jaargang 130, nr. 18, 3 september 2021

Jongeren verschillen niet zoveel van ouderen in hun behoeftes. Ze verlangen net als volwassenen naar een relevante preek, maar vooral naar verbinding, authenticiteit en echtheid, vertellen Gerrianne Smit en Jan Post. Beide dertigers zijn werkzaam als jeugdwerkadviseur bij respectievelijk CGJO en LCJ. 

“De gemeente moet een plek zijn waar jongeren kunnen groeien, gevoed en gevormd worden en – misschien wel het belangrijkste – waar ze gezíén worden”, antwoordt Jan op de vraag wat voor jongeren een ideale gemeente is. Gerrianne vult aan: “Hetzelfde antwoord hierop krijg je van een volwassene. Iedereen verlangt naar verbinding, echtheid, authenticiteit.”
Zowel in 2019 als dit jaar verscheen een rapport over jongeren en de kerk. Het onderzoek werd uitgevoerd door de CGJO en de LCJ. “Het rapport van 2021 had een iets andere insteek dan dat uit 2019”, stelt Gerrianne. “Er is daarvoor met jongeren zelf gesproken.” Jan benadrukt dat dit heel goed is: “Contact hebben met de doelgroep zelf. Ga in gesprek! Het gevaar is dat vaak meer óver dan mét jongeren wordt gesproken. We behandelen hen vaak als aparte doelgroep, maar een jeugdprobleem is in negen van de tien gevallen ook een volwassenenprobleem.”
Gerrianne: “Ik had een dubbel gevoel bij de conclusies van het rapport. Enerzijds is het verdrietig dat de kerk vergeten is hoe ze voor jongeren aantrekkelijk kan zijn, zoals in het rapport naar voren komt. Anderzijds gaat het om basisbehoeften, psychologisch gezien. Je kunt dus werken aan een oplossing voor de problemen! De situatie is niet hopeloos. Daarbij heeft corona een vergrootglas op alles gelegd en daardoor zijn de kerken hopelijk wakker geschud.” 

 Vragen
Jan: “De kerk is een tegenbeweging tegen individualisme en de veelheid van keuzes die er zijn in de samenleving. In de kerk staat als het goed is de gerichtheid op de ander centraal. Dat noemen bepaalde jongeren ook als meerwaarde van de kerk. Soms is het heel moeilijk te zien wat goed is. Identificatiefiguren zijn daarbij van belang, evenals dat jongeren de ruimte voelen om vragen te stellen. Moedig dat aan, want vaak stellen ze vragen omdat ze zich in de maatschappij willen kunnen verdedigen. Ze willen horen hoe het zit. Ik hoorde van een jong stel dat vragen had, waarop hun predikant reageerde dat ze voor het onderwerp nog te jong waren. Dat is een gemiste kans! We hebben toch iets te zeggen als kerk? We zouden kunnen beginnen met een tegenvraag: Waar komt jouw vraag vandaan?” 

 Hoe hebben jullie de achter ons liggende ‘coronatijd’ ervaren?
Gerrianne: “In de kerken zag je vooral een schrikreactie. Wat nu? De normale activiteiten konden niet doorgaan. Maar het was al maart, dus het kerkelijk seizoen liep af. Dat gaf een excuus om tijdens die eerste lockdown even niets meer te doen: het zou in september vast weer normaal zijn. Catecheten die ik sprak, veronderstelden dat jongeren vast niet op activiteiten zaten te wachten, maar toen ik vroeg wat de jongeren zelf vonden, realiseerden ze zich dat ze hun die vraag misschien zelf moesten stellen. Catechisatie via een scherm valt natuurlijk makkelijk af te zeggen, maar dat betekent niet dat je de relatie moet stopzetten. Zoek het contact: loop een rondje, je kunt best wat doen. Ik snap het wel, het was een soort ‘konijn in de koplampen’: als dit wegvalt, wat hebben we dan nog? Je zag duidelijk verschil tussen kerken die geïnvesteerd hadden in relationeel jeugdwerk en kerken die zich meer op geloofsoverdracht hadden toegelegd. Die laatste kerken konden jongeren niet in de kerk ontvangen, waardoor er een gat viel. Gemeentes die hadden geïnvesteerd in relationeel jeugdwerk bleven meer verbonden. Voor jongeren uit deze kerken bleven kerkelijke relaties net zo belangrijk als familie- en vriendenrelaties.”
Jan: “Ik denk dat ook daarom bepaalde gemeenten zo snel mogelijk iedereen weer in de kerk wilden hebben. De coronatijd heeft ons verlamd, maar het positieve is dat deze tijd ons dwong om na te denken over andere manieren van contact. Zelf ging ik opeens veel meer, wat ik zo ben gaan noemen, ‘app-pastoraat’ bedrijven. Dat kon niet heel diepgravend, maar in plaats van één jongere, sprak ik er nu zo’n vijfentwintig in een uur. Zo probeerde ik er te zijn, en stelde doelen bij.” 

