jaargang 129, nr. 20, 25 september 2020

Hij geeft zijn promotieonderzoek vorm naast zijn werk als predikant en pionier in Utrecht. Dat betekent dat hij zich maar af en toe een paar uurtjes kan verdiepen in de theologie van Hans Joachim Iwand. Enthousiast wordt hij er wel van. Ik spreek met ds. Mark Bergsma – via Skype – over zijn proefschrift en het nut van goede theologie.

Bergsma doet onderzoek naar wat volgens de Duitse theoloog Iwand (1899-1960) de rol van de kerk is in de samenleving. Vervolgens wil hij die inzichten betrekken op kerk-zijn in de eenentwintigste eeuw. Hij is al een tijdje bezig met zijn onderzoek – het onderzoeksvoorstel dateert van eind 2016. Bergsma: “Het werk aan mijn proefschrift vindt plaats in de marge. Ik ben namelijk allereerst actief als predikant van de Singelkerk en als predikant onder internationale studenten. Wel kan ik, als ik daar zin in en tijd voor heb, de studie vrij makkelijk oppakken, want ik heb mijn onderzoek goed gestructureerd.”

Waarom Iwand?
“Ik ben bij prof. Den Hertog afgestudeerd op de theologie van de lutheraan Oswald Bayer. Iwand is ook een luthers theoloog, maar dan met een gereformeerde ‘tik’. Dat maakt dat wat hij schrijft voor mij dichterbij komt. Het is voor mij erg goed om systematisch door de gedachten van deze Duitse theoloog heen te kruipen. Je krijgt op deze manier een goed beeld van zijn theologie. Iwand schrijft helder en spreekt mijn hart aan. Ik word er enthousiast van en krijg door wat ik lees extra zin om te preken. Het sticht me, om het ouderwets te zeggen; het voedt me en het houdt me scherp. Iwand schrijft op een aanstekelijke manier over de kernpunten van het geloof. Een belangrijk ankerpunt uit zijn theologie is dat het koninkrijk van God altijd bij God zelf begint. Dat klinkt niet revolutionair, maar als je je manier van denken daarop bouwt, gebeurt er wel iets. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de verhouding tussen kerk en samenleving, dan is de vraag niet zozeer wat de kerk allemaal kan doen, maar: wat doet God? En wat doet dat met ons? En wat doet dat met onze verhouding tot de samenleving? Dat zijn vragen die bij zo’n insteek boven komen drijven.”

Uw proefschrift gaat onder meer over het engagement, de betrokkenheid, van de kerk op de seculariserende samenleving. Waarom dit thema?
“Dit thema houdt me al langer bezig. Dat is logisch in onze context: het kerkelijk denkkader wordt niet langer breed gedeeld in de samenleving. Tegelijkertijd wordt onze samenleving gestempeld door de christelijke erfenis. Geseculariseerd christendom, als het ware.”

