jaargang 130, nr. 23, 12 november 2021

Lastig
Het is lastig over tucht te schrijven want het woord alleen al wekt weerstand of in ieder geval een negatief gevoel op. Tucht doet denken aan het tuchthuis van vroeger. Of aan de roe van Zwarte Piet en die hebben we geen van beide meer. Om dan nog maar te zwijgen over de vele voorbeelden van mensen die slachtoffer werden van wellicht goedbedoelde maar toch verkeerde tuchtoefening van een kerkenraad. Toch is het ook wel wat eigenaardig dat we er in de kerk wat moeite mee hebben over tucht te spreken, laat staan die toe te passen. Immers, als tucht het geloofsleven van het gemeentelid, het welzijn van de gemeente en de eer van God beoogt, dan zou het woord ‘tucht’ ons toch als muziek in de oren moeten klinken. En bovendien, buiten de kerk wordt juist geroepen dat tucht meer op de agenda van ouders, scholen en samenleving moet komen. Meer handhaving van regels, meer toezicht op wat er op straat allemaal gebeurt, steviger aanpak van misstanden en misdaad en meer orde en regel in gezinnen en in de klas. Het verbaast mij dat er nog geen minister, burgemeester of opvoedingsdeskundige is geweest die gezegd heeft: Mensen, neem een voorbeeld aan hoe tucht, toezicht en handhaving van orde in de CGK-kerkorde geregeld zijn. 

Moeder
Mogelijk heeft onze moeite met tucht ook wel te maken met dat we de kerk te weinig als moeder en te veel als organisatie zien. De kerk als moeder is een beeld dat al heel vroeg in de kerkgeschiedenis opkomt. God de Vader verwekt Zijn kinderen doordat Hij ze via de kerk doet wedergeboren worden. De kerk is als een moeder die baart, maar die ook zorgt. En bij die zorg hoort tucht zoals dat voor moeders kenmerkend is. Ik mag hier wel even de moeder noemen met wie ik al een heel lange tijd te maken heb, namelijk mijn vrouw. Als ik haar voor ogen heb, is tucht niet mijn eerste gedachte, maar een beter voorbeeld van iemand die tucht uitoefende en uitoefent ken ik niet. Onze kinderen wisten heel goed wat de regels waren voor praat, daad en gewaad, voor gedrag in de kerk en aan tafel, voor opstaan en slapengaan. Ze had – en heeft – de wind er goed onder. Uit liefde, uit zorg, uit verlangen dat het haar kinderen goed gaat. En daarom houden de kinderen van haar en accepteren haar gezag. Tucht als liefdevolle zorg van de moeder die de kerk is. Niet als een moeder die de tucht en daarmee de kinderen verwaarloost. Als kerkhistoricus ken ik massa’s voorbeelden van hoe de kerk de tucht verkeerd toepaste en welke gevolgen dat had. Gaandeweg echter zie ik meer voorbeelden van mensen en gemeenten die slachtoffer worden omdat de tucht niet wordt toegepast. Het beeld van de kerk als moeder kan ons weer het juiste zicht op tucht geven, en op de juiste toepassing daarvan. 

Vijf letters
Het zal in het woord zitten dat tucht weerstand oproept en dat er zo geaarzeld wordt om tucht toe te passen. Ik weet ook niet of het zou helpen een ander woord te bedenken. Wat wel helpt is te zien hoe de Schrift hierover spreekt en hoe de Heiland tucht benadert en ook toepast. Tucht immers staat in het kader van heil en oordeel. Tucht staat in het Woord van Hem Die niet wil dat mensen verloren gaan maar behouden worden. Dat Woord dat scherper is dan een tweesnijdend scherp zwaard en zelf tucht uitoefent. Het Woord dat aan de kerk is toevertrouwd, de kerk die moeder is. Het zal helpen tucht uit te oefenen en te ondergaan als we die Vader en die moeder voor ogen houden.