jaargang 129, nr. 26, 18 december 2020

Deze Wekker is alweer de laatste die dit kalenderjaar zal verschijnen. Een jaar dat onuitwisbaar in ons geheugen is gegrift. Een jaar waarin het heel veel ging over ziekte en dood. Over verlies van werk en inkomen. Over het niet kunnen doen wat we toch zo graag willen en waar we blijkbaar niet zonder kunnen. Volgens sommigen daarom een ‘verloren’ jaar. Ook voor de kerk? 

Als we terugkijken op het jaar 2020 zijn er veel zaken die voor de kerk zeker niet positief te noemen zijn. Denk aan het feit dat we het grootste deel van het jaar niet in de gelegenheid waren uitdrukking te geven aan ons kerk-zijn zoals we dat graag doen. Kerkdiensten moesten gehouden worden met een klein getal gelovigen. Hoewel de beperkingen allerlei creatieve ideeën en initiatieven hebben opgeleverd, zullen we met elkaar een zucht van verlichting slaken als we weer terug kunnen naar het oude normaal. De discussie die losbrandde na de kwestie ‘Staphorst’ over het aantal toegestane kerkgangers zette de kerken overigens niet in een onverdeeld positief daglicht bij buitenstaanders. Daaruit bleek maar weer: adeldom verplicht. Verder kunnen we constateren dat classes, en ook de generale synode van onze kerken, alles op alles hebben gezet om de pré-corona-agenda zo goed en zo kwaad als het ging af te werken. Want ja, dat hebben we zo afgesproken met elkaar. Niet de huidige omstandigheden maar de voordien vastgestelde agenda was leidend. Desondanks zijn veel voornemens gesneuveld door toedoen van het virus. Naarmate de behandeling van de agendapunten vordert, komen de binnenkerkelijke verschillen in de Christelijke Gereformeerde Kerken op de generale synode steeds duidelijker aan het licht. En ook de oproep aan de kerken om geen omstreden besluiten ten uitvoer te brengen, wordt niet in elke gemeente gehonoreerd.
Daarnaast werden in politiek en maatschappij discussies gevoerd die voor de kerk niet opbeurend waren. Te denken valt aan het felle debat over vrijheid van onderwijs naar aanleiding van opmerkingen van minister Slob. En passant ging het nog over het wel of niet accepteren van een praktiserend LHBT-leven. Inzake de zogenaamde koffie-euthanasie bevestigde het Openbaar Ministerie expliciet dat euthanasie bij wilsonbekwame personen met dementie toegestaan is. En dat terwijl aan de andere kant alles op alles werd gezet om kwetsbare ouderen te beschermen tegen een dodelijk virus.
We kunnen wel concluderen: het was geen gemakkelijk jaar voor kerk en geloof.

Blikrichting
Intussen is het in de kerk helemaal geen 2020 meer. Met de adventstijd begint in de kerk een nieuw jaar. Het terugkijken gebeurde in veel gemeenten op de eeuwigheidszondag. Overledenen werden herdacht. Maar nu, nu richten we onze blik de andere kant op. Niet naar achteren, naar wat voorbij is, maar naar voren, naar wat komt. Of liever gezegd: naar de komende Heiland. Daarmee lopen we als kerk niet achter, maar voor op de wereld.
In de Bijbel vinden we geen beschrijving van een voorbereidingstijd op het kerstfeest. Natuurlijk lezen we wel over de gebeurtenissen in de aanloop naar de geboorte van Christus, maar er is geen sprake van een afgebakende periode. De kerk ging er waarschijnlijk in de vierde eeuw toe over om de tijd voor het kerstfeest speciaal als adventstijd te vieren, de tijd van het komen van Jezus. Die traditie verspreidde zich van het oosten naar het westen en werd daar verder vormgegeven. Het was een periode van bezinning en vasten. De periode werd in de zesde eeuw teruggebracht van zes naar vier weken en de aandacht werd verbreed: niet alleen de menswording van Christus stond centraal, maar ook Zijn wederkomst. Hoewel de kerken van de Reformatie aanvankelijk weinig ophadden met dit soort ‘roomse’ gebruiken, werd het vanaf de negentiende eeuw weer gebruikelijker de adventsperiode in acht te nemen.
Inmiddels kennen velen de betekenis van advent niet meer. Menigeen bereidt zich voor op het kerstfeest door kerstgeschenken te kopen, een uitgebreid diner voor te bereiden dat in familiekring moet worden verorberd en zich druk te maken over de kleur van de kerstballen. Als het leven zo oppervlakkig is geworden, dan is het wel begrijpelijk dat het niet meevalt je te schikken in de omstandigheden, nu we door de maatregelen in een noodgedwongen vasten terecht zijn gekomen. Een restaurant bezoeken met de kerstdagen gaat niet, in grote kring bij elkaar zijn evenmin. Hoe vier je dan Kerst?