Verschillen
Jan: “Er waren sowieso heel veel verschillen. In kleinere gemeenten zijn er meer mogelijkheden voor andere vormen van contact, is er vaak een meer relationele band. In grote gemeenten is dat veel lastiger. Je moet anders gaan denken. In een grote gemeente kun je niet meer de hele doelgroep tegelijk voorzien. Kleine gemeenten zaten meestal ook vaker in de kerk, maar in een grote gemeente zijn weer meer handen en meer middelen. De site Kerk en Gezin Online ontstond als platform om ervaringen te delen.”
Gerrianne: “Het verschil was ook afhankelijk van hoe een kerkenraad tegen dingen aankeek. Was er een jeugdwerker in dienst, dan liep het veelal beter dan via een coronacommissie. Dat viel erg op. Waar geen eindverantwoordelijke voor de jeugd was, zagen we dat het sneller spaak liep.”
Jan: “Eerst leek het op een soort vakantie, maar de pastorale verantwoordelijkheid stopte niet. De vraag was: ‘Hoe kan ik die op een andere manier nog steeds vormgeven?’ Catechisatie probeerden we zo lang mogelijk fysiek te geven in kleine groepen. Toen de scholen ook dicht gingen, kon het nog online, maar dat zagen veel kerken niet zitten, wat ik wel begrijp. Belangrijk is om dan je doelen bij te stellen. Niet zozeer de ‘hele catechisatieles’ geven, maar er in eerste instantie gewoon ‘zijn’ in het groepsgesprek. We werden gedwongen om na te denken waarom we dingen doen zoals we ze doen. Waarom doen we het zo en blijven we dat doen? Die bewustwording vind ik alleen maar positief.” 

Zoveel al online … dus ook nog catechisatie?
Jan: “Ik herken dit en begrijp de reactie ook. Maar jongeren doen van zichzelf al veel op hun scherm, daar kan een halfuurtje catechisatie misschien wel bij?”
Lachend: “We hebben van alles meegemaakt tijdens die online catechisaties. Hoorde je een huilend kind, dan was de toelichting: ‘Ik moet ook op mijn broertje passen.’ En ook wel mooi: ik had op den duur ouders op catechisatie!
Deze periode heeft ons wat ánders gebracht. Mijn vraag is wel waar de wens vandaan komt om weer naar het oude te willen. Gewoon omdat we verder willen zoals we dat deden? Of omdat er een hartelijk verlangen is om herderlijk om te zien naar jongeren en ouderen?” 
Gerrianne: “Ik denk dat kerken niet zo in de gaten hadden dat jongeren weg zijn gegaan, wat wij hier wel een stille exodus noemden. Dat is een harde les. Overigens groeit het aantal gelovige zoekers: niet-kerkelijk is niet hetzelfde als niet-gelovig.” 

 Waar komen jongeren voor naar de kerk?
Jan: “Jongeren zoeken een andere manier van kerk-zijn, wat niet betekent dat de liturgie overboord moet. Wat de preken betreft: het Woord van God is al relevant. Je moet het alleen aan het hart brengen en daar is verbinding voor nodig. Het grootste compliment is als jongeren zeggen: ‘Ik vond het een goede preek, want ik kan er wat mee.’ Heel vaak geldt trouwens hetzelfde voor ouderen. De kerk is ook de enige plek in de samenleving waar generaties bij elkaar komen.”
Gerrianne: “Wij verlangen toch ook naar een preek die relevant is? Er hoeven daarom ook geen speciale diensten voor jongeren gehouden te worden.”
Jan: “Je kunt je wel zorgen maken over de kerk, maar ik ben toch geen doemdenker. God werkt door! Het grootste deel van Zijn kerk is al boven, dat geeft verwachting.”