129e jaargang, 3 januari nr.1

‘En hij kwam door de Geest in de tempel.’ – Lukas 2: 27

‘Ik moet er echt even uit!’ Soms hebben we zo’n vreemd gevoel van onrust. Thuis houden we het niet uit. We weten zelf ook niet goed waarom, maar we hebben dringend behoefte aan een andere omgeving. Weg uit de geslotenheid van vier muren. Zodat onze gedachtewereld open kan gaan.

Zoiets zal het geweest zijn wat Simeon voelde, op die onvergetelijke dag die Lukas beschrijft. Ik stel mij voor dat Simeon zich die ochtend steeds onrustiger voelde worden. Hij moest eruit! Waarheen? Naar de tempel! Waarom? Iets trekt hem!
Sommige ouden van dagen gaan er dagelijks ‘even uit’ naar het bankje in de supermarkt, voor een kop koffie en wat aanspraak. De oude Simeon en Anna kwamen dagelijks in de tempel. Voor wat aanspraak en voor dé Aanspraak, vanuit het heilig Woord van de Heere God dat in de tempel werd onderhouden. Zo waren ze dat gewend.

Onweerstaanbaar
Maar op die bewuste dag is het voor Simeon onweerstaanbaar. Hij komt, zoals Lukas schrijft, ‘door de Geest’ in de tempel. De Geest drijft hem en wekt die drang om naar de tempel te gaan. Hij kan het deze morgen niet tegenhouden. Hij móét.
De Geest drijft altijd naar Christus. Zo ook hier. Als Simeon in de tempel aankomt en hij zoals altijd weer dat plein ziet vol met mensen die hun plekje zoeken (om te bidden, om te offeren, om te spreken over de dingen van God), valt zijn blik wonderlijk direct op die paar mensen die daar lopen: een jong stel met een baby’tje in hun armen en een priester met een paar fladderende duiven. Op weg naar het offer. Het kind trekt zijn aandacht. Christus trekt hem door de Geest naar zich toe.
En ineens weet Simeon het: dit is wat de Heere mij had beloofd. Hij loopt erop af, blind voor de mensen om hem heen, blind ook bijna voor Maria en Jozef, helemaal gericht op het kind dat hem trekt: ‘Mag ik het even vasthouden?’ En voor de verbaasde ouders begrijpen wat er precies gebeurt, heeft hij het al in zijn armen.

In vrede
Hoe zou Simeon daar nu gestaan hebben? Rembrandt heeft het schitterend in beeld gebracht. Zijn Simeon hapt met zijn ogen halfgesloten even naar adem, om God te danken. In de stilte van het moment, zo intens als het meest uitbundige lied niet kan benaderen. De intensiteit van een oude man, rechtvaardig en vroom, die geworsteld heeft met het leven en geworsteld heeft om troost: en hier draagt hij die troost in zijn armen. Hij is buiten zichzelf. ‘Nu laat Gij, Heere, uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord, want mijn ogen hebben uw heil gezien.’
Eigenlijk doet de Heilige Geest sindsdien niet anders meer dan wat Hij hier bij Simeon doet. Hij drijft mensen naar de tempel, naar de kerk, om daar hun heil te kunnen zien. Weg uit de beslotenheid van de vier muren van onze gedachtewereld naar de plaats van Gods aanspraak, om de vertroosting van Israël te mogen ervaren. En ook Jezus Christus doet niet anders dan mensen van hun plaats te roepen en naar zich toe te trekken, zodat ze buiten zichzelf in Hem hun vrede vinden.
Er zijn ook andere geesten, die drijven ons naar andere plaatsen: een geest van hebzucht naar de winkelstraat, een geest van lusteloosheid naar het internet. De wereld trekt. Maar de Geest van God drijft naar de Zoon van God. En de Zoon van God trekt uit de wereld.
Waarom zou ik naar de kerk gaan? Om er ‘echt even uit’ te zijn: uit mijzelf met al mijn onrust en donkerheid, mijn hebzucht en mijn lusteloosheid; en in Christus met al zijn rust en licht, zijn vervulling en waarachtig leven.

Waarom zou ik naar de kerk gaan? Zodat ik het heil en de troost mag zien en straks, op Gods tijd, kan heengaan in vrede.

 

Ds. N.C. Smits is predikant te Purmerend