jaargang 131, nr. 09,29 april 2022

Na het ontstaan van de Christelijke Gereformeerde Kerk werden vanaf 1892 de eerste CGK-gemeentes opgericht, onder andere in Apeldoorn, Schiedam en Culemborg. Anno 2022 zijn er ongeveer 180 CGK-gemeentes door het hele land met vaak eigentijdse gebouwen. Marco Blokhuis, erfgoedspecialist en werkzaam bij Museum Catharijneconvent te Utrecht, vertelt over de materiële cultuur en de voorwerpen die zich bevinden in de kerkinterieurs van Christelijke Gereformeerde Kerken.

Als erfgoedspecialist behartigt Marco Blokhuis de belangen van de protestantse gemeenten voor wat betreft het kerkelijk erfgoed. Hij heeft contact met verschillende protestantse denominaties, waaronder de CGK. Hij doet onderzoek, inventariseert kerkinterieurs, bepaalt wat de belangrijkste voorwerpen zijn in een kerkgebouw (de zogenaamde kerncollectie) en adviseert bij herbestemming van het kerkelijk erfgoed. Het komt voor dat kerkgebouwen worden vernieuwd of uitgebreid, maar ook worden kerken gesloten vanwege krimp. Marco Blokhuis pleit in dat verband voor duurzaamheid: “Bij herbestemming moet je verantwoordelijk met materiaal omgaan. Helaas gebeurt het dat er bij verandering van de functie van een kerkgebouw ook kerkelijke voorwerpen in de afvalcontainer verdwijnen. Wees je er als kerk daarom bewust van wat je hebt en denk erover na wat een andere kerk kan gebruiken.”

Eenvoud
Een kerkinterieur van een CGK-gemeente met een centraal opgestelde preekstoel past in de traditie van de Reformatie en het protestantisme. CGK-kerkinterieurs zijn over het algemeen sober, signaleert Blokhuis. De meeste kerken hebben een vaste preekstoel, kerkenraadsbanken, avondmaalsgerei (kan, bord en schalen), doopgerei, aankondigingsborden, knielbanken, lessenaars, gedenkramen, foto’s van predikanten, prenten, gedenkstenen en orgels. Eenvoud kun je beschouwen als het eigene van CGK-kerken. Daarmee onderscheiden zij zich van bijvoorbeeld de vroegere hervormde kerken.

Avondmaalsgerei
Blokhuis laat tijdens de rondleiding door Museum Catharijneconvent allerlei voorwerpen zien die afkomstig zijn uit een CGK-kerkgebouw, en weet daar van alles bij te vertellen. In het museum wordt tinnen avondmaals- en doopgerei bewaard, afkomstig van de CGK-gemeente aan de Lauriersgracht in Amsterdam, die vanaf 1985 aan de eredienst is onttrokken. Het materiaal tin is sober en past daarmee binnen de traditie van de Reformatie. De reformatoren, onder wie Calvijn, pleitten namelijk voor avondmaalsgerei van eenvoudig materiaal, zoals glas, hout en tin. Ondanks deze aanbeveling van tin werd zilver al spoedig een gangbaar materiaal. In CGK-kerken komt ook herhaaldelijk zilveren avondmaalsgerei voor. Het tinnen avondmaalsservies van Amsterdam is aangekocht in 1893, voor de in 1892 ontstane Christelijke Gereformeerde Kerk in Amsterdam. Het bestaat uit twee kannen, een schaal, vier borden, vier bekers, twee offervazen en een trechter. Een groot deel van de stukken is vervaardigd door de Amsterdamse tingieter J.E. Ronstadt, die werkzaam was in de tweede helft van de negentiende eeuw. Dit is te herleiden aan de hand van het merkteken van de tingieter onderaan het tinwerk. Door de vorm en het formaat zijn avondmaalsbekers uit protestantse kerken een duidelijke verwijzing naar de Reformatie. Tijdens het Heilig Avondmaal gaat de beker rond onder de gemeenteleden. Anders dan de rooms-katholieke kelk met een kleine cuppa (het bovenste deel van de kelk) is de avondmaalsbeker er voor alle gelovigen, voor veel meer mensen dus dan alleen de priester. Bezoekers van het Museum Catharijneconvent kunnen in de vaste collectie (een deel van) het Amsterdamse avondmaalsgerei bewonderen. Dit staat veilig opgesteld in een vitrine.

Predikantenkostuum
Achter glas hangt ook een kostuum van de christelijke gereformeerde predikant P.A. Lanting (1836-1915), die predikant was in Winssum (Groningen) en Nieuwendam (Noord-Holland). Terwijl de hervormde predikanten in het midden van de negentiende eeuw een deftige zwarte toga met witte bef droegen, droeg de dominee in afgescheiden kringen een kuitbroek, jas, witte bef, steek, zwarte kousen en schoenen met gespen. Deze kledij werd gezien als teken van rechtzinnigheid en gaat terug op de oorspronkelijke zeventiende-eeuwse domineesdracht.