Kerk en samenleving
Wat is volgens Iwand de rol van de kerk in de samenleving?
“Het was in Iwands tijd gebruikelijk om kerk en staat tegenover elkaar te zetten. De kerk was christelijk en voedde de mensen met het geloof, de staat bewaakte de christelijke normen in de samenleving. Het nadenken over kerk en samenleving ging altijd over de verhouding tussen kerk en staat, zeker in de Duitse situatie. Iwand is een van de eersten, wellicht in Duitsland zelfs dé eerste, die ‘kerk en staat’ verandert in ‘kerk en samenleving’. In een artikel zegt hij over de rol van de kerk: de kerk moet open zijn naar de samenleving. Dat gebeurt allereerst door het werk van de Heilige Geest. Vóór de Heilige Geest werd uitgestort zaten de leerlingen opgesloten; toen de Heilige Geest werd uitgestort gingen ze de wereld in. Vervolgens is Jezus niet alleen het hoofd van de kerk, maar ook Heer in de wereld. Hij is niet beperkt tot de kerk. De kerk moet er mee rekenen dat Jezus in de wereld aan het werk is. Het derde is dat Jezus Christus de gekruisigde is. In de negentiende eeuw werd van Jezus een menselijk ideaal gemaakt en als gevolg daarvan legde ook de kerk de mens een christelijk-burgerlijk ideaal op. Maar als we Jezus als de gekruisigde belijden, is Hij dáár waar we Hem vanuit zo’n ideaal niet zoeken. Jezus zit met zondaars aan tafel. Dat is de openheid van de kerk naar de samenleving en vervolgens vraagt Iwand zich af of er ook een openheid van de samenleving naar het koninkrijk van God (niet naar de kerk) is. Hij geeft ook daar drie vormen van. Allereerst neemt hij een gedachte van Karl Barth over, namelijk dat Jezus in zijn gelijkenissen allerlei beelden uit het dagelijks leven gebruikt. Dat betekent dat God heel nabij is. Jezus spreekt in gelijkenissen zodat mensen het niet begrijpen, want het gaat er met opzet nogal ongebruikelijk aan toe in de gelijkenissen van Jezus. Hij is van ons uit niet te begrijpen, maar Hij is wel nabij. De tweede vorm heeft te maken met vervreemding. Zonder God lukt het uiteindelijk niet om je thuis te voelen in deze wereld. Met al onze idealen en goede bedoelingen, het blijft knagen. Het derde punt is eschatologisch van aard: mensen verlangen naar het goede. Hier breekt soms het besef door in de samenleving dat wij met ons organisatievermogen en onze initiatieven onszelf niet kunnen redden.”

Staan het koninkrijk en de wereld tegenover elkaar?
“Nee. God is in de wereld, Hij is in de wereld bezig. Dat wil niet zeggen dat de wereld niet in de greep is van machten die tegen God ingaan. In veel opzichten staat de wereld tegenover het koninkrijk van God, maar het zijn geen twee gescheiden gebieden. Daarom kun je ‘kerk’ en ‘koninkrijk van God’ ook niet met elkaar gelijkstellen. God is ook in de wereld. Wij kunnen de wereld niet openen voor God, maar Hij begint zelf. En het is de rol van de kerk om van Hem te getuigen.”

Dat brengt een bepaalde ontspanning met zich mee.
“Ja, als je ervan uitgaat dat de Heilige Geest is uitgestort en dat Jezus ook Heer is in de wereld, ga je met verwachting ontmoetingen met mensen aan. Soms word ik gebeld door mensen, en dan ervaar ik dat God allang in hun leven aan het werk is. Ik hoef dan alleen maar een tijdje mee te lopen. Dan mag je spreken over Jezus Christus en merken dat het Woord van God werkt in mensen. Dat is mooi.”

Relevantie
Wat maakt uw proefschrift relevant voor uw werk als predikant?
“De theologie van Iwand inspireert me, en dat zal te merken zijn in de preken. Ik vind het belangrijk om in de preken te benadrukken dat Gód degene is die zondaren redt. Dat is heel klassiek. Het betekent dat wij mensen mogen helpen om God te ontdekken, maar God is degene die redt. Het betekent ook dat ik mijn best doe geen onnodige obstakels op te werpen. Ik probeer bijvoorbeeld in begrijpelijke taal te spreken. Ik zie bij gemeenteleden veel betrokkenheid op de samenleving. Die verwacht ik ook. Wanneer Jezus Christus in je leven aanwezig is, ben je altijd met Hem op de plek waar je gesteld bent. Als kerkgemeenschap kiezen we ervoor om in het bijzonder één specifieke groep op het oog te hebben: internationale studenten. Onder hen is veel eenzaamheid en depressiviteit. Door het organiseren van maaltijden, bijbelstudieavonden en andere activiteiten maken we met deze studenten contact. Zo staan we als kerkgemeenschap in verbinding met de stadse samenleving.”

Hoe zou u goede theologie omschrijven?
“Goede theologie is christocentrische theologie. Dat zullen veel theologen zeggen, maar het is niet zo vanzelfsprekend. Als je nadenkt over kerk en samenleving gaat het vaak over wat wij als kerk moeten doen. Dan krijgen we een ideaal voorgespiegeld dat wij het moeten maken. Goede theologie helpt je om eerst en steeds terug te gaan naar God en zijn Woord. Wij maken de kerk helemaal niet. Dat lijkt een open deur, maar ik denk dat we die steeds weer in moeten trappen.”