schuld ligt er in dit geval specifiek bij de kerken?
Ds. Vrijhof legt uit: “Er zijn in de Tweede Wereldoorlog vanuit Nederland meer dan 100.000 Joden weggevoerd en omgekomen. Na onderzoek naar wat er toen gebeurd is in kerken, moeten we concluderen dat we nalatig zijn geweest. We zijn onvoldoende opgekomen voor het Joodse volk, we hadden onze stem meer moeten laten horen.”

Waarom nu?!
Maar als er zoveel kwaad is gedaan en zoveel is nagelaten, zijn we dan – na 75 jaar – niet ‘wat aan de late kant’ met een schuldbelijdenis?
“Mensen hebben zich tijdens de oorlog persoonlijk verzet door bijvoorbeeld Joden te laten onderduiken en door kinderen in bewaring te nemen. Ook zijn er in de oorlog al kanselboodschappen uitgegaan. Maar nu, na 75 jaar, is het tijd om de balans op te maken. Dit zie je in de hele samenleving. Denk aan de minister-president die zijn excuses aanbood namens de regering, aan de koning die uitspraken heeft gedaan met het oog op zijn overgrootmoeder en aan de NS die schadevergoeding beschikbaar stelde aan slachtoffers en nabestaanden van de deportaties. De kerk voelt zich hiermee verbonden.”

Hadden wij, als kerk, de seculiere wereld niet voor moeten zijn met een belijdenis?
Zo ziet ds. Vrijhof het niet: “Het is niet zo dat wij het nu doen omdat anderen het hebben gedaan. Het verlangen om schuldbelijdenis te doen leefde al langer, maar we hebben te maken met zoveel kerken, die zo verschillend denken over de rol van het volk Israël in Gods Koninkrijk. Tegelijk is het wel heel belangrijk dat we dit als kerken samen doen. We zijn God dankbaar dat de kerken dit jaar heel organisch bij elkaar kwamen. Dit gebeurde na het verschijnen van het artikel van Henk Schouten in het Reformatorisch Dagblad op 4 mei: ‘Laat kerken schuld belijden over houding bij Holocaust’. Naar aanleiding van dit artikel kwam Henk Schouten in contact met mensen uit verschillende kerken, en met ons als deputaatschap. We gingen samen aan de slag. Andere kerken voegden zich bij dit initiatief. Dan ervaar je het toch als een van God gegeven moment.”

Dat er een schuld ligt en waarom die schuld nu beleden moet worden, is duidelijk. Maar wat hopen de initiatiefnemers te bereiken met de schuldbelijdenis?
“We willen eerlijk ons falen neerleggen voor Gods aangezicht. We willen stem geven aan dat wat mis is gegaan en daarmee willen we vergeving zoeken als kerk. En als je vergeving zoekt, dan wil je ook altijd vernieuwing zoeken: we willen ook veranderen.”

Veranderen
Dat ‘veranderen’ impliceert ook een invulling na de schuldbelijdenis. Welk belang heeft deze schuldbelijdenis voor de gemeenteleden?
Ds. Vrijhof maakt het concreet: “Als je uitspreekt dat je nalatig bent geweest, heb je dus iets niet gedaan, wat je wel had moeten doen. We willen waken voor passiviteit. Wij mensen hebben vaak veel meer last van zonden die we doen, dan van dingen die we hebben nagelaten; van woorden die we hebben gesproken, dan van woorden die we hadden moeten spreken. We hebben gezwegen waar we hadden moeten spreken. We kunnen leren onze stem te verheffen voor de machtelozen, voor wie lijdt onder onrecht of onderdrukking, voor vluchtelingen, voor mensen die in onze samenleving aan de kant worden gezet, voor het milieu en de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen.”
Toch wil ds. Vrijhof hier ook een kanttekening bij plaatsen. “We moeten wel blijven inzien dat er bij de vernietiging van het Joodse volk nog iets extra’s aan de hand was. Het ging om meer dan ‘gewoon een bevolkingsgroep’. Mensen wilden de zaak van God schaden, door het Joodse volk, waaruit Jezus Christus geboren is, te vernietigen. De Schrift zegt: ‘Het heil is uit de Joden’. Niet: ‘Het heil is’, en dan een punt. Nee, altijd klinkt er dan mee: ‘uit de Joden’! Er speelde dus een geestelijke strijd op de achtergrond. En in die strijd tegen God zijn wij als kerk nalatig geweest.”

Follow-up
In de Bijbel zien we genoeg voorbeelden van mensen – zoals Daniël en Nehemia – die de zonden van het volk persoonlijk maken. Hoe kunnen wij dat ook doen met deze schuldbelijdenis?
Ds. Vrijhof: “Iedereen is verbonden met het verleden. Dat moeten we tot uiting brengen. Ouderen kunnen bijvoorbeeld betrokken zijn bij herdenkingen in hun woonplaatsen. Ik denk ook aan de stichting Boete en verzoening, waarbij mensen helpen bij het opknappen van Joodse graven. Maar vooral moet het gesprek geopend worden. We hopen hiervoor ook Bijbelstudies en gespreksthema’s aan te reiken voor mensen van verschillende leeftijden. Hoe mooi zou het zijn als ouderen vanuit eigen ervaring of vanuit de verhalen van hun ouders praten met jongeren? En denk als gezin eens na over het onderduiken van Joodse kinderen. Hoe hebben die kinderen dat ervaren? Mevrouw Bloeme Evers heeft hier veel over geschreven. En voor jongeren: we kunnen denken aan catechese. Aan het bespreken van vragen als: wat is nalatig zijn? Wat gebeurt er dan met mensen? Om het concreet te maken kunnen we dan ook bijvoorbeeld aandacht schenken aan Joodse monumenten, een synagoge, een Joodse begraafplaats. En laten we het ook betrekken op Gods Woord. Laten we met elkaar nadenken over termen als ‘de God van Israël’ en ‘Gods volk’, en laten we kijken naar bijvoorbeeld een tekst als Spreuken 24: 11-12: Red hen die opgepakt zijn om te sterven, wee als u zich afzijdig houdt van wie wankelend ter slachting gaat. Wanneer u zegt: Zie, wij hebben dat niet geweten, zal Hij Die de harten toetst, dat niet merken? Hij Die uw ziel gadeslaat, zal Híj het niet weten? Immers, Hij zal een mens vergelden naar zijn werk.’”

Laat het tot je komen
Tot slot wil ds. Vrijhof ons nog iets belangrijks meegeven in aanloop naar de schuldbelijdenis op 15 november. “Ik hoop dat de gemeenteleden het 15 november écht tot zich laten komen. Dat ze er écht voor open willen staan, hoe vreemd de belijdenis misschien ook zal klinken in het begin. Reageer niet direct, maar laat het tot je komen. Wees er eens een poosje stil mee. Gewoon een moment van stilte. De een zal het meer voelen dan de ander, maar wees bereid om er echt aandacht aan te geven. Het zal ons leven verrijken. Dan mogen we inzien dat het voor het Joodse volk vaak een zware last is om Gods uitverkoren volk te zijn: dat zien we al in heel de geschiedenis van de Bijbel. Dus wees stil en respectvol voor Gods volk.”