Het Woord centraal
Op schilderijen en prenten kunnen we zien hoe interieurs van de vroegste protestante kerken eruitzagen en hoe de ruimte werd benut. Altijd staat de preekstoel centraal waarvandaan het Woord wordt verkondigd, dit in lijn met de Reformatie. Op de preekstoel ligt vaak een opengeslagen Statenbijbel.
Een Statenbijbel is voor een kerkelijke gemeente een belangrijk en kostbaar bezit. Op vrijwel elke preekstoel lag tot voor kort wel een groot exemplaar als een standaard onderdeel van de inventaris. Oude bijbels in CGK-kerken zijn vaak schenkingen van gemeenteleden. Elk protestants gezin had vroeger wel een (familie)bijbel. Het zijn die familiebijbels die later vaak aan kerken zijn geschonken. Ook in CGK-kerken komen we die tegen. Zo kreeg de gemeente in Assen in 1910 een (familie)bijbel uit 1730 van dominee J. Wisse, zoals blijkt uit een aantekening voorin de Statenbijbel. Het zijn met name de bijbels met ingebonden prenten en handgeschreven teksten die interessant zijn en van cultuurhistorische waarde zijn.

Zitplaatsen
Banken en stoelen voor ambtsdragers en kerkgangers maken een belangrijk onderdeel uit van een kerkinterieur. Deze zijn om de preekstoel heen gegroepeerd. Ook hierin sluiten de CGK-kerken aan bij de traditie. De ouderlingen en diakenen zitten vlakbij de preekstoel, vaak rechts en links daarvan. Mannen en vrouwen zaten in de beginperiode nog gescheiden, vrouwen en kinderen vaak in het midden op stoelen. Verder zijn er de orgels, vaak een monumentaal onderdeel van de inrichting, en liedborden waarop de te zingen psalmen en gezangen worden aangegeven.
Traditiegetrouw is er in de Nederlandse protestantse kerken weinig plaats voor schilderkunst. Calvijn had richtlijnen opgesteld ten opzichte kunst. Versiering, en zeker in de kerk, vond Calvijn veel te werelds en te paaps. In de eerste CGK-kerken zal men zich daar strikt aan gehouden hebben. Toch is er sinds de tweede helft van de vorige eeuw ook in CGK-kerken een groeiende aandacht voor de verbeelding van het Woord, soms ook al eerder, zoals blijkt uit (gedenk)ramen in de Centrumkerk te Dordrecht. Het glas-in-loodraam ‘Het huis op een steenrots’ dateert uit de bouwtijd (1921) en andere ramen uit 1946. Van later datum (1980) is de verbeelding van de schepping op de aandachtswand in de CGK-gemeente Eben Haëzer in Drachten. Van rechts naar links zien we de Geest van God die over het water zweeft, uitlopend in de schepping van het paradijs, waarin mens en dier een plaats kregen.

Onderzoek naar materiële cultuur
In overleg met het deputaatschap voor de archieven heeft Marco Blokhuis verschillende CGK-kerken bezocht, o.a. de CGK-kerk in Schiedam die in 2017 haar deuren sloot en de Beth-El kerk te Sliedrecht die onlangs vanwege nieuwbouwplannen is gesloopt. Hij krijgt graag meer inzicht in het kerkelijk erfgoed van de Christelijke Gereformeerde Kerken. “Omdat je niet alle gebouwen kunt bezoeken, ontwikkelde Museum Catharijneconvent een database waar kerkbeheerders zelf gegevens van voorwerpen kunnen toevoegen. Met ondersteuning vanuit het museum kan zo de database aangevuld worden en krijgen we meer zicht op de materiële cultuur van de Christelijke Gereformeerde Kerken.”

Drs. Marco Blokhuis (1956) is als erfgoedspecialist verbonden aan Museum Catharijneconvent te Utrecht. Hij is gespecialiseerd in het protestantse erfgoed en doet onderzoek naar de interieurs en collecties van verschillende denominaties. Voor inventarisatie en onderzoek naar kerkelijk erfgoed is hij mede afhankelijk van de medewerking van kerkelijke gemeentes. Heeft u vragen of wilt u meer info over kerkelijk erfgoed? Ga naar: https://www.catharijneconvent.nl/advies-voor-kerken/   of neem contact op met Marco Blokhuis, e-mailadres: m.blokhuis@catharijneconvent.nl

De CGK-gemeente in Drachten zoekt vanwege verbouwing van het kerkgebouw een nieuwe bestemming voor de panelen van Cor Monsma. Heeft uw kerkelijke gemeente belangstelling? Neem contact op met dhr. Wemmenhove, roelwemmenhove@hotmail.com.