jaargang 131, nr. 06, 18 maart 2022

‘En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen’
Openbaring 19: 8

Het feest komt
In Openbaring 19 lezen we dat de bruid van Jezus, dat is Zijn gemeente, zich gaat tooien voor de bruiloft. Ze steekt zich in een blinkend smetteloos fijne en lange linnen japon. Prachtig gestreken en zonder een vlekje erop. Zo’n kleed droegen de priesters ook in de tempel bij de diensten voor God, in directe nabijheid van Hem.
Dit gaat Johannes verder uitleggen. Hem wordt gezegd wie deze bruid is. Ze vertegenwoordigt ‘de heiligen’. Dat zijn allen, die de Here Jezus kennen, zich Hem toewijden en dagelijks met Hem leven. Dat kun je doen wanneer je jong bent en wanneer je ouder en oud wordt. We weten dan dat Zijn wereld vol gerechtigheid eraan komt. Daar gaan we ons al meer op concentreren. We mogen ons er hier en nu al voor kléden. We steken ons in het nieuwe pak. Dat zijn ‘de rechtvaardige daden’ van de heiligen.
Dit staat in Openbaring 19 tegenover het kleed en het leven van het beest, de draak en zijn vrouw. Die kleden zich in de rode kleur van de zonde en de dood. Die leven zich uit in pronk- en praalzucht, haken naar weelde en rijkdom. Dat is een leven zonder de Heiland, zonder te luisteren en te doen naar Zijn wil. Ze doen waar ze zelf zin in hebben. Zo is het beest – zo is zijn vrouw. Hiertegenover staat de bruid van Jezus. Die kleedt zich in het wit. Dat is het teken van reinheid, blijdschap en overwinning. Daarin heiligen we onszelf voor onze komende Bruidegom en voor Zijn bruiloft.

Met een gegeven kleed
Zo te leven leren we van onze Heiland Zelf. Want we krijgen dit bruiloftskleed van Hem. Het wordt ons door Hem gegéven! Dat betekent: we leren door Zijn Woord en Geest ons doen en laten in te richten naar Zijn goede wil. We studeren hier al in wat het leven voor straks inhoudt.
Wat de wil van Jezus is? Concreet: je man en vrouw fijn liefhebben, elkaar helpen en tot zegen zijn. Van je kinderen houden en de kinderen van hun ouders. Onze dagelijkse taken trouw vervullen, al zijn ze nog zo klein. Elkaar het verkeerde vergeven, voor elkaar bidden en gastvrij zijn.
Dit is onze opdracht. En mochten er vuile vlekken op je kleren komen, was ze dan telkens maar schoon in het bloed van de Bruidegom. Blijf erop bedacht ze schoon te houden voor Hem. Zo heiligen we ons leven voor Hem. Dan zijn we goed bezig ons voor te bereiden voor het grote feest en voor de geweldige dag van onze Koning, die komt.

In blijde ontmoeting
Dan zullen we Hem zien in feestkledij! Daar is de blijde ontmoeting op Zijn nieuwe wereld. Dat wordt met Hem verkeren zonder enige zonde en tekort. Dit mogen we intens verwachten en er met ingehouden spanning naar uitzien. Hij heeft het ons vele keren beloofd: ‘Zo meteen kom Ik je halen voor Mijn feest, ja voor óns feest.’ En beloofd is beloofd.
‘Al wie nu God dient en Hem vereert,
ziet straks Zijn zonneschijn;
Zijn naam, die alle zonde weert,
zal op hun voorhoofd zijn!’
Reken maar!