127e jaargang, 14 september, nr.19

De kerkorde die door de synode van Dordrecht 1618/19 werd vastgelegd , was het eindpunt van een lange ontwikkeling waarin allerlei Nederlandse synodes vanuit die van Emden 1571 zich op de orde in de kerk bezonnen hebben. Uitgangspunt daarbij was dat in heel het kerkelijk leven uit moest komen dat alleen Christus Heer over de kerk is en dat de dingen zo geregeld moesten worden dat het Woord van genade op goede wijze bij zondige mensen komt. Dat is meteen ook de kracht van de DKO zoals deze doorgaans wordt afgekort. Alles is gericht op de eer van God, de dienst aan Christus, de opbouw van de kerk en het behoud van zondaren. Geen wonder dat deze DKO een kerkelijk exportproduct is geworden en tot op vandaag wereldwijd in veel gereformeerde kerken en in verschillende varianten gebruikt wordt. Maar hoelang moet je hier nog meer doorgaan? Is het niet ´time to go´ voor de DKO?

Verbouwen
Net als vele andere gereformeerde kerken in de wereld hebben ook de Christelijke Gereformeerde Kerken steeds weer aan de DKO gesleuteld. Wie de huidige CGK-kerkorde legt naast de editie die de synode van 1618/1619 vastlegde, ziet al snel dat de basisstructuur gehandhaafd is maar dat vele artikelen veranderd, sommige verdwenen en andere toegevoegd zijn. Thema´s waarover CGK-synodes besluiten namen en die in de tijd van Dordt nog niet speelden, moesten ergens onder gebracht worden met als gevolg dat de plaatsing niet altijd even logisch is. Enkele jaren geleden heeft de kerkorde een lichte update gehad zodat er een soort ´herziene CGK-DKO´ is ontstaan maar mijn indruk is dat het de werkbaarheid en toegankelijk van de kerkorde niet vergroot heeft. De Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt liepen tegen hetzelfde probleem aan en hebben – voortvarend als ze daar zijn – maar besloten een geheel nieuwe kerkorde te maken. Ook al zijn er bij de bepalingen in die kerkorde hier en daar best vragen te stellen, het feit dat er doorgepakt werd om een kerkorde voor de kerk van vandaag te maken verdient volgens mij navolging of in ieder geval overweging.

1618 of 2018?
Voor een groeiend aantal mensen is de kerkorde namelijk een historisch document, passend bij een synode en bij de kerk van 400 jaar geleden. Dat is jammer want die DKO bevat zoveel goeds en heeft voor de kerk ook zoveel goeds gedaan. Toch blijven wij in de lijn van Dordt als we vandaag die DKO eens grondig tegen het licht houden en dan concluderen dat we op de basis van Dordt, dat is op de basis van Schrift en belijdenis en met dezelfde doelstellingen als ik hierboven noemde, misschien wel aan een nieuwe kerkorde toe zijn. Niet dat CGK-ers ook wel eens wat nieuws willen, maar omdat ook de CGK vandaag zo goed mogelijk kerk van Christus wil zijn. Daarbij past een kerkorde die toegankelijk is in opzet en taal en die de dingen moet regelen als een kerk die in 2018 en niet in 1618 leeft. Dat kerkrecht niet zo heel veel fans heeft, kan ook wel daaraan liggen dat de kerkorde er niet zo fit uitziet. En daar is best iets aan te doen.

Prof.dr. H.J. Selderhuis is hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht aan de TUA