jaargang 130, nr. 5, 5 maart 2021

‘Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand. Elia was een mens net zoals wij en hij deed een vurig gebed dat het niet zou regenen, en het regende niet op de aarde, drie jaar en zes maanden. En hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde bracht haar vrucht voort.’ Jakobus 5: 16b-18 

Bidden brengt veel tot stand
Op de vraag of bidden eigenlijk wel zin heeft, geeft de apostel Jakobus een antwoord dat niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is. Het gebed van een rechtvaardige werkt wel degelijk iets uit, zegt hij. Het brengt zelfs veel tot stand! Maar: hoe kan dat toch? Geldt misschien: hoe intenser het gebed, hoe groter de uitwerking? Wanneer je het tekstgedeelte leest, zou je dat kunnen denken. Er staat immers: ‘Een krachtig gebed brengt veel tot stand. Dat kun je opvatten als: een krachtig gebed zal veel uitwerken, een minder krachtig gebed weinig of niets. 

Toch kan dat de bedoeling niet zijn. Wanneer de uitwerking van het gebed afhankelijk zou zijn van de kracht waarmee het opgezonden werd, dan zou het gebed een verdienstelijk werk worden. En dan zouden zij die krachtiger kunnen bidden, betere resultaten boeken. Maar zoiets zou helemaal ingaan tegen de orde die binnen Gods Koninkrijk heerst. Daarom is het niet waar dat de ene mens meer ontvangt dan de andere omdat hij krachtiger kan bidden.  

Maar hoe is het dan toch mogelijk dat het gebed zoveel tot stand brengt? Omdat God Zelf er uitwerking aan geeft! Er ligt geen waardigheid in de bidder en geen verdienste in het gebed. Toch geeft God er kracht aan. En dat is toch een wonder? Ons gebed is nooit volmaakt. Dat het toch veel tot stand kan brengen, heeft een geheim dat ligt in de Heere Jezus Christus. Hij zit als Hogepriester aan Gods rechterhand. Alle gebeden gaan eerst door Zijn doorboorde handen. En dan zijn alle onvolkomenheden bedekt!  

Elia
Dat het gebed veel tot stand kan brengen, laat Jakobus zien aan de hand van een Bijbels voorbeeld.  Hij noemt de profeet Elia. Die deed een vurig gebed, dat het niet zou regenen. En het regende niet op de aarde, drie jaar en zes maanden. En hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde bracht haar vrucht voort. We komen deze geschiedenis tegen in 1 Koningen 17 en 18. Elia bad of de Heere droogte zou willen geven om zo koning Achab en het volk tot bekering te brengen. En wat gebeurde er na dat gebed? Die droogte kwam er inderdaad. God verleende zo’n kracht aan Elia’s gebed, dat het niet regende gedurende drie en een half jaar. Na die periode, toen het volk inmiddels door het gebeuren op de Karmel de Heere weer was gaan dienen, bad Elia of het zou mogen gaan regenen. En opnieuw verleende God kracht aan zijn gebed.  

Bemoediging
Nu is het best mogelijk, dat we zeggen: inderdaad, Elia’s gebeden brachten veel tot stand. Maar Elia was wel een profeet! Wat van zijn gebeden gold, kan toch nooit van de onze gelden? Maar ook op die vraag geeft Jakobus hier een antwoord. Het is een bemoedigend antwoord: jaook door onze gebeden wil God veel tot stand brengen! Elia was een mens, net als wij, zo zegt hij. Elia was dan wel een profeet, maar dat wil niet zeggen dat hij zondeloos was. En ook hij had zijn moedeloze tijden, waarin hij niet zoveel verder kwam dan klagen en zuchten. Inderdaad: een mens net als wij! Jakobus wijst daarop om ons ervan te overtuigen: de kracht die de Heere aan zijn gebeden verleende, wil Hij ook aan de onze geven!  

Maar, zo zegt iemand: Jakobus spreekt hier toch wel over het gebed van een rechtvaardige? Daarmee tekent hij de ware bidder. Die zal aan de ene kant ootmoedig tot Hem naderen, en aan de andere kant vertrouwend. Zulke bidders laat Hij nooit met lege handen staan. Zelfs wanneer Hij niet schenkt waarom ze vroegen, geeft Hij wat ze echt nodig hebben.