Bezinning en vasten
Misschien hadden de christenen in de Vroege Kerk het nog niet zo mis, door de adventstijd als tijd van vasten en bezinning in te vullen. Nu ons veel ontnomen is wat heel normaal leek, ontdekken we weer dat het leven niet vanzelfsprekend is. We worden gedwongen tot een vorm van vasten, op weg naar de kerstdagen. Zonder het gezocht te hebben of te verlangen worden we ertoe gebracht om los te laten. We moeten ons onthouden van wat ons dierbaar is: ontmoetingen met mensen die ons na aan het hart liggen, samenzijn in de grote familiekring, samen zijn in de kerk met onze geestelijke familie tijdens het vieren van de geboorte van de Heiland, samen zingen. Hoewel dat pijn doet, kunnen we het misschien ook zien als een uitgestoken hand van God om de vrijgekomen tijd te besteden aan bezinning op wat er werkelijk toe doet.
Is 2020 een verloren jaar? We komen als het goed is, vanwege de huidige maatregelen, niet vaak in de winkels. Maar daar schalt vast net als altijd het bekende kerstlied uit de luidsprekers: ‘Stille nacht, heilige nacht. Vrede en heil wordt gebracht aan een wereld verloren in schuld.’ Wie dat tot zich laat doordringen komt erachter dat niet het jaar 2020 verloren is, maar dat de wereld verloren is. Wij dus. Als we in de adventstijd alleen maar focussen op het virus dat we niet onder controle lijken te kunnen krijgen, als we onze onzekerheid verbergen onder een overdaad aan kerstversiering, dan is er geen hoop meer. Dan zijn we arm en beklagenswaardig. Ook in de kerk valt coronamoeheid te bespeuren en zijn we veel bezig met zorgen dat de randvoorwaarden goed geregeld zijn. Het is een valkuil om voornamelijk gefocust te zijn op ‘de boel bij elkaar houden en hopen dat het oude normaal zo snel mogelijk terugkomt’. Als we iets hebben kunnen leren dit jaar, dan wel dit, dat we het leven niet in eigen hand hebben. Het stelt ons voor de vraag of we eigenlijk wel met de goede dingen bezig waren. Met onze stokpaardjes, ons gelijk, onze inzichten, onze agenda’s? Een tijd van loslaten mag ons wel tot bezinning brengen. Gaat het om node loslaten of vooral om vastgehouden worden, was het de bedoeling dat we vooral bezig waren met organiseren of werden we juist geroepen om allereerst een biddend leven te leiden? Ging het voornamelijk om het in stand houden van de kerkelijke gang van zaken of om de voortgang van het Evangelie? Waren onze gedachten vol van de zorgen op deze aarde, in de kerk en in ons eigen leven en gericht op de stip op de horizon, of strekten we ons uit naar het Licht der wereld?

Kerstfeest
Het is maar te hopen dat we deze adventstijd wegkijken van onszelf. Ook nu, na een moeilijk jaar waarin zoveel gebrokenheid ervaren werd, wordt het kerstfeest. We hebben veel niet, maar toch alles om kerstfeest te kunnen vieren. Het enige wat daarvoor nodig is, is toch het kerstevangelie? Ook nu wil de Heiland Zich laten kennen als de Redder van een verloren wereld. En van een verloren kerk! Is het niet juist het werk van God om daar, waar niets is, toch nieuw leven geboren te laten worden? Het heil komt van de andere kant. Daarom mogen we, ondanks veel lek en gebrek, veel zonde, gebrokenheid en gemis, toch grote verwachtingen hebben. Daarom hoeven we nooit te zeggen dat het een verloren jaar, een verloren wereld of een verloren kerk is. Omdat op de afgehouwen tronk van Isaï toch weer een nieuwe twijg ontsproot. Alle reden om kerstfeest te vieren!

Kom tot ons, de wereld wacht,
Heiland, kom in onze nacht.
Licht dat in de nacht begint,
Kind van God, Maria’s kind.

 Atie Peet is lid van de redactie